Primera noche en Madrid
Madrid, september 2007
Taxichauffeurs. Het maakt niet uit of ze uit India, Bolivia, Ethiopië of Amsterdam komen. Er komt altijd wel een moment dat het gevoel je bekruipt dat ze je proberen af te zetten. Zo ook de eerste de beste taxichauffeur, welke me benadert om met hem mee te rijden naar de Paseo del Prado vanaf de airport van Madrid, zo even na middernacht. Ik vraag hem wat de rit ‘mas ou menus’ zou gaan kosten. “50 Euro, senor!”. Es muy caro, hasta lluego! De eerste de beste andere chauffeur welke ik hierna aanspreek, wijst op zijn meter en schat een bedrag zo rond de 25 euro in. Uiteindelijk staan we een twintigtal minuten later stil bij het via www.hostelbookers.com geboekte onderkomen voor de drie komende Madrileense nachten, nog geen 25 euro lichter inclusief de onvoorziene maar blijkbaar geheel legaal te incasseren airport taxi tax.
Van te voren had ik al gebeld met het hostel om er zeker van te zijn dat we nog binnen kunnen komen, daar in principe de hostel deuren zich sluiten om 11 uur ’s avonds. Ik bel aan en ontvang weinig gehoor. Ik bel nog eens aan en gebruik tegelijkertijd ook mijn 06 om contact met iemand van het hostel te krijgen. Na pas een paar minuten gaat dan gelukkig toch nog de deur open. Middels een haast antieke lift met gietijzeren klapdeurtjes en een gammele liftsluis is het hostel te bereiken, gelegen op de 7e etage van een monumentaal pand.
Bij binnenkomst in het hostel gebaart een wel-drie-Engelse-woorden-sprekende jongeman dat we een minuutje moeten wachten op iemand die ons verder zal helpen. Het hostel ziet er op het eerste gezicht een beetje apart uit. Alle kamers hebben glazen schuifdeuren en de gang door het pand is vrij nauw. Plotseling horen we een geluid, welke ongetwijfeld bij haast iedere kamer naar binnen moet zijn gefladderd. Een stel in een kamer verderop begint het spel der liefde te spelen en de vrouw geniet er naar mate de tijd vordert op en top van. Het lijkt wel haast of iemand de laatste dertig seconden van French Kiss van Lil’Louis op heeft staan. Het is in ieder geval aardig genant. Ik kan mijn lachen dan ook op een gegeven moment niet meer inhouden.
Even later komt er een zwaar bebaarde Duitse man naar binnen, welke ons een papiertje met de standaard NAW-gegevens laat invullen. We betalen hem het resterende geld en worden verzocht met de nauwelijks Engels sprekende jongen mee te gaan. Waarheen? Geen idee. We gaan in ieder geval weer met die antieke lift naar beneden en even later staan we weer op straat. Oké senor, waar gaan we heen? We lopen de hoek en lopen een straat in welke lichtelijk klimt in de richting van het centrum en even later stoppen we bij een ander pand, alwaar we per moderne lift uitkomen in een aftands ogend pand, waarvan de lobby volgebouwd is met tafels, stoelen en banken gelegen op een niet al te schoon tapijtje.
We worden onder meer begroet door een wat zweterig figuur met ontbloot bovenlijf, welke lui onderuit gezakt zit op een leren stoel. Ook hier worden we gevraagd om even te wachten. Even later komen er vijf jongens en een (1) meisje uit een zijgang gelopen, iet wat gehaast en ‘warm’ ogend. Een van de hotelmannen roept vervolgens ‘olala’, doelend op het meisje welke in zijn ogen ‘mooi’ wordt bevonden. Meningen verschillen gelukkig. Direct daarna mogen wij diezelfde gang in lopen, alwaar de kamer is gelegen. Ehm, wat deden die zes mensen even geleden? Uit welke kamer kwamen zij? Zaten ze toevallig even geleden in dezelfde kamer welke wij nu als overnachtingsplek toegewezen hebben gekregen? En wat hebben ze in de kamer zoal gedaan? Ik wil het niet weten. Maar ik kies voor het stapelbed, hetgeen mij de veiligste keuze lijkt.
De kamer is oké, de bedden zijn veel te zacht, de douche doet het, de WC maakt de hele nacht lawaai. Snel maar in slaap vallen, opdat we morgen de Spaanse hoofdstad in volle glorie kunnen aanschouwen. Hasta manana Madrid.