La Habana

La Habana

Havana – Cuba, 2006

We halen Havana zonder bekeuring voor te hard rijden. Wat een mazzel. We leveren de auto in en gaan per taxi naar La Habana Vieja, de laatste aanlegplaats alvorens we terugkeren naar Nederland.

Havana eindelijk! Wat een vergane glorie! Vanuit de taxi zie ik ontzettend veel panden, welke ooit zo prachtig geweest zullen zijn. De lijnen van de huisjes, de balkonnetjes, de poortjes en de andere tierelantijntjes, geeft een marginaal beeld van hoe mooi het er ooit uit moet hebben gezien. Nu staan een flink aantal casa’s half op instorten.

Veel auto’s, veel lawaai, veel mensen, veel oude glorie, veel stank, veel rook, veel straatverkopers, veel aanstekerbijvullers (is ook een beroep), veel politie om de belangrijkste inkomstenbron van het land, toeristen, bescherming te kunnen bieden in geval van nood. En dat laatste, veel politie, is een understatement. Op nagenoeg iedere straathoek staat wel een agent geposteerd, zich ogenschijnlijk gigantisch te vervelen. Er gebeurt namelijk toch niets. Dit is Cuba. Of ben ik dan te goed gelovig?

In het centrum worden de panden mooier en mooier, oftewel beter gerestaureerd. Hier is dus veel geld van het project FENIX ingestoken. Maar wat een verschil van de drukke randwegen naar het serene Habana Vieja, waar begonia’s over de balconias naar beneden groeien. Oké, af en toe tuft er ook in de nauwe straatjes van het oude Havana nog wel een stinkmobiel voorbij.

De zoektocht naar een guest house voor de laatste paar Cubaanse nachten, verloopt minder soepel dan normaal. Het eerste guest house zit al compleet vol, maar uiteraard kan iemand ons helpen bij onze zoektocht naar een alternatief onderkomen. De telefoon maakt overuren en al snel gaan we op pad naar een ‘amigo’ welke nog kamers over heeft. Echter, hiervoor moeten we flink wat minuten lopen, bepakt en bezakt, door de nauwe straatjes. Af en toe worden we gedwongen opzij te springen, doordat een of ander rokende vorm van gemotoriseerd verkeer ons tegemoet komt rijden. Her en der vind ook een bekend ritueel plaats, welke overal ter wereld voorkomt: mouwentrekkerij voor een aalmoes. Tot dusverre is dit de eerste keer dat ik dit ervaar in Cuba.

De tweede casa welke we binnen lopen heeft wel plek, maar maakt ons instant depressief. De derde casa is de plek waar we de rugzak afgooien en van shirt wisselen, hetgeen na een half uur slenteren in de warme zon sociaal zeer gewenst.

Op de dag dat het officieel winter is, is het een beetje druilerig in Havana. Een grotendeels grijze lucht, waar de zon af en toe door heen kan prikken. Van die schaarse momenten zie je de Havaanse dames zeer genieten, door hun gelaat aan de wereld te tonen vanaf hun balkon. Hopelijk is deze goed gerestaureerd, om het gewicht van de zonaanbidders te kunnen weerstaan. Ideaal weer om de stad te voet te ontdekken.

Kinderen spelen op straat met speelgoed uit grootmoedertijd. Een tol, een handschoen en een baseball gemaakt van elastiekjes welke het luchtruim verkent na een klap door een plastic knuppeltje. Geen PSP, XBOX zijn nodig om de kinderen te entertainen. Ergens zal een hond niet zo blij zijn daar vader en zoon met zijn hondenbal in de straten van oud Havana aan het ballen zijn. Fietstaxi’s tringelen zich een weg door de straatjes, hopend op een betaalde rit door deze kleurrijke stadswijk. Kleurrijk, doordat alle huizen in verschillende kleuren zijn geverfd. Alhoewel kleuren… Voor zover de verf er nog op zit. Maar op veel plekken is het restauratie proces gelukkig in volle gang, om de stad de glorie van weleer terug te geven. De Plaza de Armas is een goed voorbeeld van een perfect restauratieproces. Alles is in picobello staat en is derhalve een grote toeristische attractie, goed gevuld met upperclass restaurant, souvenirstalletjes en zonnebril verkopers. Aan de plaza ligt ook het ‘museo del ciudad, welke veel schilderijen van de groten der Cubaanse geschiedenis bevat. Het merendeel van de toeristen blijft lang staan in een zaal vol met oude rijtuigen en de complete collectie van Cubaanse vlaggen, waarvan er een exact overeenkomt met de hedendaagse Chileense vlag. Maar iedereen loopt voorbij een vitrine, waarin een van de belangrijkste documenten uit de Cubaanse geschiedenis ligt: The Platt Amendments. Het o zo impactvolle artikel III ligt open en bloot voor alles en iedereen, die verder kijkt dan zijn neus lang is. Dit is het artikel waarin Cuba de VS toestemming geeft tot militaire interventie naar eigen goeddunken.

We vervolgens onze weg naar de beroemde Malecon. Aan het ene uiteinde fonkelt een fort in de nu krachtig schijnende zon, waarbij een groep schoolkinderen op excursie graag wil poseren voor onze camera. In het fort wordt in het weekend een dansfestijn georganiseerd, waar veel Cubaanse dames met elkaar de strijd om de beste kontwiebelaar aangaan. Een jong meisje, ik denk veertien jaar, wordt tijdens een danswedstrijd zelf gemaand het publiek op een andere, iets minder erotische wijze, voor zich te winnen.

Het andere uiteinde van de Malecon zullen we uiteindelijk niet zien, daar dit een kleine tien kilometer verderop ligt. Maar er tussenin ligt een stukje Havana waarin ongelooflijk veel potentie zit. De zee, dusdanig beukend tegen de stenen omheining langs de gehele Malecon, opdat het voetpad regelmatig van een douche wordt voorzien, is voor veel inwoners van de stad een bron van voedsel en inkomen. Menig Cubaan heeft hier vrolijk de hengel in de Straat van Florida uitgegooid. Hongerige pelikanen vliegen vlak boven de vissers in de hoop nog een stukje vis van ze te kunnen ontfutselen, zodra ze ‘beet’ hebben. Maar de zee oogt zeer vervuild. Het heeft niets weg van de azuurblauwe wateren, welke we eerder hebben gezien in Santa Lucia en Playa Larga. Toch is de zee een bron van veel vermaak onder jongeren, welke vrolijk tussen het afval door zwemmen.

Langs de Malecon staan ook diverse standbeelden, waaronder die van Generaal Maximo Gomez, stoer gezeteld op zijn ros. De steen waarop het beeld is geplaatst, toont een schilderij waarin leven en dood zijn uitgebeeld. De dood in de vorm van een lijk, welke gedragen wordt door twee vrouwen. Het leven in de vorm van baby’s, een beetje onzorgvuldig vastgehouden door andere vrouwen.

We vervolgen de weg langs de Malecon, welke de krulling van het land volgt. Een geweldige kleurenpalet van huizen, het merendeel ontzettend vervallen, staat model voor de enorme potentie van de Malecon. Nagenoeg alle huizen zijn oude koloniale panden, waarvan de originele lijnen nog goed te zien zijn. Echter, de huidige staat komt aardig overeen met ‘rijp voor de sloop’ of ‘onbewoonbaar’ voor Westerse begrippen. Uiteraard hangt overal over de balkonnetjes de was te drogen, waarmee duidelijk wordt dat deze huizen wel degelijk bewoond worden. Een groot aantal huizen kleurt geel en groen van ellende weg en van sommige huizen staat alleen nog de voorgevel overeind. Maar met een beetje inleving waan je je hier langs de Malecon van honderd jaar geleden, toen er ook nog geen auto’s overheen raasden. Ik hoop dat Cuba tijd en geld vind om deze huizen te ‘redden’ van de ondergang opdat de oude glorie herleeft. Als hier maar geen Zandvoortse boulevard monsters worden gebouwd. Gelukkig zijn er veel sporen van het renovatieproces goed zichtbaar, maar het zal een lange klus worden. Wat ook een klus zal worden is het weren van de hoeren en drugsdealers, welke in de nachtelijke uren langs de Malecon staan te wachten om zaken te doen. Uiteraard brengen ook tal van amateurische muzikanten hier hun muzikale kwaliteiten, aanwezig of niet, ten gehore. “El Commandante Siempre” wordt gelukkig vaker gespeeld dan “Jingle Bells”.

Na een paar kilometer geslenterd te hebben, besluiten we per taxi naar de Plaza de Revolucion te rijden. Maar niet zo maar een taxi! Een Chevy ’49, aldus de trotse bezitter. Ik ben geen kenner, dus ik moet hem maar op zijn woord geloven. De benzinetank is een jerrycan gelegen in de achterbak, welke de motor voorziet van zuurstof middels een slang, gestoken in de benzinetank opening. De kilometer teller is waarschijnlijk een halve eeuw geleden al gestopt met functioneren. In de eerste honderd, wellicht tweehonderd meter slaat de motor al twee keer af. Dit belooft nog wat. Bij de tweede stop wordt onze niet geheel legale chauffeur aangesproken door een agent. Niet legaal in die zin dat het gewoon een privé voertuig is, waarin twee betalende toeristen worden rondgereden. Na wat woorden heen en weer, wier betekenis altijd wel een groot vraagteken zal blijven, scheiden de wegen van de chauffeur en de agent. Relatief snel nadat de chauffeur weer op zijn stoel is gaan zitten, komt een jong meisje naar de auto toegelopen en int één CUC bij onze chauffeur. Zonder woordenwisseling loopt het meisje weer weg en gaat naast de agent staan, het geld (nog) niet afgevende. Oké, we kunnen hier een boel theorieën op los laten. Ik houd het maar op één CUC smartegeld, welke de agent zelf niet kon innen aangezien hij een publieke functie heeft. Smartegeld daar er in principe geen betaalde privé ritjes gemaakt mogen worden. Duistere praktijkjes…We mogen doorrijden en al snel zet een fikse hoosbui de straten van Havana compleet blank.

De Plaza de la Revolucion is eigenlijk helemaal geen plein, maar meer een zesbaan snelweg dwars door de straat. Op 2 december jl. stonden hier meer dan een miljoen mensen ten tijde van Fidel’s verjaardagsfeestje, terwijl broerlief Raul een speech hield bij afwezigheid van Fidel.

http://youtube.com/watch?v=nec79wve-z0&feature=PlayList&p=88A35724010581C9&index=3

Aan de ene kant van het plein siert een neonlicht silhouet van El Che een flatgebouw. Aan de andere kant staat het memorial voor de Vader des Vaderlands, José Marti. De psychologische vader van Fidel, welke tijdens de eerste keer dat hij ten strijde trok op zijn witte paard, meteen werd gedood. Hij heeft dus nooit de door hem zo gewenste, aanbeden vrijheid van de Spaanse onderdrukker mogen meemaken. Zijn geschreven gedachtegoed is wat hem tot de Vader van het land maakte. Het memorial bestaat uit een enorm standbeeld, waarvan het hoofd, zoals zo veel standbeelden in Cuba, naar de grond (ongelukkig of peinzend?) is gericht. Daarnaast staat een gigantische toren in de vorm van een ‘X’.

De onderste verdieping herbergt een enorme fotocollectie, waarvan echter het merendeel in het teken van de Revolutie van Fidel en de zijnen staat, in plaats van Marti. Een paar foto’s van Marti, van zijn reizen door VS, Spanje, van zijn eigen spirituele voorbeeld, meer was er waarschijnlijk niet overgebleven. De meeste indruk maakt een foto van Fidel en Che, op een podium op de Plaza de la Revolucion, ten tijde van de machtsovername van Batista. Een gigantische mensenmassa luistert ademloos naar deze heren. Wat een macht. Op de top van dit gebouw, valt ons een mooi uitzicht over grijs Havana ten deel, met onder andere ook een blik op El Capitolio, de Cubaanse spin-off van het Capitool, gelegen in Washington D.C. Vlak bij dit bouwwerk staat overigens een standbeeld van Lincoln op een grasveldje.

Per cocotaxi, het Cubaanse antwoord op de tuktuk en de riksja, banen we ons een weg terug naar Havana Vieja. NZH-bussen, Amerikaanse schoolbussen en rokende trucks ontnemen haast mijn adem met hun uitlaatgassen en mijn zicht, doordat in de cocotaxi al die gassen vrij spel met mijn lenzen hebben. Ook paard en wagen en diverse fietstaxi’s trachten zich een plek op de druk bereden weg te bemachtigen.

In het Museo de la Revolucion worden tal van belangrijke gebeurtenissen uit de Cubaanse geschiedenis nader uitgelicht middels divers documentatie materiaal.

– het verbond tussen de USSR en Cuba, 5 jaar lang 5 miljoen suikerriet exporteren voor een enorme financiële injectie in het land
– de twintig taken van Fidel na de machtsovername
– oude strijdkaarten van het gevecht om de The Bay Of The Pigs
– propaganda materiaal voor het ontwikkelen van 200.000 extra banen
– propaganda materiaal omtrent het ingevoerde onderwijssysteem (na 1 jaar zou namelijk nog maar 3% analfabeet, i.t.t. 65% het jaar er voor; korreltje zout erbij?)
– Propaganda materiaal voor gratis zorg
– Anti Bush, Reagan en Batista cartoons
– Documenten waarop bewijsvoering staat dat de VS Cuba geld gaf in ruil voor de vrijlating van de gevangen tijdens de strijd om The Bay Of The Pigs
– Wereldkaart met de handelsrelaties van Cuba anno ’59 (51 landen) en nu (iedereen behalve VS, Paraguay, Ierland, Marokko en Nieuw-Zeeland)
– ‘Ethiopia calls for help’ krantenartikel
– foto’s met betrekking tot het nationaliseren van alle bedrijven
– artikels dat boeren nog maar maximaal X-hectare grond mochten beheren, de rest ging naar de staat
– foto’s van de wapenlessen van Che aan zijn onderdanen in de jungle
– de nationale erekwestie van de tien miljoen suikerriet waar het hele land aan meedeed, plus opgaaf van alle redenen waarom het niet is gerealiseerd
– krantenartikel : ‘We have thousands of pictures what USA has done against human rights, they won’t have one single picture of a Cuban throwing even a stone’

Cuba is het land met veel oude glorie, veel heldenverering voor zijn oude helden, maar nu de toekomst nog. Ik ben van mening dat Cuba een geweldige toekomst kan hebben, mits ze het juist aanpakken.

Gaan de markten open straks? Ook voor Amerika? Er wordt al reclame gemaakt voor Coca-Cola, met de slogan op een fietstaxi ‘El Coca-Cola, soy yo. Aan het karakter van de mensen zal het niet liggen. Meer aan wie de nieuwe leider wordt en of hij voor zijn bevolking kiest of voor zijn eigen succes. Maar ook aan de opstelling van de handelspartners en de zoektocht naar nieuwe markten, naast toerisme en landbouw.

Plaats een reactie