Roadtrip Santiago de Cuba – Baracoa
Santiago de Cuba – Baracoa – Cuba, 2006
De sfeer tussen Mama Santiago en haar nichtje is behoorlijk grimmig de volgende ochtend, door niet nader te beschrijven gebeurtenissen van de afgelopen nacht. De ogen van Mama Santiago staan op oorlog. Gelukkig blijkt haar humeur snel aan veranderingen onderhevig te zijn. Ze wil ons koste wat kost helpen bij onze zoektocht naar het autoverhuurbedrijf om de band te laten maken en naar de firma waar we toegang tot de watchtower met uitzicht over de US Naval Base, Guantanamo Bay, kunnen verkrijgen.
De band wordt uiteindelijk gefixt bij een bandenmakerij vlak achter een tankstation. Ondertussen gunnen we een zeer mank lopende man, enkel gehuld in slechts vodden dienstdoende als kleren, een zeer goede bijverdienste. Hij wil namelijk graag ons auto wassen, waarvoor wij hem relatief rijkelijk belonen. Hij glimlacht als een koning voor een dag. Ondertussen wacht Mama Santiago rustig met ons mee langs de weg. Hij lijkt erop als ze er alles aan wil doen om ‘haar jongens’ goed op weg naar Guantanamo te laten gaan.
Toegang krijgen tot de uitzichttoren is helaas niet (meer) mogelijk, aldus de firma Gaviota, gehuisd in een relatief megaluxe villa in een idem luxe buitenwijk van Santiago. ‘Due to the current tensions’, is de reden dat we geen toegang krijgen tot de Mirador de Malones. Tsja, we kunnen hoog en laag springen. Maar een blik op de Amerikaanse enclave Guantanamo zal niet lukken.
We begeven ons nu aan de compleet andere kant van de stad. Mama Santiago staat er echter op dat we haar niet terug naar haar casa brengen, want de autopista begint om de hoek. Van geld van ons voor een taxi wil ze ook niets weten. Wat een lief mens. We nemen afscheid van haar en rijden de stad uit.
De stad Guantanamo is vervolgens vrij vlot bereikt. Het is een nietszeggend, zeer stoffig stadje, zo op het eerste oog. Uiteraard worden alle groten in de Cubaanse geschiedenis hier ook weer geëerd, alsmede de nu vastzittende ‘los cinquos heroes’. Langs de weg staan borden met typische propaganda teksten als:
– socialismus o muerte
– un mundo mejor es possible
Uiteraard komen de VS er op de borden niet best vanaf en wordt de samenwerking met Venezuela als een overwinning beschouwd van het hedendaagse Cuba. Het hedendaagse Cuba dat de Guantanamo Bay uiteraard graag terug wil. Maar de VS voelt er uiteraard niets voor om dit terrein, waar vele gevangenen vast zitten, prijs te geven. Ondertussen staan de grasgolfers rustig op de middenberm het gras te wieden en staan de ‘mannen in gele hesjes’ lifters te verdelen over stoppende auto’s.
Geen Guantanamo Bay dus. In plaats daarvan rijden we door naar de hemel. Een kurkdroog berglandschap vol met machtige rotspartijen en hoge cactussen, valt ons ten deel. Buiten is het heet, bloedheet. Huizen in dit gebied zijn schaars. Niemand wil hier wonen. Dan laat de zee zich aan ons zien, als de carretera ons voert langs de Caribische zee. Hier en daar zijn ook militaire checkpoints opgesteld, welke nauwelijks serieuze controles uitvoeren. Af en toe wordt er een heel vluchtige blik geworpen in de autopapieren en paspoorten, gepaard met een grote glimlach van een grote snor in een groen uniform.
De zee slaat her en der hard met de watervuisten op de kust. Het lijkt wel alsof de zee het land wil terug veroveren. Echter, de rotsen zijn ijzersterk en willen zich niet zo maar overgeven. Het water spat af en toe meters omhoog, na tegen de kliffen aan zijn gekwakt. Even genieten van het vergezicht over rots, berg en azuurblauwe zee is als een blik in de hemel.
In plaats van een hels kabaal van passerende auto’s, maakt Moeder Natuur zelf een hels kabaal wanneer Zij de zee laat spelen met het land.
De zon geeft de zee 2, 3 tinten blauw mee, geschilderd onder de strak blauwe hemel, opdat simpele mensen zoals wij hun eigen ogen niet geloven dat zoiets moois bestaat. Aan de horizon ontmoet een bergketen zijn buur, de zee. Ze schudden elkaars handje, hetgeen een witte veeg van schuimkoppen oplevert. Er is niks, niemand welke dit beeld van de hemel verstoort. Alle stress ebt weg. Alles klopt op dit moment.
De hoge kliffen jagen me enige angst aan. Eén verkeerde pas zal leiden tot een tiental seconden durende val door de lucht alvorens het woeste zoutbad de val onderbreekt. In de kliffen zijn tientallen eeuwenoude fossielen zichtbaar, welke hier gewoon open en bloot aan de mens worden vertoond. Hoe klein voel je je dan als mens, welke maar een jaar of tachtig rondloopt op deze aarde.
De weg buigt bij Cajobabo af landinwaarts. De weg welke we nu gaan berijden is pas gelegd in de 60-er jaren en is een van de showpieces van de Cubaanse vorderingen in de bouw. De weg, La Forala genaamd, verbond toen pas de eerste Spaanse nederzetting in het tijdperk van Columbus, Baracoa, met de rest van het land. Al die tijd kon Baracoa alleen bereikt worden over zee of door de lucht. Ik ben benieuwd of Baracoa net zo gespaard is gebleven van de ontwikkelingen van het moderne leven als bijv. Niquero.
De gehele weg is prachtig en ongelooflijk. Prachtig gezien de heerlijk groene omgeving. Een enorme afwisseling met de rauwe kustweg. De ene groene heuvel verschuilt zich achter de andere. Ongelooflijk aangezien er feitelijk een driebaansweg zich gedurende veertig kilometer een weg door de bergen slingert. Er is geen enkele oneffenheid in de weg. Ook ongelooflijk zijn de schaarse huisjes, gebouwd op haast onmogelijke plekken op een klif, heuveltop of diep in de vallei, compleet afgezonderd van het leven. Hoe zou het zijn om daar te wonen? De jungle is heel woest. Haast ondoordringbaar op het eerste en tweede gezicht. De palm- en kokosnootbomen spelen een wedstrijdje wie de langste van de klas is. Twintig meter de lucht in, lijkt op het eerste gezicht geen uitzondering. De Rio Jojo en Rio Yumuri laten zich van de berg donderen en zijn verantwoordelijk voor de diep uitgesleten rivierbeddingen.
Eenmaal aan de andere kant van de heuvel begint Baracoa. Het begin van het tijdperk Columbus. Uiteraard is hier ook een baseball stadion gebouwd, net als in ieder klein Cubaans gehucht. Een Cubaan zonder baseball is als een cola zonder rum. Maar wat zijn de spelregels voor Cubanen welke hun sport in de major league beoefenen en ook stiekum uitkomen voor het Cubaans nationaal elftal. Mag dat wel?
Er loopt een soort van malecon langs de kust, met allemaal zeer vervallen, doch uiteraard bewoonde flatgebouwen. Haaks op deze malecon lopen een aantal smalle steegjes, waarvan de huisjes aan weerszijden bijna kunnen neuzelen met elkaar.
Het huis waarin wij vertoeven in Baracoa is een prachtig koloniaal pand, in perfecte staat van onderhoud. Hetzelfde kan gezegd worden over het ontbijt welke wij van de dochters des huizes ontvangen, welke pa en ma te hulp schiet in de dienstverlening. Onze Papa en Mama Baracoa is een ouder stel, vol van tekens van het harde Cubaanse leven. Maar wederom o zo vriendelijk. Inpakken en meenemen naar Nederland. Maar ja, what’s new in Cuba? De glimlach is nu eenmaal overal. Gracias Cuba.