Mama Trinidad

Mama Trinidad

Trinidad – Cuba, 2006

De goede weg vinden naar Trinidad vanuit Santa Clara is niet zo gemakkelijk. Minimaal 10x moeten we om de weg vragen, daar de Cubaanse bewegwijzering zeer te wensen overlaat.

Onderweg pikken we diverse lifters op, waaronder een moeder van 28 met haar uit de kluiten gewassen baby van anderhalf jaar, Jasmael. Haar man is, in haar eigen woorden, ‘finito’. Ze woont weer bij d’r ouders en is ‘mama di casa’, als ik haar vraag wat voor werk ze doet. Een stukje verder in wat hopelijk de goede richting van Trinidad is, geven we een vrouw van middelbare leeftijd een lift. Met haar reist ook een stok- en stokoud mannetje mee, welke ogenschijnlijk meer dan honderd jaar oud lijkt en dus waarschijnlijk achter in de zestig is. Deze man komt met zijn laatste beetje zuurstof annex levensenergie naar de auto gerend. Alsof we anders wellicht zouden doorrijden? Deze man blijkt compleet onverstaanbaar te zijn als hij tracht met ons te communiceren. Zijn volume van praten is hoog en hij slikt al zijn woorden in. Jammer, wan deze man had ons waarschijnlijk heel mooie verhalen kunnen vertalen over het Cuba van ‘toen’.

Een paar minuten nadat we deze twee mensen hebben opgepikt, verandert de weg in een mijnenveldresultante. De weg wordt zwaar heuvelachtig. Het zijn zeker geen kinderachtige heuveltjes waar ons 206-je zich een weg naar boven knokt. Het uiterste wordt van ‘em gevraagd. De vergezichten vanaf de top van de heuvels is adembenemend. Slangende riviertjes door een diep uitgeslepen vallei, waar de bomen en struiken als een groene sluier de bodem bedekken. Een compleet groene oase, compleet in rust, geen stinkende stadjes of auto’s in de buurt.

We passeren een paar dorpjes als Placetas, Fomento, Guiniade Miranda en Iznaga en dus zijn we wederom fout gereden. De kortste route zou ons namelijk door Manicaragua voeren. Nu zijn we er zeer ruim om heen gereden. In Iznaga worden we een beetje vreemd maar wel zeer vriendelijk aangekeken. Vreemd omdat de lokale bevolking niet begrijpt wat twee toeristen hier in vredesnaam te zoeken hebben en vriendelijk omdat het Cubanen zijn.

Ver voordat we Iznaga binnen rijden, zien we een soort van kerktoren voor ons opdoemen. Een beetje in the look van de Towers uit de Lord Of The Rings. De toren straalt van een afstand veel macht uit. Macht over het omringende dorpje. Niets is minder waar. De toren blijkt een slaven watchtower uit vroegere tijden te zijn. Vanaf de top kon een groot gedeelte van de omgeving, welke uit eindeloze suikerrietvelden bestaat, in de gaten worden gehouden. Het waren destijds duizenden en duizenden Afrikaanse slaven welke de velden bewerkten. In die tijd was Cuba voor menig land een zeer belangrijke handelspartner. Want men dank aan de door de Spanjaarden meegenomen suikerplanten, was Cuba in die tijd marktleider in de suikerbusiness. Als we Iznaga een paar kilometer achter ons hebben gelaten, is de toren nog steeds goed zichtbaar. Over macht gesproken …

Even later rijden we Trinidad binnen. Meteen voel ik me alsof in de tijd teruggeworpen. Geen stoplichten, geen verkeer, cobblestone straatjes. Dit zou volgens velen het meest ‘vervelende’ stadje zijn van Cuba. Je zou hier namelijk geen moment rond kunnen lopen zonder ‘lastig gevallen’ te worden door hoteltouts, souvenirhawkers en anders mensen welke in het toerisme hun brood verdienen. We rijden langs een aantal casas, waarvan casa nummer drie ook daadwerkelijk ruimte voor ons heeft. ‘Mabel y Camacho’ hebben een fantastische rooftop room met een zeer groot dakterras. Perfectemundo!

Een korte avondwandeling door donker Trinidad voert me over de moeilijk beloopbare straatjes van het centrum. Geen seconde loopt de weg waterpas. Bijna ieder huis heeft de deuren en ramen aan de straatkant wagenwijd open, opdat de toevallige passant een compleet beeld krijgt van het interieur van een Trinidaans huis. Zonder schaamte mag iedereen naar binnen kijken, sommige bewoners zwaaien me zelfs toe terwijl ze onderuit gezakt op hun bank liggen, met de fles Club Havana op een centrale plek op de salontafel geposteerd. Hoe anders zijn Nederlanders, waar ieder huis pot en potdicht zit, verschuilt het interieur zich achter een dikke laag van gordijnen en vitrages. Deze wandeling levert me ook de nodige ‘special services’ op. No gracias!

In onze casa ontmoeten we Theresa, een 30-jarige producer van CNN. Ze is al een jaar of acht niet meer woonachtig in haar thuisland, Argentinië. “There are too many Argentinians in Argentina” is argument. Haar droom: “working in the fields, reporting the news from Latin America”. Werk genoeg lijkt me zo met de aanstaande verkiezingen en de effecten van de reeds voobije verkiezingen in onder meer Nicaragua, Venezuela, Ecuador. Om nog maar te zwijgen over ‘the swift to the left’ in Bolivia en Chili. Overigens zal er in Cuba ook het een en ander veranderen als Fidel er niet meer is. Of toch niet..?

Overdag blijkt hoe kleurrijk Trinidad is. Alle huizen zijn in verschillende kleuren geschilderd. Iedereen heeft bij de buurman gekeken welke kleur verf daar tegen de muren is gekwakt en vervolgens een andere kleur gekozen voor de eigen buitenmuren. De dakpannen van menig huis zijn overigens aan spoedige vervanging toe. Veel huisjes zijn versierd met prachtige poorten. Door de straten valt continu het getrippel van paarden te horen, welke met hun achter gespannen wagens het voornaamste openbaar vervoer voor de locals door de stad vormen. Diverse oude mannetjes banjeren langzaam door de straten van Trinidad, met hun gebogen ruggen en strohoeden. Geld voor de paardentram hebben ze waarschijnlijk niet.

Er zijn niet veel auto’s in het centrum. Degene die er wel staan, lijken allen van toeristen te zijn, daar ze te nieuw ogen. Toeristen ja, ze zijn hier en masse, maar aan de andere kant valt het ook wel weer mee. Want een straatje de andere kant op en de toeristen verdwijnen als sneeuw voor de zon en begint het echte Trinidad. Ja, op de trappen achter de centrale plaza, daar ontkom je er niet aan. Iedereen lijkt daar bij elkaar te komen voor een Cuba libre of een simpele serveza. Hier komen ook de meeste touts bij elkaar, maar ik vind het allemaal erg meevallen. In vergelijking met India zijn het eigenlijk gewoonweg watjes.

Onze gisteren grondig gewassen auto moet er weer voor even aan geloven als we koers zetten in de richting van Parque el Cubana, over een zeer stoffig zandweggetje. Nadat we onze auto geparkeerd hebben, is het een wandeling van een klein half uurtje, voor het merendeel bergopwaarts door een stukje jungle, op weg naar een waterval. Een Cubaanse dame van 61 (!) springt alsof ze weer een klein kind is, zo van een 5 meter hoge uitstekende rots in de waterpoel. Even later ligt Jeroen er ook in. En ik, ja ik moet eerst wat angsten overwinnen. Het duurt effe.

Mijn must om te springen wordt plotseling een noodzakelijk kwaad. Ik moet namelijk eerst een klein stukje naar beneden lopen al vastgrijpende aan takken, touwen en rotsen alvorens op het springschavot te komen. Dit uiteraard op mijn schoenen, zoals het goede toerist betaamt. Jeroen staat een paar meter hoger klaar om mijn schoenen op te vangen, net zoals ik eerder zijn schoenen ving. Echter, door een tamelijk beroerde worp mijnerzijds, ketst mijn schoen tegen een rotswand en duikelt zo de waterpoel in. Tja, springen is nu noodzakelijk, want verder begeeft zich er op dit moment namelijk niemand in de waterpoel en ook schoenen kunnen zinken!

Twee keer eerder heb ik een dergelijke sprong moeten maken, twee keer eerder heb ik doodsangsten uit moeten staan. Het door mij meest gehate onderdeel van de Discovery Challenge, zorgde altijd voor de nodige oponthoud, welke zo kon oplopen tot vijf minuten. Nu ik echter mijn schoenen daar zo half zie drijven, half zie zinken, een paar meter lager, duurt het dertig seconden (kan iets meer zijn) eer ik de sprong in het diepe waag. Het water is gelukkig redelijk warm. Eerst mijn schoen in veiligheid brengen, alvorens te douchen onder de waterval. Die douche bezorgt me een flinke klap op mijn schouders, door de enorme kracht van het water dat zich laat vallen van de metershoge rotswand. Achter de grond bevind zich een enorme grot, het einde kan ik in ieder geval niet zien en ben er niet de persoon naar om dat te ontdekken. Het plafond is bekleed met prachtige stalagmieten, zo lang dat ik er al zwemmende bijna mijn hoofd er tegen kan stoten.

Terug op het droge ontmoeten we een groep locals en hun Iers/Italiaanse vriendin. Gastvrijheid boven alles, oftwel de fles Cubaanse rum gaat al snel in de rondte. Heerlijk om je mee op te warmen. Even later zetten we koers richting de casa om even te relaxen op het dakterras.

Onze mama di casa is een schat met de meest fantastische glimlach, welke ik in tijd heb mogen bewonderen. Een ‘mama’ welke ons fantastische maaltijden voorschotelt. Een ‘mama’ welke met een glimlach de deur voor je open doet als je de sleutel weer es bent vergeten. Een ‘mama’ welke verrassend genoeg veel wil praten over Cuba.

Over het ‘finito’ zijn van de suikerindustrie, over het voor 100% afhankelijk zijn van het toerisme. Zij en haar familie hebben het gelukkig goed met een casa op een van de topplekken in Cuba. Maar wat een potentieel gevaar voor vele anderen. De belastingen welke geheven worden voor casa eigenaars, liegen er ook niet om: 300 CUC per maand in Trinidad, ongeacht of je nu wel of niet gasten hebt.

Gelukkige heeft onze ‘Mama Trinidad’ altijd gasten. In Trinidad is er sowieso geen andere industrie dan de toeristenindustrie. Dit verklaart dan ook waarom er hier zo veel touts zijn, ze hebben feitelijk niks anders om handen. Kun je je voorstellen wat er gebeurt als de toeristen door ‘omstandigheden’ wegblijven.

Gelukkig neemt het gesprek ook een positieve wending. Aan de hand van Fidel is namelijk het onderwijs verplicht gesteld voor iedereen van 5 tot en met 16 jaar. De politie ziet er streng op toe dat iedereen ook daadwerkelijk de lessen volgt. Eén van de kinderen van ‘Mama Trinidad’ kan zelfs nu studeren.

Ook ziet ze een toekomst voor Cuba, door de reeds ingezette lijn van diversificatie en commercialisering, waardoor meer handel met andere landen plaats vindt dan ooit te voren. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld de relatie met Venezuela. “Diversificatie, commercialisering”, vervolgt ze, “dat had Che Guevara al vijftig jaar geleden aangegeven als een ‘must-do” voor Cuba”. Nu gebeurt het dan daadwerkelijk aan de hand van de huidige commercie man en volgens velen de nieuwe Fidel. Gaat er veel veranderen als Fidel komt te overlijden? “No mucho”, is het logische antwoord van ‘Mama Trinidad’. De grootste veranderingen zijn namelijk al jaren geleden ingezet. Ze spreekt ook ronduit over haar niet positieve gevoelens over Raul Castro, welke ook al tegen de tachtig aanhikt.

Een drankje op de trappen van Trinidad laat enorm veel testosteron zien van spierbundels met iets te veel drank in hun lijf, welke jacht maken op de heupenwiegende Shakiraatjes.

In een grot omgebouwd tot club gaat dit ritueel door. Jammer dat die Shakiraatjes zo weinig Engels kunnen spreken. Mijn Spaans is nl. niet zo best, wat me tegenhoudt om een bijzondere, in het oog springende dame aan te spreken. Dit aangevuld met een normale vorm van verlegenheid. Als de club leegloopt spreek ik haar heel even aan, maar mijn Spaans is inderdaad te gebrekkig. ‘Que direccion es su casa?’, lijkt ze tegen me zeggen, of zit er te veel drank in mijn lijf?

De volgende ochtend kleurt de lucht gigantisch grijs. Oftewel, ideaal kloteweer om ‘Mama Trinidad’ op een foto te vereeuwigen en Trinidad te verlaten. We hebben een half eiland aan snelweg voor de boeg alvorens we Santiago de Cuba zullen bereiken.

Plaats een reactie