De krachten van Pacha Mama IV
Wai-O-Tapu/Rotorua – Nieuw Zeeland, 2006
Rainbow mountain ligt pal tussen Waimangu en Wai-O-Tapu. Deze berg is aan één kant helemaal afgebrokkeld door onbekende omstandigheden. Hierdoor worden wel alle gekleurde lagen, lees: chemische combinaties, zichtbaar. Een mooie voorbode hopelijk van een volgend natuurlijk spektakel.
Wai-O-Tapu betekent zo veel als heilige wateren. Voor de gelukkige mens welke in dit park mag rondlopen, is het als lopen in een droomwereld. A la de film ‘What dreams may come’. Dit kan niet de echte wereld zijn. Dit is een tekenfilm. Iedere stap, iedere bocht, ieder heuveltje: steeds verschijnt er een nieuwe tekening, een nieuwe droom, een nieuw verhaal.
Het huis van de duivel, een gigantische beerput met zijn geel weggekleurde rotswanden door chemicaliën, is van dusdanige grootte dat er een olifant inpast. Als ik de grot passeer is hij niet in een goede bui, getuige de slechte adem welke hij uitblaast.
Even later passeer ik het “Artist Palette”, een ondiep meertje, waarvan de rotsen op de bodem voornamelijk groen en geel wegkleuren, met dank aan de chemicalien van Moeder Natuur. Her en der verschuilt zich onder het water ook nog een mini kratertje.
Een brok chemicaliën vormt ook het Primrose terras. Een megaterras van een paar hectare in oppervlakte. Het terras wordt gevormd doordat het water uit de Champagne Pool hier langs vloeit. Dit water zit vol met chemicaliën en laat een soort van substantie achter op dit sterk groeiende terras. Het terras vertoont dan ook heel veel strepen annex lagen van bovenaf bekeken. Dit is de afzetting van de chemicaliën op de eerder aangelegde massa. Vanaf de zijkant is de stapeling van alle chemische lagen goed zichtbaar, een groot korrelig geheel van bijna een halve meter hoog.
Een rotswand (Alum Cliffs) van zeker honderd meter hoog is her en der prachtig glad geërodeerd en heeft diverse kleuren om zich heen gesmeerd gekregen.
Bomen slaan her en der rood uit door alle voorbij dwarrelende gassen, welke mij regelmatig aan het hoesten maken.
Dan zie ik weer twee meertjes, een blauwe, een groene, waar tussendoor een lichtgroen stroompje stroomt, om ze uit elkaar te houden, af en toe onderbroken door een gekleurde rotspartij.
Knalgele grotten (Sulphur Cave) worden afgewisseld met bubbelende moddermeertjes en diepe groene (val) kuilen, waar stoom uit ontsnapt.
Vervolgens passeer ik weer een serie watervalletjes (Bridal Veil Falls), welke over fel witte rotsen naar beneden vallen aan het einde van het Primrose Terras. Het houdt niet op.
Een kobaltblauw meertje (Echo Lake) lijkt zo tussen de bossen in geschilderd te zijn, rotspartijen welke zijn uitgesleten door een minimaal maar o zo giftig waterstroompje, waardoor de rotsen allerlei kleuren geel aannemen.
Een hoekje om en beland ik bij een mini krater meertje met de naam ‘oyster pool’, welke hij te danken heeft aan de rand welke sprekend lijkt op de schelp van dit zeebeestje.
Een gigantisch helgroen meer met de illustere naam ‘Devil’s bath’ laat zich van haar beste kant zien als deze de grijze rotsomgeving van kleur voorziet.
Vervolgens begeef ik me weer in een halfdood ‘Mordor’ bos, aangetast door alle gassen. Maar de bomen geven nog steeds niet op en blijven onverminderd op hun laatste wortels fier overeind staan. Ondertussen bubbelt het water op minder dan een halve meter afstand vrolijk verder.
De Champaign pool, het meest gefotografeerde onderdeel van het park, laat zich vandaag niet van haar beste kant zien, doordat het relatief bewolkt is. Maar desalniettemin allemachtig prachtig. Een dunne rotskorst is om het meer heen getekend. Aan de zijkanten kleurt het meer rood weg, daar waar het ondiep is. Het diepe gedeelte van het meer laat her en der de echte groenblauwe kleur zien, maar grotendeels hangt er een sluier van stoom boven, welke het meer van een mysterieuze sfeer voorziet. Alsof de champagnefles zeer recentelijk is geopend.
Bob Ross is still alive.