Op naar Manyara
Tanzania – oktober 2007
Kilimanjaro laat zich vandaag wel zien vanaf het dakterras in Moshi, zij het voorzien van een dunne sluier. Goed is te zien hoeveel, of beter gezegd hoe weinig, sneeuw en ijs er nog maar op de top ligt.
Per jeep vertrekken we vandaag in de richting van Arusha. Eenmaal Moshi uitgereden, valt het al snel op dat het land echt kurk en kurk droog is. Ondanks dat kunnen de geiten en koeien zich toch prima manifesteren. Het is maar wat je gewend bent, maar ik denk dat een Nederlandse koe hier al snel het loodje legt. Droge gevallen riviertjes laten mini ravijntjes achter in het droge hooi landschap, waar af en toe een boompje mooi staat te wezen in de brandende zon. Voor de rest is het landschap kaal, droog, eenzaam en verlaten.
Arusha laat plotseling een drukte van jewelste zien. Het verkeer staat er langdurig vast. Veel te zwaar beladen huifkarren gevuld met allerlei soorten verkoopwaren worden voortgeduwd door zwaar transpirerende mannen. De uitlaatgassen bedwelmen de voetgangers haast in de snikhitte, opdat de lichaamsgeur van de lokale bevolking er nog verder op achteruit gaat. Vrouwen in prachtige kleurrijke gewaden lopen langs de weg met honderd bananen op hun hoofd. Diverse fietsers passeren, met de fiets aan de hand, terwijl achterop vier of vijf kratten met gevulde colaflesjes worden vervoerd. De drukke markt is geheel overdekt om de handelaren en bezoekers te beschermen tegen de hitte en het naderende regenseizoen. Bij de bushaltes staan vele mensen te wachten op witte busjes, met net zoveel bagage als hun eigen lichaamsgewicht. Ondertussen wordt de was in een emmertje sop ook gewoon gedaan langs de kant van de drukke verkeersader dwars door Arusha City.
Eenmaal het stadje uitgereden passeren we een schooltje in the middle of nowhere, alwaar de kinderen in uniform druk aan het buiten spelen zijn op een stoffig kei-ig terreintje. Moeders zal weer een zware taak hebben om het uniform weer schoon te krijgen vanavond. Langs de weg lopen diverse Masai, te herkennen aan hun rood/blauwe gewaden. In sommige gevallen heeft deze kleine maar o zo bekende bevolkingsgroep, woonachtig in delen van Tanzania en Kenia, zich verder versierd met oor- en neussieraden. Vele ervan houden zich voornamelijk bezig met hun kudde dieren, welke ze begeleiden op zoek naar stukjes gras, terwijl ze enorme stofsporen achter zich aan slepen. Het land heeft dringend behoefte aan regen, maar wel op een gedoseerde manier.
Nog een stukje verder passeren we een enorme Masai markt. Een grote grijze stofbedoeling gevuld met vele houten kraampjes waarin honderden mensen, allen gehuld in prachtige kleurrijke gewaden, er handel bedrijven. Even verder is een Masai dorpje gelegen, al waar enkele tientallen houten rieten hutjes in een cirkel gebouwd zijn rondom de schaarse bomen op de uitgestrekte kale vlakte. Het dorpje is omgeven door een groene haag, wellicht bedoeld om de kudde het weglopen in de nacht te belemmeren. Vraag is dan echter hoe ze in vredesnaam de haag zo groen houden, terwijl het land nauwelijks water te bieden heeft. Slimme mensen die Masai!
Ondertussen naderen we Lake Manyara in een rap tempo, getuige het feit dat de escarpments van de Rift Valley voor ons opdoemt. De rift valley is feitelijk een enorme scheur in de aardkorst, welke loopt van Libanon via Jordanië, de Dode Zee, de Roze zee, Eritrea, Ethiopië en Tanzania om uiteindelijk te eindigen in Mozambique. Oftewel een scheur met een totale lengte van circa 6.000 kilometer.
De eerste de beste giraffe spotten we even van de ‘snelweg’ af. Hij tracht zich te verstoppen achter een boom, maar zijn kop steekt er net boven uit, terwijl het beest vrolijk verder knaagt aan de beste blaadjes welke altijd op de kruin van de boom groeien. Alleen het beste is goed genoeg voor deze majestueuze beesten. De olifanten en andere beesten, welke iets minder kieskeurig zijn, vreten de boom wel verder kaal.
Aan de rechterkant van de weg loert Kilimanjaro, de reus van Afrika, gehuld in een dik pak wolken. Aan de linkerkant is het land zo plat als een dubbeltje, met vergezichten over het droge land van kilometers en nog eens kilometers, enkel gevuld met her en der een half overleden boompje of bosje. Onder de schaarse bomen zitten vele koeien te schuilen tegen de overdadige zon. De Masai herders daarentegen zitten in het open veld, de hitte van het middaguur kan hen blijkbaar niet schelen. De Masai leven als nomaden, zonder enige vorm van materie zoals wij dat kennen in de Westerse wereld. Vreemd is het dan wel dat ze flink wat geld vragen als je als toerist een bezoek wilt brengen aan een van de Masai dorpjes, waarin de tijd feitelijk compleet heeft stil gestaan. Wat heb je aan geld als je wil vasthouden aan de eigen tradities, waarin geld in den beginne nooit een rol heeft gespeeld. Waarschijnlijk hebben ze af en toe ook gewoon zin een biertje of geven ze kinderen af en toe ook gewoon een snoepje en vervagen hun eeuwenoude tradities ook.
Ondertussen verhaalt de gids, al rijdend over de opvallend goede weg, wat over de Big 5, een van de hoofdredenen van menig toeristenbezoek aan dit gedeelte van de wereld. De benaming ‘The big 5’ is ontstaan doordat deze beesten (olifant, luipaard, neushoorn, buffel en leeuw) na gedood te zijn tijdens jachtavonturen van blanken in het begin van de 20e eeuw, het meeste geld opleverden. De huid en het ivoor van deze beesten waren destijds in rijk Europa een geliefd object. Daarom maakt het Nijlpaard ook geen deel uit van The Big 5, ondanks dat dit beestje welke behoorlijk ‘big’ is en tevens voor de mens het meest gevaarlijke dier. Doordat sommige diersoorten nu nog steeds worden opgejaagd voor hun huid en/of ivoor en daardoor zelfs met uitsterven bedreigd worden, is dus feitelijk te wijten aan de blanke kolonialisten van meer dan een eeuw geleden.