Typische (of toch niet zulke typische) buspraktijken op weg naar Udaipur

Typische (of toch niet zulke typische) buspraktijken op weg naar Udaipur

India – 2000

India staat bekend om zijn kastestelsel. Mensen uit een lagere klasse, moeten hemel en aarde bewegen om omhoog te komen. Oftewel, wie als dubbeltje geboren wordt, zal niet gauw een kwartje worden. Dit ‘systeem’ zie je overal terug in het dagelijkse leven. Ik ben er alleen nog niet helemaal achter waar toeristen in de ladder staan. Alhoewel ik nu meer als sadhu door het leven ga, dan als toerist. Mijn kleren zijn goor, ik zal ongetwijfeld niet fris ruiken (ik val al niet meer op temidden van de locals) en mijn baard krioelt alle kanten op. Vandaar dat ik ook niet een vaste plek in de bus heb. Ik begin naast een jochie van een jaar of twaalf, welke gezien zijn forse omvang naast zijn eigen stoel ook de helft van mijn stoel in beslag neemt. Dan word ik weer verschoven naar een leraar uit de grote stad Jodhpur, dan weer naast een vrouw gekleed in vodden met op iedere knie een speenbehoevend kindje.

Even later stapt er een ogenschijnlijk zeer welstandige man binnen met aan zijn hand zijn dochtertje met vlechtjes in d’r haar. Achter hem, uiteraard, stapt zijn vrouw met een zuigeling in de armen in. De man geeft de buschauffeur een geldbriefje welke vervolgens in zijn borstzak verdwijnt. Even later brult de buschauffeur tegen een moeder met drie kinderen en twee zakken rijst, dat ze naar een nieuwe plek moet uitkijken. Want de vrouw had wel een heel mooie plek met veel beenruimte voor haar zelf en haar kroost uitgezocht. En tsja, dat kan niet! De ogen van de vrouw staan op springen, ze wil schreeuwen, vloeken, tieren, brullen. Maakt niet uit hoe, als ze haar ongenoegen maar kan uiten. Het heeft geen nut. Ze staat lager in het kastenstelsel dan de man en zijn familie. De man geniet van zijn macht, pakt zijn krantje en laat uiteraard zijn vrouw de zorg over de kids op haar nemen. “I have money, I can do anything”, straalt hij uit.

Zijn zoon zit schuin voor me en vind me uiteraard heel interessant als Westerse stinkerd. Het gesprek begint heel standaard over Kluivert. Even later laat hij blijken niet geheel op de hoogte te zijn van de hedendaagse topografie. Brussel is namelijk de hoogstgelegen stad ter wereld, Parijs is een van de weinige steden in Europa zonder muskieten en Nederland is heel goed in cricket. Als er een sport is die ik 0,0 volg is het wel cricket, dus hierin kan deze scholier me wel wat wijsmaken. Maar het feit dat ik na een paar weken in India wel de naam van Sachin kan ophoesten, de nationale cricketheld in India, doet me van alle kanten schouderklopjes opleveren.

Wat me wel weer opvalt is dat deze jongen wel weer alles wist te vertellen over de vuurwerkramp in Enschede van 13 mei jl. Ik heb nog niet eens een krantenkop gezien, laat staan er iets van op internet gelezen. Raar hoe dingen dan gewoon zo wat compleet aan je voorbij gaan als je op zo’n 8.000 kilometer afstand van huis vertoefd.

Tevens bespreek de jongen over de invoering van een statiegeld plan om de enorme vervuiling in India tegen te gaan. “How does it work?”, vraagt de jongen. “Well, normally a bottle of water costs between 5Rs and 20Rs. Then you charge an additional 10Rs for the plastic bottle, which everybody gets back when they return the bottle”. Of het zou werken of überhaupt invoerbaar is, is een tweede uiteraard. Van de jongen ontvang ik geen reactie hierop, wellicht is hij nog te jong. Want, na een half uurtje of zo ben ik uitgekletst met de jongen en pakt hij zijn klapperpistool en schiet zijn vader tien keer overhoop. Zijn zusje blèrt ondertussen mee met wat Indiase melodietjes, welke haar oren verwennen middels een soort variant van My First Sony.

Ik zie het Indiase landschap ondertussen aan me voorbij trekken. Her en der een palmboom waarvan alleen nog de bovenste bladeren nog enige groenigheid vertonen, de andere bladeren wijzen puntig naar beneden. Een bord langs de weg meldt dat het nog 20 kilometer naar Udaipur is. Een klein half uurtje schat ik zo in. Nog geen kilometer na dit bord verlaat de bus echter deze hoofdweg en duiken we een B-weg, of beter gezegd Z-weggetje in. Deze weg is breed genoeg voor precies een voertuig. Oftewel, het recht van de sterkste zal zich moeten laten gelden. Tegenliggers in de vorm van kleine auto’s of motors wijken derhalve ook allemaal uit naar de naast de weg gelegen zandbak. Na een minuut of vijf passeert de bus een bord welke meldt dat de weg vanaf hier steil naar beneden zal lopen. Normaliter een goede reden om wat langzamer te rijden, maar niet in India. Gezien de bochtigheid van de weg verbaast het me dan ook niet dat ik al snel een op zijn dak ‘gerolde’ auto in mijn ooghoeken bespeur.

Nog eens een paar honderd meter verder ligt een truck schuin in een greppel. Uiteraard vormt dit voor de buschauffeur nog steeds geen enkele reden om eens wat rustiger aan te riiden.

Na een kwartiertje of zo stopt de buschauffeur plotseling bij een restaurantje in de middle of nowhere. Een beetje vreemd want mijn gevoel zegt dat Udaipur nu toch echt op een steenworp afstand zou moeten liggen. Indian logic. Even de benen strekken. Hmm, ze hebben hier ijs. Is toch wel erg lekker in deze hitte. Een raketje komt me op 20Rs te staan. Da’s ongeveer twee keer de prijs wat je er in Nederland voor betaald. De Wall’s prijskaart laat op het eerste oog geen prijzen zijn, daar deze allemaal afgedekt zijn met stickers. Echter, een tweede blik erop met mijn neus op de sticker, laat me 12Rs zien voor hetzelfde raketje. De verkoper zegt uiteraard dat het de oude prijzen zijn en dat hij ze daarvoor toch echt niet meer kan verkopen. Eigenlijk zou ik nu al het ijsje moeten teruggeven, maar ik heb gewoon zin in het ijsje. Dus ik laat me letterlijk afzetten. Het zal ook niet de laatste keer zijn in India. Ik ben nu eenmaal een toerist en per definitie rijk in hun ogen. Een prooi voor de onderklasse. Ik berust er voor nu maar even in.

Terug de bus in, de laatste meters naar Udaipur. Plotseling hoor ik geschreeuw op straat. Ik zie een van de buspassagiers in verwoede discussie met de ijsverkoper. De rijke man die in het begin van de reis met zijn geld stond te wapperen, valt zijn medepassagier bij. Ik begrijp er uiteraard niets van, want het is allemaal in een onverstaanbare taal op een ongekend volume. Twee verhitte personen komen na een paar minuten de bus in.

Ik vraag aan de zoon van deze man wat er in vredesnaam aan de hand is. De zoon verhaalt: “this icecream man sold my father icecream for 20 Rs while it should only cost 12Rs”. Ok, ik als toerist word niet als enige afgezet door de lower class, het overkomt de middle class dus ook. De rijke man gaat vervolgens verhaal halen bij de buschauffeur. Waarom heb je zo vlak voor Udaipur nog een pauze ingelast? Puur om wat commissie op te strijken? Aldus een vrije vertaling van zijn zoon voor mij, opdat ik alles kan volgen. Even later wordt de rijke man bijgevallen door een leger van medepassagiers. De een na de andere schreeuwt het uit: “Lassi for 20Rs”, “Cola for 20Rs”, “Water for 20Rs”. Oftewel, de buschauffeur heeft de hele bus nu tegen zich. Hij rijdt strak door in 20 minuten naar Udaipur, zonder nog één woord met wie dan ook te wisselen of iemand aan te durfen kijken. Hij oogt supergespannen.

Hij is het waarschijnlijk ook. Eenmaal in Udaipur spurt hij de bus uit, opent de bagageluiken en kiest vervolgens het hazenpad.

Plaats een reactie