Masai, Oldopai Gorge & de oorsprong van de mens

Masai, Oldopai Gorge & de oorsprong van de mens

Oldopai Gorge, Tanzania – oktober 2007

De heuvels rondom Lake Manyara zijn behoorlijk steil. Een fietser is dan ook zwaar aan het afzien als deze zich met zijn verse visvangst uit het meer zich een weg bergopwaarts baant.Ondertussen verdwijnt het meer ver onder ons. Tegenover ons hangt een sluier van grijze wolken recht voor ons. De eerste regen doet zijn intrede op het moment dat we Ngorongoro National Parc binnen rijden, op weg naar de Serengeti. We rijden over de kraterwand, welke overwoekerd is met bossen, mossen en ondoordringbare struikwouden. Heel eventjes laat de bodem van de krater zich zien. Echter, de wolken sprinten voor ons uit en bedekken al gauw de hele krater, opdat de temperatuur ook in een mum van tijd met een paar graden is gedaald. De regen komt er aan. Eindelijk!

Langs de weg loopt een kleine jongen, ik schat hem nog geen 8 jaar oud. Ondanks zijn leeftijd heeft hij nu al de verantwoordelijkheid over een kudde van minstens 50 schapen. Buitenspelen mag misschien, mits de kudde genoeg gegeten heeft. School zit er waarschijnlijk niet in, hooguit wat levenslessen van vader en moeder. Deze jongen leeft nu al het leven van een volwassen man: enkel gevuld met verplichtingen en verantwoordelijkheden. Kleine grote jongen.

Een nabijgelegen Masai dorpje wordt compleet omgeven door houten palen, derhalve dienst doende als een soort van stadsmuur, welke de bewoners bescherming moet bieden tegen de wilde beesten van buitenaf en tevens de eigen kudde het weglopen moet verhinderen. De Masai hebben altijd samengeleefd met de wilde beesten. Sinds het ontstaan van deze stam, eeuwen en eeuwen geleden, hebben ze altijd in vrede met de natuur geleefd. Masai jagen niet op de wilde beesten, zoals hun landgenoten wel veelvuldig doen, maar dan voor het geld. Enkel als een Masai jongen een man wil worden, moet deze volgens de overlevering een leeuw doden, waarna hij zijn ‘speer’ krijgt, waar iedere Masai man mee rondloopt. Ben benieuwd welke middelen de jongens gebruiken om de leeuw te doden.

Veel volwassen Masai lopen moederziel alleen rond te dwalen, veelal zonder kudde. Wat doen ze toch, ronddolend in de middle of nowhere? Bezinning? Meditatie? Hoe lang blijven deze mensen nog leven zoals ze nu doen? Hoe lang hebben ze nog voordat ze ook ingeven aan het begrip ‘materie’? Of hebben ze dat al lang gedaan, maar ziet de doorsnee toerist het niet? Hoe lang blijven ze nog wonen waar ze wonen, eer hun land wordt opgeslokt door de national parken Serengeti en Masai Mara in Kenia?

Op weg naar de Serengeti, net de Ngorongoro kraterrand achter ons gelaten en weer in de volle zon rijdend, blijkt hoe immens groot deze krater is. Een enorme vallei omringt de krater, waarbij het hoogste punt van de krater hoog boven het landschap uitkijkt. De wolken vormen enorme schaduwplekken over het land, welke de gele saaiheid van het dorre landschap doorbreekt. Op de bodem van de vallei heeft nog een Masai familie een nederzetting gebouwd. Dit is voor de Masai het heilige, het beloofde land.

Op de hoger gelegen grasweiden aan de buitenkant van de krater ligt een kudde buffalo’s te ontspannen in het gras, de zebra’s grazen zoals gebruikelijk continu door, hoewel één jonge zebra stokstijf blijft staan, wellicht uit angst voor de nog onbekende mens. Een kleine familie giraffen is aan de wandel gegaan, welke prachtig afsteekt tegen de pieken van de krater. Hun pas oogt zeer elegant en rustig, er wordt geen enkele energie verspild in dit mooie decor. Zou ik ook niet doen, nu de temperatuur toch flink aan het stijgen is.

De open vlakte van de Serengeti komt even later al snel in beeld. Redelijk kaal, vlak, droog en warm. Maar plots houdt de vlakte op en stort het land in en vormt het een glooiend, messcherp geheel. Oldopai Gorge laat haar ruige natuur in de brandende zon zien. Een aardige val naar beneden kan hier gemaakt worden. Slechts een paar doornige struikjes groeien er om een menselijke val in een prachtig natuurlijk schouwspel te belemmeren. Relatief groene heuvels tot in de oneindigheid, een paar majestueuze pieken welke de horizon sieren, een paar stofweggetjes welke zich een weg banen door het adembenemende landschap. Dit gecombineerd met de scherpe rotswanden, de rotssperen welke uit de grond steken, de diverse fantastische gekleurde leguanen en vogels, welke de saaie grijze rotsen de broodnodige kleurvariatie geven.

Maar boven alles is het de gigantische taartvormrots welke pontificaal in het midden van het decor staat, welke voor een prachtig schouwspel voor de ogen zorgt. Jammer alleen dat busladingen toeristen de rust verstoren in God’s land, welke dringend toe is aan de short rains, welke vorig jaar niet zijn komen opdagen, aldus de gids. Alle beekjes in de vallei staan droog, kurkdroog.

In deze vallei zijn overigens bijzondere ontdekkingen gedaan in het kader van de oorsprong van de mens. Het zou maar kunnen zijn dat God besloten heeft hier de eerste voorouders van de mens te laten rondwandelen, hoewel wetenschappers daar graag over kibbelen. Is het Tsjaad? Of is het toch Ethiopië? Een klein museumpje op de top van de gorge laat een groot aantal foto’s zien van de bevindingen van Louis en Mary Leakey, welke hier vier (!) decennia gewerkt hebben in de zoektocht naar de oorsprong van de mens in dit adembenemende gebied.

Als we wegrijden bij de canyon komen we op een enorme zandvlakte terecht. Het zal wel een mooie shortcut zijn op weg naar de Serengeti. Met enkel aan de horizon de kraterwand, her en der een schaarse paraplu boom en wat dorre struikjes, is er verder alleen maar zand. Zand, zand en nog eens zand. Dood land overal. Het duurt dan ook niet lang of ons voertuig begint een beetje te slippen in het zand, maar keer op keer lijkt het goed te gaan. Totdat we echt vast komen te zitten. De driver is niet al te slim door te lang met vol gas de auto uit het zand trachten te rijden. Zonder succes uiteraard. De oplossing echter is niet heel bijzonder: simpelweg duwen, terwijl een Masai groep het geheel gade slaat. Even later vervolgen we onze weg weer. Een stukje verderop staat een andere auto ook vast. Echter, deze staat wel heel erg vast. Een wiel is compleet weggezakt in het mulle zand. De relatie tussen de gidsen onderling is uitstekend, want niet alleen onze gids en kok stappen uit om te kijken of ze van dienst kunnen zijn. Ook de bestuurder van een andere auto stopt al gauw, welke tracht de vastgelopen auto los te krijgen met een sleeptouw. Echter, zonder succes. Maar in plaats van naar andere mogelijke oplossing te zoeken, blijft de chauffeur het proberen. Zo lang, totdat deze auto ook is vastgelopen. Dat zijn er dus twee. Even de Wegenwacht bellen! Diverse Masai vrouwen met kinderen in een doek dienst doende als draagzak, staan erbij en kijken ernaar. Als we anderhalve dag later terug rijden langs dezelfde plek, staat een van de twee voertuigen er nog steeds, inmiddels ontdaan van een van zijn wielen.

Zodra we weer rijden in de richting van de toegangspoort van de Serengeti NP begint de eindeloze nietsheid. Een paar kilometer lang is het landschap kaal en leeg, er leeft bijna niks, er groeit bijna niks anders dan dor gras. Er heerst complete rust, met uitzondering van een zandstormpje, welke het zicht tijdelijk belemmert en een waas over het landschap vormt. Enkel een struisvogel durft zich hier te vertonen aan ons, elegant lopend op zoek naar eten in de droge bodem. Voor roadrunner dreigt er in dit gebied in ieder geval niet het gevaar van een kudde roofdieren welke ook van struisvogelbiefstuk houden.

Plaats een reactie