Zelfvoorziening, openbaar vervoer y propaganda
Soroa/Vinales – Cuba, 2006
Een kudde hanen besluit rond een uurtje of vier een ballade in canon ten gehore te brengen. Een wrede verstoring van de eerste nachtrust in Cuba. Een paar uur later, als de laatste slaap uit de ogen is gewreven, kan ik de eerste aanlegplek in Cuba, Soroa, voor het eerst observeren. Een groene oase van heuvels gebroeid met struiken, palmbomen, bananenplanten. Een schaarse koe, wat kippen die rustig een graantje van de zeer rustig weg kunnen pikken en drie andere huisjes. Meer niet. Een oase van rust.
Als ik met een kop Cubaanse koffie, qua cafeïne gehalte gelijk aan een complete koffiekan, geniet van de eerste zonnestralen, wordt de rust plots verstoord. Een enorme vrachtwagen, ook wel Camello geheten in Cuba, doet dienst als de lokale schoolbus. Uit de paar andere huisjes komen een vijftal kinderen met schooltas gerend en nemen plaats in het rijdende monster, welke hen naar school zal brengen.
De casa eigenaar, Papita, laat me vervolgens vol trots zijn moestuin zien, welke hem en zijn vrouw genoeg voedsel verschaft voor het komende jaar incl. de gasten. Radijs, kool, sla, tomaten, komkommer, bananen, guava, sinaasappels: alles groeit in weelde. Een kleine kudde kippen wordt gehouden voor het geval een overnachtende toerist zijn zucht naar mals kippenvlees niet kan weerstaan. Feitelijk is dit gezin dus compleet zelfvoorzienend. Het kan zich geen luxe veroorloven daar geld een schaarstegoed is in hett land, maar er is ook geen honger. Een enorme gelijkenis met Laos derhalve. Alleen daar is de behuizing wel iets armoediger dan tot nu toe gezien in Cuba.
Tijd om koers te zetten naar Vinales. Een van de must-have-seen plekken in Cuba voor menig toerist. Eenmaal op de snelweg beland te zijn, wordt het pas echt duidelijk hoe groot het vervoersprobleem is. Enorme hordes mensen staan op de snelweg te wachten op een lift. Uit verveling gaat het merendeel er maar bij zitten. Papita vertelde dat Cubanen elkaar liften moeten aanbieden, toeristen hoeven dit echter niet. Sommige lifters zijn zo wanhopig dat ze half op de snelweg staan en recht op onze auto af lopen, om ons zo tot stoppen te dwingen. Af en toe valt ons een niet zo heel vriendelijk woordje ten deel, indien we niemand meenemen.
Bij diverse groepen lifters staat een mannetje met een geel reflecterende hesje aan om e.e.a. in het gareel te houden. Tevens dient deze persoon ervoor te zorgen dat de meest liftbehoevende mensen, ouderen en moeders met kinderen, eerder aan de beurt zijn.
Zo nu en dan nemen we ook uiteraard lifters mee, waaronder een aantal schoolkinderen en moeders met kids. Twee kleerkasten laten we liever nog maar even wachten. De noodzaak van het meenemen van lifters, wordt menig maal door hen benadrukt. Twee schoolmeisjes verklaarden vandaag ‘slechts’ tien minuten gewacht te hebben. Twee uur wachten is er geregeld bij. Dit ‘wachten’ heeft dus wel de nodige consequenties op de zgn. economische efficiency in zeer negatieve zin. Kun je nagaan wat het Cuba extra zou kunnen opleveren als je alle Cubanen veel efficiënter deel van de werkende beroepsbevolking zou laten uitmaken, puur door een bus te laten rijden.
Commerciële boodschappen langs de weg zijn er simpelweg (nog) niet. Maar wel staat er om de haverklap een billboard met de beeltenis van Fidel en/of Che Guevara of een van de andere helden van een halve eeuw geleden. De bijgevoegde teksten moeten benadrukken hoe goet de revolutie van 50 jaar geleden wel niet is geweest. Hoe goed socialisme is iedere Cubanen. Hoe groot de helden van 50 jaar geleden wel niet zijn. Hoe goed een ieders toekomstperspectief wel niet is.
Dat zonder socialisme je maar dood kan zijn (‘sociolismus o muerte’)
Ach, de beeltenissen zijn mooi en dat is geen leugen.