Overgeleverd aan de wetten van Moeder Natuur
Serengeti, Tanzania – oktober 2007
Wie kent ‘em niet, het nummer ‘Africa’ van Toto. Met daarin de overbekende tekstregel ‘I know that I must do what’s right, sure as Kilimanjaro rises like Olympus above the Serengeti’. Ik kan u allen in ieder geval een ding melden, Kilimanjaro en de Serengeti zullen niet gauw op een kiekje tegelijkertijd vast te leggen zijn, al is het maar vanwege de geografische afstand. Wel is het een feit dat ik op 16 oktober 2007 eindelijk de Serengeti op ga.
De Serengeti is met zijn 140 bij 100 vierkante kilometer een van de grootste, onafgesloten wildlife parken in de wereld. Een echte survival of the fittest vlakte, waarbij iedere carnivoor op alles loert wat maar beweegt. Moeder Natuur heeft een iedere individuele dierensoort iets unieks meegegeven, waarmee ze hun eigen moord kunnen voorkomen. Voor de gelukkige mens welke deze vlakte mag bezoeken, is het een ware vlakte van eindeloos genot. Er lijkt geen einde aan te komen. Heerlijk om dan je gedachten op nul te zetten, al je sores te vergeten en puur te genieten van de eindeloosheid welke Serengeti heet.
Bij de toegangspoort van het NP Serengeti is een klein heuveltje gelegen, alwaar vanaf de top de eindeloosheid van het landschap goed zichtbaar is. Enkel wat wolken doorbreken de gele massa van het dorre gras. Op de heuvel krioelt het van de meest magistrale hagedissen. Getekend in felle kleuren blauw, oranje en een roze kop schieten ze voor me uit. Als ik een van de beestjes achtervolg, verdwijnt de oranjekleur en lopen roze en blauw vlekkeloos in elkaar over. Moeder Natuur is een waar kunstenaar.
Het eerste levende wezen welke ik tegenkom is een impala, welke nog vrolijk over de Serengeti vlakte uitkijkt naar mogelijk naderend gevaar, alvorens weer door te gaan met zich te voeden. In het hoge gras kunnen diverse katachtigen, welke overwegend impala op het menu hebben staan, relatief makkelijk het beestje benaderen zonder meteen gezien te worden. Een struisvogel steekt ook wat vaker dan normaliter zijn hoofd uit in plaats van in een gat. Safety first! En het blijkt terecht. Even later marcheert er namelijk vrolijk een kudde leeuwen inclusief welpjes gewoon langs de weg, enkel op een paar meter afstand van ons voertuig. Ze zien geen gevaar in ons. Ik wel in hen. Ze lopen gewoon voorbij alsof het de gewoonste zaak van de wereld is voor hen. Dat zal waarschijnlijk ook wel het geval zijn. Ze zijn waarschijnlijk gewoon gewend aan de honderden, duizenden toeristen per dag voor wie het wel bijzonder is om een leeuw in zijn eigen leefomgeving te mogen aanschouwen. Maar wat ik me toch serieus afvraag is wat doen deze beesten op de weg, in plaats van op de kilometers en kilometers open vlaktes te wandelen? Ik en mijn Canon vinden het natuurlijk prachtig, maar ik vind het toch raar.
Even verderop ligt een volgende kudde leeuwen, volgens de gids gebeurt het niet zo vaak dat er zo veel leeuwen te bewonderen zijn. Nu zijn we getuige van een prachtige leerervaring voor de jonge leeuwenwelpjes. Moeder heeft een kudde gazelles in het vizier en ziet er wel een smakelijk exemplaar tussen zitten. Een groot aantal kleintjes maakt zich heel klein tussen de hoge graspollen. Iedere keer als hun moeder een meter voorwaarts gaat, kruipen ze mee, als moeder omhoog komt om de situatie opnieuw in te schatten, kijken ze mee. Ze doen hun uiterste best om iedere stap goed te volgen. Over een paar jaar moeten ze namelijk voor zichzelf kunnen zorgen en dan kun je nu maar beter goed opletten. Het is een traag jachtproces. In twintig minuten is de groep leeuwenwelpjes met hun moeder misschien vijftig meter in de richting van de gazelle geslopen, maar het mag niet baten. De kudde gazelle rent al springend, met de achterpoten harde klappen uitdelend, weg. Helaas voor de familie leeuw. Ze zullen nog even moeten volhouden met hongerige magen.
Naar mate we verder de Serengeti op rijden, lopen er steeds meer potentiële maaltijden rond voor de leeuwen, in de vorm van een nog grotere kudde gazelles. Even later passeren we een aantal kopjes, gigantische rots blokken welke een aparte afwisseling vormen in het droge landschap. Kopjes zijn stukken van de Ngorongoro kraterwand, toen deze nog veel groter was. Zeg maar gerust 4 (!) kilometer hoger. Een big bang heeft toen de hele bergpiek van wat ooit Ngorongoro mountain was, weggeblazen en zodoende regende het rotsblokken zo groot als huizen over het landschap. De kopjes zien eruit als gigantische eieren, soms rechtop staand, soms omgevallen. Wonder boven wonder weten er zich ook bomen en struiken op de rotsen te manifesteren. Ze doen ook dienst als schuilplek voor leeuwenwelpjes welke moederziel alleen zijn. De welpjes liggen heerlijk te genieten van de schaduw en poseren graag voor een foto. Het zijn net grote uitgevallen poezen, welke je zo even zou willen aaien. Oetsji koetsji. Ehm, waar is Mama eigenlijk? Nu ogen ze nog lief, maar straks…
De kopjes komen naar mate de rit vordert, frequenter en frequenter in beeld. Eigenlijk raar, als je je bedenkt dat we ook steeds verder van de Ngorongoro krater vandaan rijden. Bij een waterpoel is een kudde Thomson gazelles rustig aan het drinken, enkel gade geslagen door een kudde toeristen. Oftewel geen gevaar. Een kudde buffalo’s kleurt even later het land donker. Een mooie prooi voor mama leeuw om mee te sleuren naar haar kinderen.
Een eenzame hyena welke in de kudde aan het rondneuzen is, waagt zijn kans niet om een Buffalo biefstuk te verkrijgen. Hyena’s gaan altijd in groepsverband op jacht, minimaal met zijn vieren of vijven. Tegen de snelheid van een gazelle kunnen ze niets tegen in brengen, laat staan tegen de kracht van samenwerkende Buffalo broers. Voor nu is het hopen voor de eenzame hyena dat er ergens nog een kadaver ligt, waar nog een beetje wat van af te knagen valt. Een hapklare brok dus.
Bij een vieze stinkende poel houdt een grote baviaan de wacht. Hij oogt imposant en arrogant zoals hij daar zit bij de waterkant. In de poel dobbert een kudde nijlpaarden wat rond, bescherming zoekend tegen de kracht van de middagzon. Een kudde olifanten laat even verderop ook niet al te veel actie zien, als ze onder een soort van paraplu boom staan te schuilen tegen de hitte. Twee leeuwen laten ook blijken de warmte even niet aan te kunnen als ze de schaduw van een boom opzoeken. Of zijn ze hun energie aan het opsparen voor nachtelijke jachtavonturen?
Een verdwaald nijlpaard is aan de wandel over het stoffige 4WD weggetje over de eindeloze vlaktes van de dor en droge Serengeti, ver van de dichtstbijzijnde waterpoel. Wat doet dat beest hier helemaal in zijn eentje, vraag ik me af. Verdwaald? Verjaagd? Op avontuur uit? Ondanks zijn grote logge lichaam, kan dit fantastische beest toch best behoorlijk de pas er in zetten. Hij hoeft zich geen zorgen te maken voor een mogelijke aanval van de leeuwen. Die weten wel beter? Zo’n tien tonner die op je stapt is ook geen pretje. Onze chauffeur rijdt schuin achter het beest, als het beest plotseling een beweging in de richting van ons voertuig maakt, dreigend de weg op te gaan. Dreigend ons voertuig en kopje te willen geven? Onze chauffeur trapt vervolgens op de rem, waardoor het beest hopelijk in ziet dat we verder geen kwade bedoelingen hebben. Na een paar seconden, verdwijnt de kolos weer tussen de struiken.
De vegetatie neemt langzaam maar zeker weer toe. Diverse mierennesten van een meter hoog doorbreken het land. De heuvels komen rap dichterbij, zo wordt het Serengeti plateau van de nodige variatie voorzien. Ook al zijn dit slechts de zeer licht glooiende versies van het begrip heuvel, Limburg zou ze graag willen hebben. De temperatuur daalt gestaag nu de zon langzaam maar zeker aan kracht verliest. De temperatuur van de motor daarentegen wordt er niet koeler op. De warmtemeter staat geheel naar ‘rechts’. Dit duurt al enige tijd, dus het verbaast me niets dat de motor er op een gegeven moment gewoon mee uit schijt. De chauffeur gooit diverse malen een literfles water in de motor, waarna de meter heel eventjes meer naar links gaat. Maar even later springt hij toch weer in zijn geheel naar rechts. Het water stroomt er aan de onderkant van de auto weer uit, zo blijkt later. De auto moet zelfs worden aangeduwd om de motor weer aan de praat te krijgen. Met het tempo van een slak rijden we door in de richting van onze overnachtingcamping. Lopen was wellicht sneller geweest, maar ook niet zonder gevaren met het oog op de ondergaande zon. Dit betekent namelijk dat het jachtseizoen weer geopend is.
De volgende ochtend zijn een groepje foei lelijke vogels en de gazelles als eerste wakker om van de eerste koele zonnestralen te genieten en om de buikjes weer te vullen. De gazelles knabbelen in alle rust aan de grassprieten zonder enige zorg. Plotseling is het echter gedaan met de rust en springt de voltallige kudde van 20 wellicht 30 gazelles voor onze neus vandaan. Wie of wat heeft deze rust verstoord? Zagen ze ons als dreiging? In het hoge gras kan ik in ieder geen levend wezen bespeuren welke hun plotse angst zou kunnen hebben veroorzaakt. Het geren annex gehuppel is een genot om naar te kijken. Met gigantische sprongen banen ze zich een weg naar een veiliger onderkomen. Met deze sprongen, hun snelheid en wendbaarheid in combinatie met de harde trapbeweging maken ze zich moeilijk vangbaar. Een mooi geschenk van Moeder Natuur.
Een kolonie grote roofvogels badderen zich wakker in een poeltje. Ze ogen een beetje moe, wellicht door nachtelijke jachturen. De gieren zitten zoals gewoonlijk ook al op dit vroege tijdsstip in de hoogste boom, in de hoop een vroeg ontbijtje te kunnen scoren.
Een paar jonge aapjes hebben ook vroeg het nest verlaten om lekker buiten te kunnen spelen. Hangend aan bungelende takken en elkaars armen is het niet lang wachten tot het eerste apejong naar beneden dondert. Gelukkig zijn ze hier lichamelijk op gebouwd en spelen ze gauw weer door. Een voor dit spelletje nog iets te jong aapje, verstopt zich liever bij haar moeder, haar stevig omarmend. Het duurt nog wel even voordat deze baby-aap kan meespelen met de grotere kinderen. Een nijlpaard laat zich vergezellen door diverse vogels op zijn rug, tijdens zijn ochtendwandelingetje door het hoge gras op zoek naar een lekker modderpoeltje om de rest van de dag erin te verblijven. Dat het poeltje een uur in de wind stinkt, lijkt het beest niet te interesseren.
Een kudde van zo’n tien olifanten steekt de weg over rond het middaguur op de warme Serengeti. De olifanten hebben ons ongetwijfeld gezien, maar laten ons verder met rust. De kleine Dombo blijft heel dicht bij zijn moeder, nog niet goed wetende wat hij van zo’n raar wit voertuig gevuld met piepkleine wezentjes erin moet denken. Een olifant welke zich in de achterhoede van de kudde begeeft, wend plots zijn hoofd in onze richting, waarna hij zich van de kudde keert en hard onze kant op komt lopen. Oh jee! Op een meter of twee afstand blijft dit fantastische wezen weer staan, waarna hij voor enkele seconden het oogcontact met me houdt. Even later draait hij zijn hoofd, met een krachtige beweging, abrupt de andere kant op en voegt zich weer bij de kudde. Een lekkere maaltijd in de vorm van wat doornige struiken is toch veel interessanter dan wat toeristen in een auto.
Een mannetjes leeuw met imposante manen, zoals je ze kent uit de Lion King, rust in het hoge gras. Waarschijnlijk heeft hij goed gegeten vannacht, hij oogt namelijk voldaan als na een goede maaltijd een uiltje knappend. Maar ondanks zijn relaxte overkomen, straalt hij ook iets uit van “I am the king here, so don’t fuck with me”.
Even later belanden we in een soort van rampgebied. Enkele honderden meters achtereen passeren we enkel omgevallen, omvergetrokken, opgevreten, verwoeste, verpulverde en platgewalste bomen. Onmiskenbaar het werk van een kudde olifanten, welke zich niet echt met de milieuproblematiek bezig houden. Zonde is niet het goede woord. Problematisch komt dichter in de buurt. Als de verwoesting in dit tempo doorgaat, dan is de Serengeti, als het zoveelste gebied in Afrika: te weten boomloos. Zodoende verdwijnt er een voedselbron voor de een en een schuilplaats voor de ander. Zo ook straks mogelijk voor een uil, welke vanaf een van de laatste van de hoge bomen in dit gebied toekijkt op de kale vlakte, uitkijkend naar een sappig veldmuisje. Even later belanden we in een circus van safari auto’s. Vijftien, wellicht twintig auto’s vormen een file bij een boom. Diverse verrekijkers komen er aan te pas. Onze gids wijst ook tot in den treure naar een boom, maar het duurt even eer ik het doel ook heb getraceerd: een luipaard ligt op een boomtak, hoe kan het ook anders, te luieren. Met zijn poten bungelend langs de tak doet dit beestje weinig meer dan liggen. Enkel heel even laat hij zijn snuit zien. Maar al gauw laat hij merken weinig interesse te hebben in een langdurige fotoshoot. Verderop trekt een grote kudde olifanten en giraffen langszij. Aan de horizon glinsteren eilandjes in de vorm van de kopjes. Van veraf kleine steentjes, eenmaal benaderd zijn het gigantische rotsen begroeid met bomen, struiken, planten en ditmaal bewoond door vele vogelsoorten, waarvan sommige gezegend met prachtig fel kobaltblauw verenpak, welke nog feller wordt zodra de zon een straaltje op het rustig rondfladderende beestje schijnt. Een beestje o zo klein, maar o zo’n genot voor het flink verwende oog.
Een impala is een wilde hond veel te slim af, met dank aan wat deze jumpende beesten van Moeder Natuur hebben meegekregen. Deze beesten springen zo hoog, dat de wilde honden nooit de beesten kunnen grijpen met hun sterke kaken. Daarnaast zijn de impala’s ook zo wendbaar naast het feit dat ze razendsnel zijn, dat de wilde honden geen schijn van kans maken. Het is wachten totdat er een gewond raakt, valt of totdat een pasgeboren en dus weerloze impala ter wereld komt.
De gids ziet van grote afstand een leeuw onder een boom liggen, de bescherming zoekend van het bladerdak tegen de felle zon. De weg naar de leeuw loopt heuvelafwaarts. Langzaam maar zeker rolt de auto in de richting van de leeuw, welke gewoon blijft liggen en geen gevaar in ons ziet. De zon zal hem waarschijnlijk ook wel versuft hebben. Of heeft hij gisternacht een uitputtende jachtsessie gehad? Na nog wat rollen ligt de leeuw op nog geen meter van de auto, ter hoogte van de middelste bank. Ik begeef mij dan op de achterste bank. Het dak van de 4WD staat uiteraard open, opdat we het krachtige beest goed kunnen aanschouwen. Veel aandacht besteedt het beest niet aan ons. Wel ontstaat er een moment van vluchtig oogcontact, maar al snel laat de koning blijken ons te min vinden voor nadere kennismaking. Echter, het dak van een dergelijke safari auto laat wel een groot gat achter, precies ter hoogte van de achterbank. Stel dat dit beest toch onraad ruikt en in de tegenaanval gaat, door op de auto te klimmen, dan zijn de passagiers op de achterbank met een enkele graaibeweging een makkelijke prooi. Ik voel me er op de een of andere manier lichtelijk ongemakkelijk bij, maar de gids vindt dat geen enkel probleem. Met mijn 1,5 liter waterfles als enig verdedigingsvoorwerp in de aanslag, tracht ik te genieten van de nabijheid van de koning der beesten met zijn prachtige manen, maar helemaal gerust ben ik pas op het moment dat we op grotere afstand zijn van dit oersterke beest.
Einde middag is het inmiddels als we ons gereed maken om richting Ngorongoro Camp te rijden, alwaar we een ijskoude nacht zullen beleven. De driver besluit een soort van alternatieve route te nemen. De dirtroad verdwijnt al snel. Enkel een uitgesleten bandenspoor over het diepe gras vormt het pad. Echter, dit spoor verdwijnt ook al snel. Het lijkt erop dat de gids een beetje op goed gevoel richting de krater rijdt, want van een weg is echt geen sprake meer. Maar op gevoel naar de krater rijden zonder kompas, vereist of een uitstekend richtingsgevoel of hij moet de route vaker hebben gereden. Het laatste is in ieder geval niet het geval, want de gids en de kok lijken met elkaar zwaar in discussie waarbij de kok de verrekijker hanteert, ogenschijnlijk op zoek naar een herkenningspunt. Een herkenningspunt? Knap lastig, als je je bedenkt dat het landschap hier nog kaler, nog leger, nog vlakker is als het gemiddelde Nederlandse polderlandschap. Een heerlijke rust in ieder geval. Maar ik hoop niet dat we hier met panne komen te zitten, want op hulp hoeven we hier niet te rekenen. Lees: ik zie in meer dan anderhalf uur geen enkel ander voertuig. De enige levens wezen welke we tegenkomen zijn een eenzame hyena en een steenbok. Er komt een soort van discussie, waarbij de gids benadrukt dat hij absoluut wel weet waar hij is. Maar al snel blijkt uit zijn lichaamstaal en het frequenter gebruiken van de verrekijker, dat dit absoluut niet het geval is. Plotseling roept hij iets over ‘kopjes’ die hij meent te herkennen. Als dit inderdaad de kopjes zijn die hij bedoeld, de Moru kopjes wel te verstaan, dan rijden we in ieder geval wel de goede kant op. Gelukkig maar blijken het ook nog daadwerkelijk de goede kopjes te zijn.
Maar al met al voelen we ons allen toch gedurende enige tijd niet helemaal lekker. Wat als…? Wat als de motor er mee was gestopt? De mobieltjes hier hebben geen bereik, de noodradio in de auto werkt ook niet. Er komt in enkele uren geen enkel ander voertuig ons tegemoet gereden of haalt ons in. Ehm..? Qua watervoorraad hadden we gelukkig nog wel even vooruit gekund. Maar verder waren we feitelijk overgeleverd aan de wetten van Moeder Natuur, net als alle dieren op de droge Serengetivlakte. Gelukkig rijden we twee uur later eindelijk weer krateropwaarts, in de richting van Ngorongoro Camp Site.