Bombay – de laatste halte in India
India – 2000
De laatste reis in India is een busrit van, vooraf ingeschat op 20 uur, van Udaipur naar Bombay. Nog geen vijf minuten nadat de stad is verlaten, komt een man naast me zitten welke zo als stand-in van Mr. Bean kan spelen. Hij oog een beetje boel nerveus en vraagt aan mij of we al in de staat Gujarat zijn. Tsja, geen idee.. Ehm, nee. “Good, because in Gujarat no one can drink”, is zijn antwoord en tovert een fles whiskey te voorschijn. Alvorens hij een slok neemt, biedt hij me uiteraard ook een slok aan. No thanks, het is nog vroeg.
De tocht voert met name door de staten Gurajat en Maharashtra. De eerste staat bekend om de woestijnduinen, grote schare allah-aanhangers en het feit dat deze staat compleet is drooggelegd exlusief de alcohol enclave Daman. De staat Maharashtra is er een van oerwouden a la Jungle Book. Dit is een van de gebieden van India welke het altijd heel zwaar te verduren heeft in de moesson tijd. In Bombay zou overigens volgens mijn buurman ook een meter regen zijn neergedaald uit de hemel de afgelopen week.
De reis is een gevecht om, zoals gewoonlijk, stoelruimte, het recht op frisse lucht en gematigd geluid. Uiteraard wordt mijn stoel half overgenomen door een lichaamsdeel van mijn buurman, zijn er iets te veel krijsende kinderen aan boord en is het wederom heel gewoon om ’s nachts je schoenen en sokken uit te doen en je been op de stoelleuning voor je te leggen.
In de vroege uren van de volgende dag, toch weer ruim 22 uur na vertrek uit Udaipur, rijden we door de buitenwijken van Bombay. Eenmaal aangekomen in Bombay Central is het nog een klus om uit te vissen welke van de stadsbussen naar Colaba gaat, de wijk waar ik een slaapplek wil zoeken. Het lullige is namelijk dat iedereen je graag wil vertellen welke busnummer ik moet hebben, maar die nummers bevinden zich aan de zijkant van de bussen. Oftewel, ik zie pas welke nummer een bus draagt als ie voorbij rijdt. Dan is het dus sprinten en duwen geblazen. Een bankbediende, welke even met pauze is, begeleidt mij letterlijk in mijn sprint om de bus te achterhalen. De code is namelijk: slaan op de achterkant van de bus. Eenmaal in Coloba ben ik helemaal kapot van de lange reis. Ik laat me meeslepen door een hoteltout, welke me een hotel kan bieden voor 250Rs inclusief commissie. De kamer heeft geen raam, wel gaten in de muur en dus ook muizen. De douche bevindt zich op de acceptabele hoogte van 30 cm, oftewel bucketing. De deur behoeft slechts een klein schopje, ook al deze op slot is, om deze te openen. I don’t care, ik wil even slapen.
Tegen het einde van de middag vind ik dat ik wel een biertje heb verdiend. Net als menig toerist besluit ik nu voor de gemakkelijke weg te kiezen en ga naar Leopold, omringd door overwegend de upper upper class van India.
Colaba wordt gekenmerkt door een soort van 5th avenue. Een wijde boulevard, waarover gigantisch veel verkeer zich een weg door de wijk baant. Het aantal taxi’s is ongelooflijk, eens te meer doordat riskja’s in dit gedeelte van de stad niet mogen rijden. Overal staan hoge koloniale gebouwen, geflankeerd door een paar dodgy hotels. Er staan verkeerslichten, wier kleursignalen ook daadwerkelijk door de Indiërs gerespecteerd worden. Overal in de wijk zijn kerken en kathedralen gebouwd, de overlevering van de Engelse overheersing. Wat een tegenstelling met het centrum van Mumbai (of Bombay, zelfs de Indiërs weten het niet).
Hier begint het echte India, met vieze straatjes, grijze gebouwen, rokende prullebakken en diverse mensen welke er om heen zwermen. In dit gedeelte van de stad ligt ook Crawford Market, waar de diverse vleessoorten in alle geuren, kleuren en maten tentoongesteld worden. Maar dit is ook het gedeelte van de stad met overal muziek op straat. Heerlijke afwisseling, alleen kan ik Lou Bega’s mambo no. 5 niet meer aanhoren. Om het beeld van dit gedeelte van de stad compleet te maken: hier bevinden zich ook honderden wellicht duizenden voor zich uitstarende daklozen, welke voor een van de vele McDonald’s vestigingen zitten. In de hoop hier een aalmoes van een van de rijkere inwoners te krijgen? Een man maakt een zeer grote indruk op mij. Hij kijkt recht omhoog, met zijn handen verticaal omhoog langs zijn lichaam. Tranen in zijn ogen. Hij lijkt te denken: ”god, wanneer help je ons uit de stank, smeurie en armoe”. Ondertussen passeert de ene Mercedes na de andere BMW hem.
De volgende dagen nog een aantal standaard plekjes van Bombay aangedaan:
– Gateway of India
– boottrip naar Elefantine Island alwaar een Shiva met 3 hoofden in een grot is geplaatst terwijl een kolonie apen voor de nodige onrust en hilariteit zorgen
– Haji Ali bezocht, een moskee welke alleen bij laagwater bezocht kan worden daar anders de toegangsweg overspoeld wordt door de golven van de Arabische Oceaan
In Zuid-Bombay is er zelfs een heus ‘birth prevention HQ’. Het begint hier dus, net als in China, ook te dagen dat ze iets moeten doen…
Op mijn laatste dag van fase 1 van mijn wereldreis, besluit ik het internet maar weer eens op te zoeken. Een week of twee geleden zag ik wat foto’s van Renee, mijn nichtje, in mijn mailbox zitten. Echter, de internetverbinding was dusdanig traag dat de foto’s niet ingeladen konden worden. Nu in Bombay, lukt het wel. Ongelooflijk, wat is ze groot geworden. Volgens mij heeft ze ook mijn glimlach geërfd.
Nothings stays forever
Waiting for so long but finally there
On top of the world
People you meet, mountains you climb
But know, you come to the point where
Where you don’t wanna go
You wanna stay longer
Never time enough
Too much place to go
Getting to know new visions
Visions of life you feel the same
Hearing so much stories
Stories you haven’t read
You don’t know how to quit
You can’t continue like this forever
A dream like this seems impossible
Nothings stays forever
You gotto get back
Back to what life once was
Back to a place a lifetime ago
Back to reality
This is a dream, a nightmare
One day you’ll wake up in sweat
What have you done with your life
You should work, work, work
Met deze gedachte sluit ik het hoofdstuk India van mijn wereldreis af. Wetende dat ik nog harder moet genieten van dit jaar, deze droom, niet nadenken over wat me te wachten staat als ik terug kom. Niet doen!