Geen beter begin mogelijk
Soroa – Cuba, 2006
De verkiezingen zijn achter de rug. Nog nooit lijkt Nederland zo verdeeld te zijn geweest tussen links en rechts. De gulden middenweg heeft veel terrein verloren en dus zal het wel een van de meest moeilijke kabinetsformaties worden. Ik ga het niet afwachten. Het is de hoogste tijd geworden om een van de laatste communistische bastions ter wereld te verkennen: Cuba. Volgens velen is het een nu of nooit bestemming. Want zodra Fidel komt te overlijden zal het land toch zo enorm veramerikaniseren. Cuba zal Cuba niet meer zijn.
Een Nederlandse man in het vliegtuig vertelt allemaal rampscenario’s over de onbehulpzaamheid van de bevolking, over de stroeve overheidsprocessen, etc. Dit soort informatie gaat mijn ene oor in en het andere oor uit. Echter, het passeren van de douane kan allerminst soepel genoemd worden. Het personeel neemt de wachtenden niet zo serieus. Rustig aan worden paspoorten bekeken. De wachttijd totdat ik aan de buurt ben duurt ca. drie kwartaal, vooral veroorzaakt doordat het personeel besluit een hokje waar wel degelijk een rij met wachtenden voor staat, tijdelijk niet te bemannen. Op het moment dat ik aan de beurt ben, wordt mijn paspoort uiterst nauwkeurig bekeken. Ik word tevens verzocht om even naar ‘het vogeltje’ te kijken opdat de Cubaanse overheid een zeer recente foto kan koppelen aan mijn paspoortdata. De enige vraag welke me wordt gesteld, heeft betrekking op de naam van mijn verblijf van vanavond. Ik noem de naam van het hotel van een medepassagier, hetgeen afdoende bleek te zijn om mij officieel tot Cuba toe te laten.
Het huren bij een huurauto lijkt verdacht veel op zaken doen met een overheidsinstantie. Het antwoord op de vraag of een andere maatschappij wellicht een betere prijs heeft voor een zelfde type auto wordt beantwoord met iets in de zin van “geen probleem, het zal mij aan mijn kont roesten of jij bij mij of bij hem een auto huurt”. Nadat alle reeds aanwezige deuken in de Peugeot 206 zijn vastgelegd en de lieve som van 17 dagen maal 52 dollar plus 250 dollar borg is betaald, kan de airport van Havana worden verlaten en de highway op weg naar Vinales worden gezocht. Letterlijk gezocht, want richtingsborden zijn tamelijk afwezig. Vragen, vragen en nog eens vragen naar ‘autopita para Pinar del Rio’. Een klein kwartiertje later is de snelweg, of iets wat er op lijkt, gevonden.
De duisternis treedt snel in en dit maakt de eerste de beste autotrip in Cuba over een verder totaal onverlichte ‘snelweg’ lastig. Helemaal als tegenliggers te allen tijde met groot licht je tegemoet rijden. Fietsers doen op de snelweg aan spookfietsen zonder verlichting. Alleen de reflectoren op de trappers, indien aanwezig, verraden hun aanwezigheid op de verkeerde weghelft ‘last minute’. Ook niet ongebruikelijk is het passeren van een huifkar voorgetrokken door een paard, hetgeen voor leuke schrikeffecten zorgt de eerste paar keer. Paard en wagen! Op de snelweg! Een heftige Caribische regenbui maximaliseert mijn waardering voor de relaxte rijstijl van mijn reisgenoot door Cuba, Jeroen. Ik fungeer als een soort van TomTom, oftewel EdEd, door op de cruciale kruispunten om de weg te vragen in gebrekkig Spaans.
Het doel van vandaag wordt Soroa, een dorpje halverwege Vinales. Bij wat hopelijk de goede afslag voor Soroa is, staat een lange lijn met mensen te wachten op een lift. Cuba is een land waarin autobezit is weggelegd voor de ‘lucky few’ en openbaar vervoer enorm schaars is. Nu nog even niet guys. Het is laat, weten niet of we op de goede weg zitten, dus…
Na een paar minuten rijden over wat lijkt op een bergweggetje, arriveren we in een lange cluster van ‘hospedajes’. Het vermoeden dat dit al Soroa is, groeit. Als we bij drie ‘wachtende’ kids vragen om ‘Soroa y casa particulare’, springen ze gauw achterin de auto en gebaren dat we rechtdoor moeten rijden. Na circa een minuut dienen we al weer te stoppen. Zij zijn beland op de plek waar zij moeten zijn en hun buren hebben hun huis omgebouwd tot casa. Wat een toeval…
Een zeer vriendelijke man van veertig jaar en zijn 22-jarige ‘esposa vormen ons gastgezin voor de eerste Cubaanse nacht.
Een minuut nadat de bagage in de kamer is gedumpt, geniet ik van het eerste Cubaanse biertje in een schommelstoel, terwijl de Cubaanse Gert & Hermien mijn oren verwennen vanuit een jaren 70 cassettedeck. De krekels vullen de leemtes tussen de nummers in. Voor de rest is er rust. Geen auto’s, geen smog, geen gillende kinderen, geen verkeerslichten, geen lichtgeweld van een druk bewoonde woonplek. Mijn ogen staren de zwarte omgeving aan. Hoe zal het er hier in daglicht uit zien? Geuren vanuit de keuken doen me uitkijken naar de eerste maaltijd. De werkstress ebt al langzaam weg. Er is geen beter begin van een Cuba avontuur mogelijk.