Opwarmertje voor het echte werk

Opwarmertje voor het echte werk

Tongariro National Parc, Nieuw Zeeland, 2006

De bus heeft een klein half uurtje nodig om zich een weg uit Auckland te banen. De bus rijdt vervolgens door een gebied genaamd Waikato, vol met glooiende groene heuvels en duizenden en duizenden schapen. Het lijkt wel een plaag. Her en der staat een huisje, wier bewoners duidelijk van rust houden. De plaatsen welke we passeren dragen allen typische Maori namen: Rangiri, Te Rahu, Otorohanga, Hangatiki, Te Kuiti, Okahukura, Taumarunui. Om er maar een paar te noemen. De eerste paar dorpjes lijken zo uit de Lord Of The Rings te komen. Beeld je een aantal holwoningen in en je waant je zo in Shire. Het is dan ook niet voor niets dat in dit gebied ook de set van Frodo’s hometown destijds gelegen is. Een en ander is voor het toeristencircus nog steeds te bewonen in het vercommercialiseerde Hobbiton. Na Te Kuiti wordt het gebied wat heftiger glooiend, het landschap maakt zich langzaam op voor het vulkanisch geweld van Tongariro.

Hier zal ik met mijn zielsmaatje, beste vriendin en kleine zusje Annelies en haar vriend Richard een mooie trekking maken door het National Parc. Ze woont al tig jaar niet meer in Nederland, maar zal ondanks de afstand toch altijd een zeer bijzondere plek in mijn leven innemen.

Ik word afgezet in het dorpje National Parc, waar het muis- en muisstil is. Er rijdt geen bus meer naar Whakapapa, aldus diverse bewoners. Ik besluit derhalve de 16 kilometers van asfalt te belopen in de hoop onderweg ergens een lift aangeboden te krijgen. Hetgeen ook gebeurt na een kilometer of twee of zo, met dank aan een medetoerist welke zelf al drie maanden per auto door Nieuw Zeeland aan het reizen is. Morgen waagt hij zijn vierde poging om de Tongariro Crossing in goed weer af te leggen. Dat kun dus nog wat beloven morgen! Hij zet me af bij een kruispunt vanaf waar het nog zo’n zes kilometer lopen is. De bergen komen nu al echt op me af.

Na een half uurtje lopen, met volle bepakking, word me wederom een lift aangeboden, door een ouder Brits stel dit maal. “Sometimes we do give a ride, and sometimes we don’t”. Ze zetten me af bij het Whakapapa Chateau.

Het Chateau is gebouwd aan het begin van de 20e eeuw, om te kunnen voldoen aan de wensen en eisen van de Europese elite toeristen, oftewel veel koude kak uit het tijdperk van de Titanic. In de 2e Wereldoorlog diende het hotel als ‘mental hospital’, daar de Wellington dependence afgebrand was. Nu is het hotel in Singaporeaanse handen en drinkt Jan en alleman er een biertje en herinneren alleen nog bepaalde zalen aan de kakkerige stijl van destijds. Ook deze zalen mag je overigens alleen betreden mits je correct gekleed bent.

Het zgn. Skotel waar ik Annelies en Richard zal ontmoeten, ligt op niet al te grote afstand. In het skotel hangen allemaal foto’s van de vulkaanuitbarsting van tien jaar geleden aan de muren. Alsmede een aantal instructieborden welke melden wat te doen als je in een lawine terecht komt. Lawine van sneeuw welteverstaan.

Ik dump mijn bagage in de gereserveerde kamer en wil mijn benen vast een goede opwarmbeurt geven voor morgen. De bergen zijn nu helaas omgeven in een sluier van wolken, de hemel is verder prachtig strak blauw. Het kan dus alle kanten op morgen en overmorgen, als we het park gaan doorkruisen. Voor nu besluit ik een ‘2 hour return walk’ te maken naar Taranaki Falls.

De trail voert me in eerste instantie over wat licht glooiende grindpaadjes, totdat deze eindigen in een donker, dichtbegroeid bos. De bomen zijn aangekleed met een dikke, natte laag mos, hun wortels steken af en toe ver uit de grond opdat wandelaars uit moeten kijken niet ergens ‘pootje gehaakt’ te worden. Het bos is zo dik begroeid, waardoor ik al snel flink begin te zweten, laat staan als de paadjes ook nog eens flink gaan stijgen en dalen. Af en toe hoor ik een snelstromend beekje voor bij suizen, ergens beneden mij, welke de komst van de waterval steeds nadrukkelijker aankondigt. Na inderdaad een klein uurtje van enorme vochtverliezen, zie ik hoe door een nauwe opening in de rotswand van een meter of dertig hoog, een heuse rivier zich naar beneden laat vallen in een wit kolkende waterpoel.

Eenmaal terug bij Skotel geniet ik van een welverdiend biertje, een goed gesprek met de barman welke deze omgeving beschouwd als het land van zijn voorvaderen. De bergpiek van the Holy Mt. Ngauruhoe (spreek uit: nare houwie) laat zich in een oranje zonsondergang, compleet wolkenvrij, aan mij voor de eerste aanschouwen.

Even na middernacht komen Annelies en Richard aan. Een dikke knuffel, een paar woorden en slapen. De volgende dag, vroeg in de ochtend, zullen we vertrekken per truck naar Mangetepopo Carpark om vanaf daar Mordor te verkennen.

Mordor: het zou een van de aanlegplaatsen gedurende mijn wereldreis moeten worden in 2000. Echter, een blindedarm operatie in Bangkok verstoorde deze droom destijds op een zeer pijnlijke wijze. Toen was dit gebied nog niet eens bekend als zijnde Mordor uit de Lord Of The Rings. Nu 6 jaar later, gaat deze droom alsnog in vervulling.

Hopelijk schijnt de zon morgen.

Plaats een reactie