Het mag in Madaba

Het mag in Madaba

Jordanie – 2006

De volgende ochtend is de hectiek op het busstation net als de dag ervoor. Maar het principe van rond roepen waar je heen wilt, werkt ook in Jordanië. “Madaba, Madaba”. Binnen een mum van tijd komt er een behulpzame man aangelopen, welke me naar de juiste bus brengt. Shukran! Gelukkig zit de bus al nagenoeg vol, dus ik hoef niet te lang te wachten eer de bus vertrekt. De tocht naar Madaba duurt iets meer dan een uur, waarvan er minimaal de helft van de tijd wordt gespendeerd om Amman überhaupt uit te komen.

De bus rijdt half Madaba door om vervolgens te parkeren op een stoffig veldje, ver buiten de stad. Eenmaal buiten de bus is er niemand die me bestookt met hotel- en of taxi-aanbiedingen. Gelukkig maar! Maar, ik heb geen flauw idee waar ik heen moet lopen. De zon brandt inmiddels behoorlijk op mijn kop en ik moet behoorlijk naar de WC. Dus ik wil eigenlijk zo snel als mogelijk een hotelletje induiken. Even rondvragen dan maar. De eerste twee personen aan wie de weg vraag, hebben werkelijk totaal geen idee wat ik zeg. Een derde mannetje komt aangelopen en spreekt zeer goed Engels. Na vijf seconden van uitleg van mijn kant waar ik heen wil, zegt hij “oke, come on, let’s go with my car”. Tot drie keer aan toe springt hij uit zijn eigen auto om de weg te vragen aan politie agenten. Na een kwartier van cirkelen door het centrum van Madaba, zie ik een sign van een hotel. Ik gebaar naar het hotel, waarop hij meteen zijn auto de goede kant opstuurt. Hij wil me zelfs zo wat voor de deur afzetten. Ik wil hem een tip geven door te zeggen: “do I owe you anything for the gasoline?”. Een resoluut “NO” is zijn antwoord. We schudden de handen en hij draait om op weg naar zijn eigen bestemming. Ik zwaai de poort open van het hotel en vraag alvorens in te checken of ik even van het toilet gebruik mag maken.

Na een klein kwartiertje van opfrissen duik ik de stad voor een hap en een bak thee, waarna ik de kleine straatjes van Madaba induik voor een eerste verkenningstocht. Op het eerste ogenblik lijkt het centrum een grote souq, maar een straatje om is het weer compleet uitgestorven. Een kort klimmetje brengt me bij het hoogste punt van de stad, alwaar een geheel verlaten kerkje gelegen ligt. Op de binnenplaats staat de ‘vader’ rustig een sigaretje te roken. Overal op het terrein staan potten met planten en bloemen erin, een heerlijke gekleurde oase. Een jong jochie voorziet ze van water. Terug naar het centrum is het al heel snel duidelijk waarom Madaba op de kaart van Jordanië staat, ondanks de relatief kleine omvang. Er is een kerk in het centrum, waar naar ik meen 3 vrachtladingen toeristen voor de deur staan te wachten totdat ze naar binnen mogen. Eerst nog maar eens een bak thee drinken, even wachten totdat de vrachtladingen zijn gelost. Een half uurtje later kan ik kijken waar al die heisa om was. Het betreft een prachtige mozaïek welke gelegen is op de vloer van kerk. Het mozaïek, pas een kleine eeuw geleden ontdekt, laat naast dieren en bloemen een soort van plattegrond zien van hoe ooit het Midden Oosten en omgeving eruit gezien zou hebben. Van Griekenland t/m Egypte, geografisch klopt er alleen werkelijk helemaal niks van. Zou er een tunnel onder de vloer van het mozaïek verborgen zijn?

Na de lunch heb ik een moment van luiheid. Ik besluit niet de 9km naar Mt. Nebo te lopen, maar deze per taxi af te leggen. Het is slechts negen km, maar een wereld van verschil. Madaba is net als Amman, druk druk druk met toeterende auto’s en kids die je op iedere straathoek aanspreken. Negen kilometer verderop wordt het meeste geluid door een geitenbel gecreëerd. Geen flauw idee wat een kudde schapen hier moet zoeken, want de hellingen van Mt. Nebo zijn dor en droog. Een kleine klim naar de top brengt me naar The Memorial Church of Moses. Hier is het gebeurd, op deze berg, lang lang geleden. Hier wees Mozes naar een land en zei de magische woorden: “I have seen the promised land, Israel”. Hier geniet ik van het prachtige uitzicht, met bergruggen, rotswanden en de langzame voorbijtrekkende schapenkudde met zijn herder. In de verte ligt het meer van Galilee, ook wel Tiberias genoemd en de Dode Zee, welke nog zo’n kilometer of wat lager gelegen ligt. In de kerk, welke van buitenaf weinig voorstelt, zijn nog een aantal mozaïeken te bewonderen. Deze zijn eigenlijk veel indrukwekkender dan die in de kerk in Madaba. De dieren zijn veel gedetailleerder uitgebeeld. Een Ierse meid wil een foto van een van de mozaïeken maken, waarvoor ze eigenlijk op een rots moet klimmen. Ze durft het eigenlijk niet zo maar te doen, maar ze durft ook niet te vragen of het mag. Op een gegeven moment wil ze omdraaien en de kerk verlaten. Op dat moment tracht ik te communiceren, letterlijk met handen en voeten, met een van de bewakers. Uitkomst hiervan is dat we natuurlijk op de rots mogen klimmen en de foto mogen maken. Wie vraagt, heeft de halve wereld.

Madaba is een van de meest Christelijke stadjes van Jordanië . Zeg maar een derde van de bevolking gaat naar de kerk en de rest naar de moskee. In dit stadje gaan deze twee groepen keurig met elkaar door het leven. Niemand die hier opkijkt als een local een biertje drinkt op het enige terrasje, schuin tegenover de kerk. Daar waar contact met de Islamitische vrouwen zeer beperkt is, lopen de Christelijke vrouwen half te flirten met Jan en alleman op straat. Het mag in Madaba.

Plaats een reactie