Compleet tot rust in de Ngorongoro krater

Compleet tot rust in de Ngorongoro krater

Ngorongro, Tanzania – oktober 2007

Down we go en niet zo klein beetje ook. Ver beneden me ligt wat ze de grootste onafgebroken caldera ter wereld te noemen: de Ngorongoro krater, welke een omvang van 265 vierkante kilometer kent. Van te voren ben ik gewaarschuwd dat het wel eens heel druk beneden zou kunnen zijn. Niet doordat er ongeveer 30.000 beesten in de krater wonen, maar doordat de krater zeer geliefd is bij toeristen. Te geliefd en dit kan wel eens voor grote milieuproblemen zorgen in de toekomst. We zijn echter vrij vroeg vertrokken en we zijn, zo lijkt, een van de eersten welke zich aan de ontzettend steile hobbeldebobbel weg naar beneden waagt. De temperatuur voelt overigens aan alsof ik me in de Himalaya’s begeef en niet in een sub-Sahara land.

Van grote hoogte is duidelijk de gigantische omvang van de krater te zien. De kraterwanden zijn gigantisch steil. Op sommige plekken zijn de wanden nagenoeg kaal zijn en op sommige plekken waan ik me in een tropische jungle. Moeder Natuur laat rare wendingen zien in haar gedrag. Ook is goed te zien dat er zich een groot meer in het midden van de krater bevindt, waar de met moeite doorbrekende zon af en toe een straaltje in laat weerkaatsen. Het merendeel van het omringende land lijkt kaal. Kaal gevreten door de beesten? Kaal doordat er te weinig neerslag is? Kaal doordat het lavagesteente geen begroeiing toestaat? Geen idee. Echter al gauw blijkt dat er ook grote delen van de kraterbodem toch zeer goed met groen bedekt te zijn, afgewisseld met grote rotspartijen en uitgestrekte dorre grasvelden. Het regenseizoen moet ook hier nu snel arriveren. De lucht laat meer en meer haar natuurlijke blauwe uiterlijk zien, af en toe onderbroken door gitzwarte wolkpartijen welke het land eronder van grote schaduwplekken voorziet en het geheel een sinister, spooky uiterlijk geeft.

De eerste beesten welke we in de krater tegenkomen zijn de grootste lafbekken van allemaal: hyena’s. Ze durven niets, maar dan ook werkelijk niets, zonder back-up van minimaal 20 kameraden. Enkel de al voor 99% weggevreten karkassen durven ze te benaderen. Eenzaam struinen deze beesten de langzaam opwarmende grasvelden af op zoek naar iets anders eetbaars. Alle live-kills van gisteravond zijn inmiddels wel opgegeten. Ondertussen weerkaatsen de zonnestralen meer en meer op het kratermeertje. Het belooft weer een mooie, warme dag te worden.

Een struisvogel met een knalroze nek kijkt nogal boos uit zijn ooghoeken, in zijn zoektocht naar lekkernijen. Twee wrattenzwijnen met gigantische slagtanden marcheren in alle rust langs een gigantisch lint van zebra’s en bizons, op zoek naar een voedzame maaltijd. Twee bizons dagen elkaar even later uit voor een gevecht van man-tot-man, waarbij de hoorns flink worden getest op hun duurzaamheid. Een imposant wapen- annex hoorngekletter, hoewel slechts van korte duur. Een stukje verder naderen we het eerst bos in de krater, waar een kudde olifanten flink heeft uitgehouden. Hele stukken bos zijn simpelweg omver gelopen. Zonde van de bomen, zeker gecombineerd met de sterk stijgende olifantenpopulatie. Het eten kan namelijk ook opraken zeker als het wordt verspild wordt in een vlaag van machtsvertoon.

Wildlife vinden in de krater van de Ngorongoro is iets wat iedere gids kan. Door de compactheid van de krater en het feit dat de beesten er bijna niet uitgaan annex uitkunnen, is het wel heel moeilijk om geen wildlife te zien. Dit wordt versterkt door het verkeer in de krater. Al het verkeer in de vorm van safari auto’s verzamelt zich rondom de hotspots. Doordat de krater relatief klein is, kun je dus van grote afstand zien waar een hotspot is.

Aan de andere kant van de krater zien we een dozijn, wellicht meer, safari jeeps zich verzamelen. Oftewel, daar zal wel iets bijzonder te zien zijn. Met flinke vaart zetten we pas naar de plek der sensatie. In een grote smerige poel liggen tien, vijftien, twintig nijlpaarden dicht tegen elkaar aangekropen. Spierwitte vogels hebben de ruggen van de kolossen als landplaats verkozen, welke totaal roerloos in het water liggen. Geen enkele keer komen ze naar boven om adem te halen. Geen een pas wordt gezet. Geen mond gaat open om de alom bekende ‘gaap’ te laten zien. Wat blijkt: een van de groepsgenoten ligt, opgeblazen en al, op het water te drijven, terwijl een groep van zes zeven hyena’s het beest aan flarden scheurt. Het overleden beest ziet eruit als een soort van Michelin mannetje.

De hyena’s zijn niet echt kritisch over welk gedeelte van het nijlpaard ze opeten. Desondanks is het een flinke macho strijd om een hapje. Jongens, er is genoeg voor iedereen. Oren worden er met een krachtige beweging vanaf gescheurd, ogen zijn ook erg populair, laat staan de oogpees welke met volle overgave uit de oogkas wordt getrokken. Met de huid echter hebben ze wat moeite om deze los te scheuren. Te taai voor de hyena’s. Van alle kraterhoeken komen vele hyena’s de kant van de modderpoel opgelopen. Iedere nieuwkomer bij het smakelijke hapje kan rekenen op een agressieve verbale begroeting, waar de tanden geheel ontbloot worden. Maar echt aanvallen doen ze niet, er is toch meer dan genoeg vlees voor iedereen, mits ze het eraf krijgen. Sommige hyena’s besluiten na een minuut of vijftien het voor gezien te houden.

De kudde levende nijlpaarden ligt er een beetje levenloos bij. Hebben de beesten geen emotie? Zijn ze bang? De beesten zijn zo veel sterker dan de hyena’s. Ze kunnen er simpelweg gewoon over heen lopen. Maar desondanks verroeren ze geen vin. Aan de andere kant, hun wegrottende poelgenoot wordt zo wel efficiënt ‘opgeruimd’. Ben benieuwd wat er uiteindelijk over blijft.

“We will not see any lions, today in the crater”, aldus de gids. Er zijn te veel hyena’s op een plek, waarbij de leeuw het hazenpad kiest. In een hongerige bui kunnen de hyena’s ook een leeuw aanvallen en tegen zo veel hyena’s is geen beginnen aan. Ook niet voor de koning. Desondanks treffen we toch een leeuw aan. Diep verborgen in het gras, peuzelt de leeuw aan een gazelle waarvan enkel de hoorns nog onaangetast boven het gras uitsteken. Ondertussen blijft de leeuw goed alert op alles wat om hem heen beweegt. Want er zijn altijd aasgieren op de loer. Een naderende roofvogel wordt dan ook niet bepaald vriendelijk onthaald daar de leeuw. De vogel is dan ook snel (weg) gevlogen. Een grote groep roofvogels heeft even verder op meer succes. Met zijn tienen of zo zijn ze aan het knagen aan een karkas van een niet meer te definiëren beest. Diverse andere vogels welke continu aangevlogen komen, proberen ook een stukje bemachtigen. Deze worden ook wederom niet vriendelijk onthaald door hun soortgenoten.

Plotseling scheert een grote vogel langs ons voertuig. Voor een seconde lijkt het te landen, maar verkiest al gauw weer het blauwe luchtruim. Maar hij is niet alleen in de lucht. In zijn grijpgrage klauwen heeft deze jager een zeer giftige groene mamba slang gevangen. Helaas voor de vogel, verliest hij de slang op een gegeven moment. Als een spaghetti sliert valt de slang naar beneden, welke in ieder geval geen botten heeft om te breken bij zijn landing terug op de aarde.

De vlaktes van de Ngorongoro zijn adembenemend. Bos (al dan niet om ver gelopen door een kudde agressieve olifanten), gras (al dan compleet verdroogt) en meertjes: alles door elkaar heen, tegen een continue horizon bestaande uit de kraterrand. 360 graden om je heen: de kraterrand is nooit ver weg. Op de open grasvlaktes doorbreekt een zwarte streep de dorheid van het landschap: te weten een kudde van duizenden en nog eens duizenden gnoes en zebra’s, hand in hand de laatste restjes van het gras oppeuzelend. Deze zwarte streep oogt letterlijk oneindig. Overal zie ik de beesten grazen of luieren. De enige zorg die ze hebben is water en voedsel. Voedsel om te eten, of om niet als voedsel van hongerige leeuwen te eindigen. Voor de rest straalt de enorme kudde van twee diersoorten rust en harmonie uit. Harmonie omdat ze rustig naast elkaar kunnen leven. Rust omdat deze beesten kalmpjes aan van graspol naar graspol lopen tegen het prachtige decor van de krater onder een blauwe hemel. Weliswaar regelmatig verstoord door een voorbijrijdende 4WD. Deze beesten hebben het goed voor elkaar. Wel oppassen geblazen als deze beestenbende aan het rennen slaat.

Vanaf de Ngorongoro camping is er een fantastisch uitzicht over de krater. Fantastisch om te zien hoe de zon en wolken het land een paar honderd meter lager, van prachtige kleurcontrasten voorziet over land en kraterrand. Met zo’n uitzicht vergeet je even dat het toch wel flink wat kouder is dan op de warme Serengeti vlakte. Met zo’n uitzicht vergeet je alle stress, drukte, alle negativiteit op het thuisfront. Met zo’n uitzicht denk je aan helemaal niets meer. Heerlijk!

Plaats een reactie