The city that never sleeps
Cairo – Egypte, december 2007
3 uur ’s nachts. De aankomst hal van Cairo International Airport.staat bomvol met Egyptenaren, welke hun familie, geliefde of vrienden op komen halen. Voor het eerst in jaren word ik opgewacht op een vliegveld in een ander land dan Nederland om van een korte culture break te genieten in Cairo en omgeving.
Per taxi vertrekken we met zijn drieën naar Down Town Cairo. De taxirit maakt meteen al duidelijk dat ik me in een niet-westers land begeef. De kilometerteller wijst namelijk ruim 140 km/u aan en de stippellijn welke de rijbanen van elkaar zou moeten scheiden, wordt totaal niet gerespecteerd. Zo ook niet de andere weggebruikers. Het recht van de bijdehandste rijder geld. Gewoon je auto ertussen door duwen, hopen dat een ander wel het rempedaal kan vinden. Welkom in Egypte!
Maar dit is nog niets, daar het nu “relatief rustig” op de weg is. Al snel blijkt wat een enorme metropool Cairo is, daar de rit van circa 50 minuten ons 45 minuten door de stad voert. Ondanks het tijdsstip leeft Cairo als een ‘city which never sleeps’. Mensen lopen als een mierenleger op straat, ze eten op straat bij een altijd open zijnde shoarmazaak, ze roken waterpijp op straat, de vuilnisbakken roken ook, de flikkerende nepmerk horloges worden aan de man gebracht, de kleren hangen te wapperen in de stadsdampen te wachten op een koper, auto’s rijden overal om ons heen, de automobilisten toeteren zich drie keer in de rondte als zijn of haar voorganger niet hard genoeg doorrijdt en overal brandt er licht in de huizen als teken dat Cairo nog geen slaap heeft. Nog eventjes en het gezang van de moskee zal weer klinken.
Het is inmiddels half vijf in de nacht. De stad zou moeten slapen, maar doet het niet. Over een paar uur wordt het wel nog veel drukker. Maar voor nu lonkt mijn bed.