Art-deco, kastelen en hoeren in Bratislava
Slowakijke – 2007
Praag ligt op drie uur afstand, Budapest op twee uur en Wenen op slechts een uur. Welkom in Bratislava! Het ondergeschoven kindje van deze vier zo dicht bij elkaar gelegen Europese hoofdsteden. Bratislava is tevens een van de kleinste hoofdsteden van de wereld, vergelijkbaar met Banjul in Gambia en Vientiane in Laos.
De Oostblok invloeden van een decennium terug, zijn nog goed herkenbaar. Diverse monumentale panden vertonen grote gelijkenis met andere Oost-Europese steden, de mensen zijn relatief nors, waarvan sommige met vuile gezichten de straten afstrompelen, het bier is rijkelijk aanwezig en is spotgoedkoop als je je buiten het centrum begeeft. Het lied ‘An der schone blaue Donau’ gaat voor Bratislava niet op. De rivier vertoont namelijk grotendeels een sombere grijze gloed ondanks de schijnende zon. Over de rivier zijn een aantal bruggen gebouwd, helaas niet in de grootse stijl van Praag. De Stary Most (old bridge) is een gietijzeren antieken misbaksel, gebouwd door Duitse P.O.W.’s (prisoners of war) in de Tweede Wereldoorlog. De Novy Most is een trots Sovjet bouwwerk, gebouwd in de jaren zestig en zeventig, met nogal zijn uitwerking op de stadsplattegrond. Want een groot gedeelte van de oude stad moest worden neer gehaald om de bouw van de brug mogelijk te maken, welke zonder nadenken gebouwd werd door de communisten door het hart van de stad. Zonde. Doodzonde, want de oude stad biedt de bezoeker juist heel veel pracht en praal, naast een aantal opmerkelijke bouwwerken. Kun je nagaan hoe veel moois er vroeger wel niet te bewonderen was.
Het begint met een schotel op de top van de Novy Most, welke een bar en restaurant herbergt en de bezoeker een prachtig vergezicht over de stad biedt. Zelfs vanaf de WC word je een prachtig uitzicht geboden, doordat de muren van glas zijn. Oftewel: ‘shitting with a view’. Van hieruit valt goed te zien dat Bratislava hoofdzakelijk aan de noordkant van de Donau is gebouwd. De bossen aan de zuidkant hebben de overhand, op een typische jaren ’70 Sovjet blokkenwijk na.
Heel opvallend is dat deze wijk gebouwd is te midden van twee groene boszomen. Eentje welke de wijk scheidt van de rivier en aan de andere kant van de wijk begint het Slowaakse beboste heuvelland. Alsof er een veiligheidszone om de wijk heen is gebouwd. Wel opvallend is dat het meeste prestigieuze winkelcentrum, Aupark (“Voll’nee Free!”, meldt het schizofrene bord bij de parkeergarage) in deze wijk is gelegen. Dat terwijl na een korte wandeling door deze sombere, stille buurt, is gebleken dat dit niet bepaald de rijkste wijk is van de stad, volbespoten met graffiti en voornamelijk bewoond door skateboarders en moeders met antieken kinderwagens.
Een groot gedeelte van de oude stad is bedekt met cobblestone streets alsof je je lichtelijk terugwaant in de Middeleeuwen, zeker in de kleine lichtelijk glooiende steegjes. Her en der staan ‘vreemde’ bronzen beelden opgesteld. Kijk niet vreemd op als je een man zo uit de goot ziet kruipen. Bratislava Castle valt een klein beetje tegen doordat dit ‘kasteel’ te ‘mooi’ is gerestaureerd. Te modern, de oorspronkelijke kasteelvormen laten zich nauwelijks herkennen. Alleen de ommuring lijkt nog een beetje in de oude stijl te zijn herbouwd. Gelukkig staan overal door de stad schitterende panden verspreid, haast paleisachtig. De voorgevels zijn prachtig bewerkt en veelal in vrolijke pastel tinten geschilderd, getooid met diverse torentjes en ornamenten. Haast Gaudi-achtig. Een beetje art-deco stijl waar Napier in Nieuw-Zeeland z’n toeristenhorde aan te danken heeft. Echter, te midden van deze prachtig gerestaureerde panden staan ook diverse spookpanden opgesteld, overwoekerd door bomen en struiken, verlost van ramen en soms zelf van dak en tussenmuren.
Deze tegenstelling komt terug in de gehele stad. In het dal van de stad, langs de weg Ul. Palisady waan je je in Luik. Als je een klein stukje heuvelopwaarts klimt, passeer je de ene miljonairsvilla (White House look-a-like) na de andere. Op de top van de heuvel, wordt de toerist verwelkomd met een vergezicht over de gehele stad. De Donau, de oude stad, de bossen en Bratislava Castle. Maar de reden om de heuvel te beklimmen is het Slavin monument. Gebouwd eind jaren vijftig, begin jaren zestijd, ter nagedachtenis aan de Russische soldaten welke kwamen te overlijden tijdens de verdrijving van de Nazi’s uit de stad. Een soort van mausoleum staat op deze heuvel geparkeerd, te midden van vele graven. Op het dak van het mausoleum staat een soort van obelisk opgesteld met op de top de onvermijdelijke bronzen soldaat met een wapperende, ‘bevrijdende’ vlaggenstok met een communistenster aan het uiteinde.
De teleurstelling van Bratislava Castle wordt meer dan 100% goedgemaakt door Hrad Devin. Gelegen op een uurtje bussen buiten de stad ligt dit kasteel, gelegen op een grote rotswand. Van een afstand lijkt dit hoog boven het land gelegen fort een haast onneembare vesting. Maar goed, de geschiedenis vertelt een ander verhaal. Napoleon’s leger verwoestte dit fort nagenoeg geheel in 1809. Veel meer dan de buitenmuren, a la Jaipur’s Palace of the Winds, staat dan ook niet meer overeind. Maar wat er nog overeind staat, is in ieder geval (nagenoeg) authentiek. De locatie van het kasteel is adembenemend. Ver beneden het kasteel komen twee rivieren, de Donau en Morava, bij elkaar. Twee uitkijktorens staan nog overeind. Eentje ervan staat geposteerd op een uitstekende rotspunt. Het bemannen ervan zal destijds niet zonder risico zijn geweest, want de ingang kan alleen met een ladder van een meter of twintig worden bereikt of was er een verborgen ingang?
Het uitgaansleven van Bratislava heb ik ervaren met ‘mixed emotions’. De jazzclub voor de niveau riche van Bratislava, wordt bevolkt door een voor het merendeel zittende, luisterende, drinkende menigte. De toegangsprijs, waarmee Nederlandse clubs kunnen wedijveren, zorgt er voor dat alleen de well-to-do van de stad zich hier kunnen vertonen. In Club Havana daarentegen is er wel een hossende menigte welke de club bevolkt. De drank vloeit rijkelijk, de heupen bewegen, zij het op een niet-Cubaanse wijze, maar men waagt in ieder geval een poging. De bezoekers zijn enigszins beschonken. De vrouwen zijn er om niet aan te raken, zo blijkt. Want bij een tweede blik op de dames, die ons ‘wel zien zitten’, blijkt dat ze nog aan het werk zijn. Een aantal mannen laten zich wel erg vaak zien bij zes dames welke ons half omcirkelen. Onder het mom van ‘verkoop jezelf’, worden de dames aangemoedigd om met ons ‘in contact’ te komen. No thanks! In een nog drukkere tent, staan de dames op een podium tentoongesteld en kan een desparate man, met gevulde portemonnee, kiezen wie die mee naar huis wil nemen. De dames warmen zich alvast een klein beetje op, door met elkaar nogal heftig te gaan ‘spelen’. No thanks!