Haasten uit niemandsland

Haasten uit niemandsland

Salinas de Zapata – Cuba, 2006

We verlaten ons onderkomen na ontkatert te zijn en rijden in de richting van Salinas de Zapata. Hier zullen we in een National Parc een mooie tocht maken begeleid door een verplichte gids, welke ons hopelijk veel kan vertellen over de flora en fauna in het park. Uiteindelijk komt hij niet verder dan de vogelsoorten te benoemen.

Onze 206 begeleidt ons door een land vol met bossen, moerassen, meren, mangroves en talloze vogelsoorten. Het is een groot niemandsland, waar een weg voor de fotoverslaafde toeristen is aangelegd. Eén pas af van de weg leidt tot of natte voeten of tot het wegzakken in de modder, aldus de gids. De diverse stormen, welke Cubanen gewoonlijk in de periode van augustus tot en met november aan doen, richten hier ook regelmatig de nodige schade aan. In het zojuist afgelopen orkaanseizoen is het park gelukkig gespaard gebleven.

Van de vele vogelsoorten in het park, beroeren de flamengo’s me het meest. Ze doen me lichtelijk terugdenken aan de Salar de Uyuni. Echter, de flamengo’s van Cuba zijn niet zo mooi ingekleurd als hun knalroze nichtjes en neefjes op de hoogvlakten van Bolivia.

We zijn de enige, ja ongelooflijk, toeristen in dit park. Vele kolibri’s, turkey vulgurs, black hawks en yellow legged eagerds, wier Latijnse naam volgens het vogelboek van de gids Ajajaja Ajajaja luidt, doen ons ruim twee uur het beste van onze eenvoudige digitale camera’s eisen.

Maar helaas, ons 206-je laat ons weer in de steek. De rechterachterband is weer muy rapido aan het leeglopen. Diverse aasgieren cirkelen al boven onze auto, in de hoop dat de auto het compleet begeeft.

Het is een kleine 20 kilometer rijden eer we weer het park goed en wel uit zijn. Ik kijk om de haverklap uit het raam om de band te inspecteren, hoe ver deze inzakt na weer over een mega gat in de weg gereden te hebben. Het heeft overigens geen enkele zin, want we zullen sowieso moeten doorrijden. Geen van ons drieën, dus ook niet de gids, kan een band verwisselen.

Na een klein half uurtje van zenuwpezen door niemandsland, belanden we weer in wat we een bewoonde wereld kunnen noemen. Uiteraard is er iemand in het dorpje welke weet bij welke amigo we de band van wat extra lucht kunnen toedienen. Zonder kosten overigens. Aardig volkje, die Cubanen. Ik vermoed dat de band enkel lucht verliest op de hobbeldebobbel wegen, waarbij de druk op de banden veel groter is dan op de autopista. Derhalve wagen we het erop Trinidad te bereiken zonder de band, opnieuw, te laten plakken.

Op hoop van zegen.

Plaats een reactie