Wandelen van cultuur naar cultuur

Wandelen van cultuur naar cultuur

Singapore, 2006

Het lijkt wel de Bijlmer, maar dan in het kwadraat, of beter gezegd tot de macht honderd. De buitenwijken van Singapore vormen nou niet echt een mooi aanzicht. Per metro, annex train, annex lightrail, geef het beestje een naampje, reis ik van de hypermoderne airport naar het centrum van deze metropool. Af en toe staat er een houten hutje ingeklemd tussen de betonnen monsters, waarschijnlijk een overblijfsel van het oude Singapore.

De Arabische wijk slaapt nog als ik uitstap bij metrohalte Bugis. De moskeeën hebben pauze. De zon klimt nog net niet boven de gouden dome van de Sultan Mosque uit met zijn prachtige kleurrijke details. Een schaarse bebaarde man haalt me in per fiets door deze ogenschijnlijk nog slapende wijk. Op de kruising van Jalan Sultan en Victoria Street staat de blauwe Malabar Mosque, met drie kleine gouden domes. Het meest verrassende is echter dat ik de zesbaans weg, welke er langs loopt, op dit tijdsstip van de dag met mijn ogen dicht door rood licht kan oversteken.

Een wandeling van ca. 2 kilometer verder brengt me bij Serangoon Road, al waar de Indische wijk begint. Drie tempels, welke in mijn optiek meer een Chinese of Thaise oorsprong hebben, staan hier vlakbij elkaar opgesteld: Sakaya Muni Buddha Gaya, Leong San & Sri Srinivasa Perumal laten allen een totaal verschillend karakter zien. Soms kitscherig met veel leeuwen, tijgers en biddende gelovigen op de tempel geplakt en/of geschilderd. Of simpelweg een half vervallen rood houten pandje met wat lampionnetjes welke vrolijk in de ochtend wind bewegen. Of een traditionele drielaags tempel, met draken op het dak en een Buddha in een glazen huisje voor de deur. Zo ver niet echt Indiaas.

Pas als ik de Sri Veeramakaliamman Temple nader, waan ik me echt in Indiaas Singapore. In de eerste plaats omdat de tempel honderden typische Hinduistische beeltenissen herbergt, geschilderd in diverse pasteltinten. Op de hoekpunten van het dak kijken boos ogende Goden neer op het voetvolk, geflankeerd door brullende leeuwen. Er schuin tegenover worden bloemenkransen voor de gelovige tempelbezoekers verkocht. De Chinese goudsmit in deze buurt heeft de deuren overigens nog gesloten, maar de Indiase straatverkopers met enkel kokosnoten in het assortiment doen reeds goede zaken.

Ten tweede en eigenlijk voornamelijk, doordat de o zo bekende Indiase eetgeuren me van alle kanten komen aangewaaid (Abka chana bahut sunda acha he), de dames in sarigewaden rondlopen en menig individu zijn of haar voorhoofd heeft verfraaid met rode klodder verf. De hectiek op straat neemt nu ook aanzienlijk toe: India ontwaakt. De taxi’s toeteren zich een weg in de rondte, maar de oude Indiase mannetjes gewapend met hun wandelstokken steken toch wel over. Meneer de taxichauffeur moet gewoon even wachten.

Bij de synagoge en kerk in Waterloo street, weer een stukje verderop gelegen, gebeurt vrijwel niks. De ‘devotees’ zijn zeker nog in diepe slaap. De markt in deze straat echter is ‘alive and kicking’. Om de tien meter ben ik getuige van een live tell-sell registratie. Hele voorstellingen worden opgevoerd, waarbij alle pluspunten van de diverse onzinproducten aan de goedgelovigen worden verkondigd. De aandacht is groot, getuige het grote aantal omstanders. Of er veel wordt verkocht?

Een vrouw gewapend met een soort van megafoon ontaart in een soort van tirannie om een horloge aan de man/vrouw te krijgen, welke nu en alleen nu voor $10 verkocht wordt, in plaats van de reguliere $39. Omstanders en ik ook kijken vol verbazing naar de agressieve energie van deze vrouw, welke echter geen transactie tot stand kan brengen. Een man met een marktkraam naast haar, welke de spraakvolume knop iets minder ver naar rechts heeft gedraaid, verkoopt in alle rust en kalmte wel de nodige artikelen. Als de vrouw hier nou eens een voorbeeld aan zou nemen, dan komt het in ieder geval de rust op straat ten goede. Waarschijnlijk verkoopt ze ook nog eens wat.

Weer een blok verder beland ik in de koloniale wijk met het beroemde Raffles hotel als beginpunt. Vanaf hier bepalen de skyscrapers het zicht op de stad. Langs de Singapore River staan ze allemaal keurig bij elkaar opgesteld, in de zon bij te kleuren. Vanaf de top van het Swisshotel heb je een prachtig uitzicht over de gehele stad en dan blijkt dat het skyscraper gedeelte van de stad eigenlijk maar heel klein blijkt te zijn.

Langs de rivier staan verder ook de oude koloniale huizen, uit het Victoriaanse tijdperk, opgesteld. Deze zijn nu allen omgetoverd tot poche horeca gelegenheden voor degene met te veel geld in Singapore. Ik hou het bij één biertje a € 6. Een enorm cricketveld, The Padang, ligt gelegen voor de Singapore City Hall en Supreme Court, beiden gebouwd in de Engelse stijl van de eerste helft van de 20e eeuw. Het groene grasveld vormt een vreemde, maar zeer welkome groene afwisseling in het beton landschap van de stad.

Raar om op een van de meest dure stukken grond ter wereld, plots een stuk gras ter grootte van meer dan een voetbalveld aan te treffen. Je vraagt je bijna af hoe lang dit grasveld er nog blijft. Maar wetende dat dit grasveld er al bijna 200 jaar ligt en het gebruikt wordt voor onder meer cricketwedstrijden, een nog steeds ongelooflijk populaire sport in Singapore en een herinnering aan het Engelse tijdperk, zal het er nog wel eventjes blijven liggen.

Ten zuiden van de Singapore rivier, ligt Chinatown. Een zwaar vercommercialiseerde wijk in deze metropool met souvenirwinkels, terrassen, restaurants en uiteraard tempels, tempels en nog eens tempels. Echter, aan de tempels is maar weinig authentieks te bespeuren. Tempels welke nog glimmen van de gisteren bijgetipte verf en met, zo lijkt, dagelijkse verse lampionnen welke in de wind bungelen, geven deze tempels weinig weer van het echte China. Daarvoor moet je toch echt naar China afreizen. Het meest Chinees aan deze week, is de overdekte eetmarkt, al waar ik graag aanschuif voor een flinke kom noodles soep met visballen.

Plaats een reactie