Afscheid in Wellington
Wellington – Nieuw Zeeland, 2006
Terwijl mijn benen vol met toekomstige blaren door Mordoriaanse zonverbrandingen zitten, rijden we terug naar Wellington, de woonplaats van Anna en Rich. De hoofdstad van het land, vast aanleghaven van de crew van de Lord of the Rings, edoch niet groter dan een stad als Haarlem. Maar de natuurlijke ligging doet menig ‘wereldstad’ in het stof bijten. De stad is gebouwd tussen een heuvelrug en een donkerblauwe baai, welke uiteindelijk uitmondt in de Cook Strait. Skyscrapers, oud-Engelse kerken en futurische bouwwerken bevolken ‘down town’, een van de weinige delen van de stad welke niet heuvelachtig is. Mt Victoria wordt bevolkt door prachtige Victoriaanse huizen, gebouwd langs zeer stijl op- en aflopende straatjes, in de trant van San Fransisco.
Mt. Victoria vormt een perfect getaway voor de lokale bevolking en de vele toeristen welke de stad aandoen. Het is een dichtbeboste berg annex heuvel, vol met dennenbomen, aan de rand van het centrum. Hier kan je heerlijk je een weg omhoog banen, langs diverse routes. De een slingert zich met een gematigd stijgingspercentage omhoog, de andere route is iets meer uitdagend en gaat gepaard met het nodige vochtverlies. Op de top van deze heuvel, heb ik een prachtig uitzicht over het centrum en de haven van de stad. Een van de heuvelruggen lijkt zo uit het centrum omhoog te springen.
De stad voelt relaxt aan. De mensen nemen de tijd voor elkaar. Onbekende begroeten elkaar in alle spontaniteit. Automobilisten stoppen al bij oranje, voetgangers stappen voor elkaar opzij in plaats van dwars door elkaar heen te willen stormen, borden waarschuwen de weggebruikers voor mogelijk overstekende pinguins (!), bargangers gunnen elkaar hun beurt bij het bestellen van een Leffe Radieuze. Een ding, slechts van één ding zijn ze niet erg gediend in Wellington: fietsers.
Automobilisten kunnen er simpelweg niet mee omgaan, dat er iemand langs de kant van de weg fietst. Ogenschijnlijk ben ik ook zo wat de enige die zich per fiets door Wellington een weg baant. In menig geval zie ik mezelf gedwongen even de stoep op te vluchten. Ik probeer uit de stad te geraken in de richting van Days Bay. Echter, ver kom ik niet. Aan de noordkant van de stad, een paar kilometer ten noorden van de Interislander Ferry Terminal, gaat de ogenschijnlijk enige weg out-of-town, over in een soort van Prins Bernhard plein. Op het eerste gezicht niet verboden voor fietsers. Maar de wegen versmallen dusdanig, dat een auto er maar net over heen kan rijden. Laat staan een fietser die om de seconde in gehaald dreigt te worden door toeterende, ongeduldige automobilist.
De eerste druppels vallen inmiddels reeds uit de hemel, het blijft Nieuw Zeeland, dus ik keer maar om. Wellicht is er een andere manier om Days Bay te bereiken. De regen valt al spoedig met kruiwagens tegelijkertijd op me neer. In een mum van tijd ben ik compleet doorweekt. Tot overmaat van ramp beland ik ook nog eens met mijn voorband in een oude treinrail en zie ik me languit op het asfalt liggen. Twee aanstormende automobilisten kunnen gelukkig nog wel op tijd hun voertuig tot stilstand brengen. Ik besluit, behoorlijk gegrepen door de schrik van de val, maar even stukje te lopen met de fiets aan hand. Na een paar minuten heb ik mezelf hervonden en spring weer op mijn fiets. Ik zet koers naar Red Rocks. Eenmaal de stad aan de zuidkant weer verlaten te hebben, fiets ik van baai naar baai. De lucht blijft helgrijs lelijk zijn en de regen ijskoud op me neer vallen. Koffiepauze en weer doorgaan maar. Echt droog zal ik toch niet meer worden. Schepen welke voor anker liggen voor de kust lijken wel halve spookschepen door de laag hangende grijze bewolking. Na nog een uurtje besluit ik, ter hoogte van Hataitai beach, om te keren. De regen maakt verder fietsen haast onmogelijk. Ik zie geen hand voor ogen, het fietspad is in zijn geheel overstroomd en er is nergens een schuilplaats te ontdekken. This is not fun anymore!
Als het weer een beetje opgeklaard is de volgende dag, geef ik Days Bay een 2e kans. Ik pak een ferry en kom aan in deze gemoedelijke, half in slaap gevallen gemeenschap. Eastbourne is er voor de ‘few lucky rich’. Maar ik kom hier voor een kustwandeling naar de Pencarrow Lighthouse. De kustlijn vangt aan met groene heuveltjes van het niveau Nederlandse duinen maal 10, terwijl rotsformaten de kracht van de zee trachten te weerstaan. Al gauw worden de heuvels hoger en hoger totdat ze overgaan in prachtige steile kliffen, welke hoog boven me uit toren en een prachtig contrast vormen met de felblauwe lucht. Hopelijk blijft het zo vandaag!
De bos begroeiing gaat over in helmgras, de heuvels worden boller. De heide geeft de heuvels een groen/gele gloed. Schapen doen zich te goed aan het gras en gunnen de eenzaam passerende toerist een vluchtige blik. Nu nog een paar Hobbits, en het plaatje is compleet. Een paar duinmeertjes doorbreken groen/gele dominante, met een flinke klodder blauw. De vuurtoren doemt drie heuvelruggen verder voor me op. Nog even doorlopen dus. Eenmaal de vuurtoren bereikt, de allereerste in Nieuw Zeeland land ooit gebouwd, valt me een prachtig uitzicht over de overwonnen duinen en kliffen me ten deel, terwijl de zee tegen het land aanbotst en de twee windstromen, vanuit de Cook Strait en de Tasman Sea, mijn bezwete T-shirt snel doen drogen. Ik ga zitten in het helmgras en neem het moois in me op en laat mijn gedachten de vrije loop. Hier wil ik niet weg. Hoe relaxt ben ik nu? De mensen, de natuur, mijn dierbare vriendin, zo ver weg …
De kranten en het Kiwi Journaal staan tijdens mijn verblijf in Wellington vol van de ‘Deense cartoon’, welke het Islamitische geloof in diskrediet zou brengen. De halve wereld, van Iran t/m Thailand en Indonesië t/m Somalië valt er over. De cultuur- en geloofstegenstellingen staan overal ter wereld op scherp. Hier in Nieuw Zeeland wordt gesproken van een bicultural land: Maori’s en overigen. Daarmee de Maori’s op nummer één plaatsende. Maar ondertussen wonen mensen uit weet ik hoe veel landen hier, met een zware Aziatische focus. En zoals het het land Under Down Under betaamt, is iedereen relaxt. Iedereen respecteert elkaar, niemand doet voor elkaar onder.
De kranten staan even later ook vol van de reacties op een Islamitische cartoon welke de Holocaust ophaalt. Het getuigt niet van veel menselijke kracht om de westerse (feitelijk: Joodse) wereld op deze wijze ‘terug te willen pakken’. Human weakness? Was dat niet het centrale thema van de Lord Of The Rings? Het zal ook nooit ophouden.
It’s time to say goodbye. Een dikke knuffel op de stoep voor het huis. Dag lief klein zusje. Rich brengt me naar het treinstation. ‘See you later mate’, gevolgd door een omhelzing. Zodra ik de hal binnenloop start de herkenningsmelodie van Forrest Gump. Een traan bungelt over mijn wang. Nu moet ik haar weer missen voor onbepaalde tijd. Maar, de vriendschap is onveranderd na 18 jaar! Zeldzaam mooi. Je woont zo ver van elkaar vandaan, maar toch altijd dichtbij. Na één oogopslag is het iedere keer weer als we elkaar zien als vanouds. Het enige wat verandert is haar langzaam verdwijnende rollende ‘r’.