Roadtrip Bayamo – Santiago de Cuba

Roadtrip Bayamo – Santiago de Cuba

Bayamo – Santiago de Cuba – Cuba, 2006

Na een grijze dag van scheuren en half aquaplanen over de autopista door de ogenschijnlijk nietszeggende provincies Sancti Spiritus, Ciego de Avila en Camaguey, zijn we beland in Bayamo. Bayamo is saai. Zeker op een zondag, als zelfs de plaza central uitgestorven is. Er zitten saaien mensen in het hotel. Het eten is niet lekker. Er gebeurt niks, behalve een voorbij lopende travestiet.’s Avonds op CNN zien we dat er de nodige rellen uitgebroken zijnin Santiago de Chile naar aanleiding van het overlijden van Pinochet. Hoe zou het straks verlopen als Fidel echt geen zuurstof meer over heeft?

We vervolgen onze weg naar Santiago de Cuba. Maar we beginnen met een omweg van 250 kilometer. Deze keer omdat we het willen en niet omdat we fout zijn gereden. Maar we zullen voor het merendeel over een slechte weg rijden. Prepare for the worst, dan kan het alleen maar meevallen. Als ons 206-je het maar houdt. Tot aan Manzanillo is de weg picobello. Op de weg passeren we het dorpje Yara. Niet alleen is Yara de naam van een van mijn vier nichtjes. Het is ook de plek waar Senor Cespedes de eerste strijd tegen de Spaanse bezetters begon. Deze Cubaanse held was ook de eerste op het eiland welke inzag dat het houden van slaven niet ‘bueno’ is. Dus hij gaf zijn eigen slaven als eerste de vrijheid terug.

Het landschap bestaat uit eindeloze bananenplantages, suikerrietvelden en her en der een suikerfabriek. We kunnen niet zien welke nu wel en welke niet is ontsnapt aan de sluitingsstorm. Ooit waren er op het gehele eiland 150 a 160 werkzaam, maar nu is dat aantal gereduceerd tot minder dan de helft. Met andere woorden, een enorme impact op de beroepsbevolking. Heel veel mensen zagen zich destijds gedwongen iets geheel anders te doen.

Ondertussen passeren we een aantal mini dorpjes, allen heel gemoedelijk, half in slaap gesukkeld. De weg blijkt, tegen alle verwachtingen in, zo goed te zijn dat we een extra omweg besluiten te maken naar Niquero. Een stadje vol met leven in tegenstelling dat de eerdere dorpjes welke we onderweg zijn gepasseerd. Duizenden mensen op straat, geen een ervan rijdt in een auto. Wij zijn letterlijk de enig rijdende auto in het stadje. De ‘main calle’ kent echter wel file verkeer, maar dan van paard-en-wagens. Een vriendelijke glimlach van de passagiers achterin de wagen, valt ons regelmatig ten deel. Op de markt is het een kleurrijk samenkomen van de inwoners. Overal worden Puma en Adidas shirts verkocht. Ongetwijfeld, de nepperds, maar het geeft wel wat aan omtrent het merkaspiratie niveau van de Cubanen.

Vlak voor een nog actieve suikerfabriek, gewoon gebouwd midden in de stad, ligt een soort van herdenkingsmonument. Op een enorme plaquette staan de namen van de gevallen in de eerste machtsstrijd tegen Batista ten tijde van het aan land komen van Castro’s troepen in 1956. Het was hier, in de provincie Granma, vernoemd naar de boot waarmee Castro aan land kwam, dat het allemaal begon. Het duurde tot aan 1 januari 1959 totdat de strijd van Fidel, Raul en Che dictator Batista te veel werd en naar de Dominicaanse Republiek vertrok. Bijzonder om hier nu te zijn.

‘No revolucion sin educacion’ is een van de laatste borden welke we langs de weg zien staan, voordat we de bergpas inslaan op weg naar Pillon. Een hossende mensenmenigte staat te dringen op een plekje in de veevervoer wagen en een tractor met laadbak. Ook wij worden vriendelijk verzocht mensen van een lift te voorzien. Echter, we moeten hard zijn. De rechterachterband is onze zwakke kant en we willen koste wat kost niet met panne langs de weg komen te staan in de bergen. Even geen risico nemen. Sorry Cuba!

De bergweg blijkt ook al prachtig onderhouden te zijn. Ok, her en der een gat, maar wij en de auto mogen niet mopperen. De vergezichten zijn adembenemend. Als de buikjes weer gevuld zijn na een maaltijd in een compleet verlaten hotel/restaurant in Pillon, aan de andere kant van de bergen, zijn we de les een beetje kwijt. Een foute afslag is het gevolg en eentje welke consequenties had kunnen hebben. We komen namelijk in een grote modderpoel terecht, een modderpoel welke hongerig is. Het kost de auto behoorlijk wat moeite om aan de zuigkracht van de modder te ontkomen. Aangezien we fout zijn gereden, moet we dus twee keer door de modderpoel. Eenmaal weer op de goede weg, blijkt deze vervolgens dan toch in een snel tempo te verminderen. De potholes verschijnen frequenter en frequenter. Op sommige plekken zijn rotswanden deels ingestort, hetgeen de weg behoorlijk ‘vervuild’. Op sommige plekken blijkt pas echter hoe zeer de orkanen van het voorbije seizoen hebben huisgehouden: hele delen van de weg zijn namelijk compleet weggeslagen. Het merendeel van de huisjes welke we passeren bestaat uit enkel riet en hout. Makkelijke prooien voor de orkanen, maar ook makkelijk op te bouwen.

Echter, een en ander heeft wel zo z’n impact op de bossen. Ik zie een man langs het strand een van de schaarse bomen offeren voor of verwarmingsvoer of huizenbouw. Geld voor een stenen fundament is er simpelweg niet in dit ogenschijnlijk vergeten gedeelte van Cuba. Er is in dit bergachtige gedeelte van Cuba nauwelijks landbouw mogelijk. En deze regio heeft het zeer zwaar te verduren gehad met het sluiten van de suikerfabrieken. Aangevuld met het feit dat er geen steden in de nabijheid zijn. Oftewel, weinig reden voor de Cubaanse overheid om dit gebied van een extra financiële injectie te voorzien. Zodoende wordt de achterstand van de mensen hier, alleen maar groter. De mensen welke we onderweg passeren zijn dan ook getooid in iets minder schone kleuren en ogen ook wat magerder. De Cubaanse smile is echter onverminderd aanwezig.

Afstand tussen de onderlinge dorpjes zijn groot. De schaarse camiones, welke onderweg passeren, zijn volbeladen met mensen. De passagiers kijken onverminderd Cubaans vrolijk. Een vluchtige blik naar binnen laat zien hoe divers de Cubaanse bevolking is. Veel verschillende landen van herkomst, maar iedereen zie gebroederlijk naast elkaar zonder enige vorm van afgunst, haat of discriminatie. Dat was totdat Fidel aan de macht kwam, wel anders.

De route langs de zee is prachtig. Diverse rotspartijen welke fier in de zee staan, terwijl de golven hun macht tracht te breken, hetgeen veel waterspetters in de lucht oplevert. Bergen welke linea recta uit de zee omhoog kruipen. Prachtige valleien waardoor vele ‘rio sin aqua’ de zee in glijden. Rustige baaien waarin de diverse kleuren blauw water elkaar prachtig ingekleurd afwisselen. Diverse mangroves welke het zwarte strand bedekken. Prachtige cactussen welke staan opgesteld in dit in de winter warmste gebied van Cuba, vol met muskieten en wilde paarden. Een kudde geiten welke de schaarse graspollen nog kaler graast. Hierna zullen de bomen welke bergopwaarts in groten getale groeien, er aan moeten geloven. Maar al dit moois kan de bewoners van dit gebied niets schelen. Voor hen is het normaal. Eerst brood op de plank in dit achterstandsgebied van Cuba. Maar ook hier gaan de kinderen keurig volgens Fidel’s eisen naar school. Alleen die school ligt wel op kilometers afstand van huis.

Ondertussen wordt de weg slechter en slechter. De ‘happen’ uit de weg lijken inmiddels meer op het aan land komen van een gigantisch zeemonster. Bij de eerste volgende storm zal vermoedelijk dit gedeelte van Cuba niet meer over deze weg bereikt kunnen worden.

Op een gegeven moment naderen we een stenen brug. Een hoopje stenen lijkt de weg te blokkeren. Echter, we kunnen er nog makkelijk overheen rijden. De brugleuningen gaan na een paar meter echter steil naar beneden en even later weer steil omhoog. Zo ook de weg. Op een gegeven moment hoor ik wat lawaai. Ik zie een truck ons passeren over een zandweggetje welke deels door een drooggevallen rivier loopt. Dezelfde rivier waar wij nu over heen rijden. Ehm, rijden we wel goed. Aan de andere kant van de brug staat wederom een klein bergje stenen opgesteld. Ook nu redden we het makkelijk. Maar wat blijkt, dit is de Cubaanse manier om de weg te versperren. Het autootje heeft ons net over een brug vervoerd, welke in het midden is ingestort. Hetgeen ongetwijfeld ook nog gaat gebeuren aan het begin en het einde van de brug. Oke, dat hebben we ook weer overleefd. De mannen in de truck, welke we even later weer passeren op de ‘normale’ weg, moeten uiteraard hartelijk om deze capriolen lachen.

De lucht verkleurt na dit avontuur in een rap van hemelsblauw in helsdonker. Hopelijk komen we snel aan in Santiago de Cuba. Vlak voordat we de stad binnen rijden, daalt een prachtige regenboog zeer dicht naast ons neer. Ik denk op nog geen vijftig meter afstand. Waar is die dwerg, dan kan ik eindelijk eens die pot met goud innen.

Plaats een reactie