Potentie en ‘choice’
Cienfugeos – Cuba, 2006
Wat een potentieel heeft dit stadje, maar er komt naar weinig van terecht. Een lange malecon, waarlangs prachtige opgeknapte panden in de zon mooi staan te wezen, voert ons naar het centrum. Aan de zuidkant van de stad vervolgt deze weg zijn route langs de kust. Het is in dit gedeelte van de stad waar vele resorts liggen. In het centrum is er verder nog een winkelstraat, welke qua allure de P.C. Hooftstraat tracht te benaderen. De winkels in deze straat variëren van een upper class sigarenzaak, een babyopvang, een kledingdump en diverse kunstateliers. In een van deze ateliers huist een bijzonder portret van Jezus te midden van de duivel, Mona Lisa, Einstein en een naakte vrouw. Deze Cubaanse artiest heeft wel een heel aparte manier van zich uiten. Aan het einde van de straat is een club met een ondoorgrondelijk toegangsbeleid gevestigd. Vervolgens volgt de showpiece van de stad: een plaza welke zijn weerga niet kent. Prachtige gerestaureerde monumentale panden, een soort van Arc de Triomphe zonder inhoud, oude kerktorentjes, een wandelgalerij, een borstbeeld van een onbekend persoon met een duif op zijn kop, een standbeeld van (hoe kan het ook anders) José Marti, een billboard van ‘los cinquo heroes’ en veel, heel veel groen in het midden. Haast uniek voor Cuba, voor zo ver we dat hebben gezien. Echter, een straat af van de plaza en het blijkt hoe veel verval deze stad kent. Of beter gezegd, hoeveel potentie er is.
Want een straatje af van de plaza en je waant je in de buitenwijken van een armetierig provinciestadje. Overal vervallen, half op instorten staande pandjes waarvan de verf bijna overal afgebladderd is. De wegen vertonen veel scheuren. De mensen zijn Cubaans en dus vriendelijk. Sommige mensen wacht niet totdat de overheid hier ook met restaureren begint en nemen het heft in eigen hand. Ze stukadoren er vrolijk op les. Sommige huizen zijn waarschijnlijk niet meer te redden. Zo passeren we onder meer een houten huis zonder dak, waarin de was gewoon te drogen hangt, feitelijk in de buitenlucht dus. Houten palen ondersteunen het huis aan een flank. Moeders zit rustig voor de deur een sigaret te roken, terwijl de was droogt.
Vanaf een zeer armoedig ogend haventje, vertrekt de ferry naar Castillo de Jagua. Alle boten liggen hier feitelijk in de zon weg te roesten. De tocht voert ons door de Baai van Cienfugeos. In het begin passeren we veel resorts en de huizen van de nouveau riche, langs de malecon gelegen. Aan de andere kant van de boot zie ik hoe een visser zijn beroep beoefent vanaf een vlot, waar hij zelf maar nauwelijks oppast. Op weg naar Castillo de Jagua, legt de boot aan bij een paar dorpjes welke compleet afhankelijk van deze ferry lijken te zijn. Castillo de Jagua, de eindhalte, was een van de drie meest belangrijke Spaanse forten. Het nam een belangrijke strategische positie in om de piraten uit het Caribisch gebied tegen te houden.
Aan bord bevindt zich behalve een halve in slaap gevallen schoolklas ook een bijzondere vrouw, Jelennes. Een schat van een gescheiden vrouw, met wie het helaas moeilijk communiceren is, maar met wie we veel lol maken. “No novio, no esposo, mucho tiempo”, zegt ze tegen me. Bedoelde ze hier iets mee? We begrijpen elkaar maar ‘un poco’, maar non-verbale communicatie doet, zoals wel vaker in Cuba, wonderen. Ze leidt ons door het kasteel, welke we in een half uurtje wel gezien hebben, en lunchen daarna bij een vriendin van haar, welke meteen de versgevangen kreeften wil voorschotelen.
Onze casa owner in Cienfugeos weet niet helemaal wat ie wil. ‘Choice’. ‘Open market, very fast’. ‘Ten years? No more waiting. It already took fifty years’. ‘No more Castro!’. Hij weet heel zeker dat Raul straks de macht overneemt van broerlief en dat hij veel harder zal zijn voor zijn onderdanen. Hij verwacht dat Raul, welke volgens hem altijd al op de alleenheerserij uit was, de markt open gooit voor of alleen China of alleen de VS. Heel even twijfelt hij ook aan een Amerikaanse interventie, maar dat kan Bush, ‘el assassino’, niet meer maken toch, na Afghanistan en Irak. Toch?
Maar deze fel ogende casa owner praat veel liever over het leven in Cuba na de familie Castro. ‘Open grenzen, veel geld voor iedereen’. Ofwel veel geblabla. Hij praat over de politieke wind welke in Cuba MOET gaan waaien. Echter, een duidelijke visie ontbreekt volledig.
‘Business’. ‘Money, money, money’. Heel even praat hij over een gasbel in Pinar del Rio. Hij beseft niet dat het abrupt loslaten van het socialisme / communisme grote gevolgen heeft voor velen in de Cubaanse samenleving. Want een free market betekent ook dat school, zorg, etc. straks geld gaat kosten. Geld dat er niet is. Dus als de salarissen dan niet drastisch mee veranderen, zijn er meer verliezers dan winnaars in Cuba op de korte termijn. De lange termijn kan niemand voorspellen. Maar kijk maar naar Oost-Europa, daar is sinds de val van het IJzeren Gordijn, ook niet alles rozengeur en maneschijn in alle landen. Kijk maar naar Roemenië en Bulgarije.
Deze man heeft overduidelijk het beste voor met iedereen, maar verwacht te veel, te snel. Hij verwacht politieke steun en veel geld van Westerse landen. Maar hij heeft nog niet nagedacht over ‘business’. In welke markten moet Cuba ook gaan opereren naast toerisme en landbouw? Hij heeft geen idee. Hij heeft het voor zijn familie prima voor elkaar. Hij heeft zijn casa en zit nagenoeg altijd vol. Dus cash in de hand, hetgeen blijkt uit zijn huisraad welke veel elektronische apparatuur bevat. ‘My neighbours have nothing!’. Straks, … , ooit, in een open markt kunnen meer mensen een eigen casa beginnen. Dan bestaat de kans dat deze beste man straks niet meer iedere dag vol zit, dus minder CUC’s. Het kan hem niets schelen, hij wil ‘choice’. Hij ziet zijn toekomst al voor zich: als schoenpoetser op straat, maar wel een met ‘choice’. Ik spreek hem graag nog eens als hij ‘choice’ heeft.