Opvoeden uit verveling

Opvoeden uit verveling

Mt. Abu, India – 2000

De volgende dag voel ik me al iets beter en wil eigenlijk geen seconde langer in deze intense hitte bivakkeren. De busrit naar Abu zou een kwestie van een uurtje of drie, vier moeten zijn. Maar India zou India niet zijn als het dubbele aantal uren benodigd is om de toch te voltooien. Helemaal omdat het buspersoneel na letterlijk een kwartiertje van tuffen de bus langs de weg zet om te gaan lunchen voor een uur. Oke, dat hadden ze ook kunnen doen voor vertrek van de bus. Maar, het is weer een goed voorbeeld van ‘Indian logic’ en heeft dus ook weer zo zijn charme.

Ergens midden in de nacht word ik wakker geschreeuwd. ‘Abu, Abu’. Ah, we zijn er? Nope, de bus is gearriveerd in Abu Road en zal niet bergopwaarts gaan. Overstappen dus! In het uurtje wachten totdat er een andere bus komt die me bergopwaarts zal brengen en het halve uurtje van feitelijk bussen, begint mijn maag weer behoorlijk op te spelen. Hetzelfde gevoel van een dag geleden. Slikken doet pijn met continu een gigantische brok in mijn keel. Zijn dit nou uitdrogingsverschijnselen? Nu dan toch maar de uit Nederland meegenomen ORS gebruiken?

Uiteindelijk arriveer ik om 05.30 uur in Mt. Abu. Het is overal pikkedonker. Geen van de huizen laat een teken van leven zien. Heb dus ook geen flauw waar ik kan slapen. Maar, en dit keer gelukkig, komen er al snel hotel touts op me af. Ik verlang naar een bed, maar eerst een WC.

Als ik de volgende ochtend wakker word rond een uurtje of 11 zie ik dat mijn ‘bed’ slechts een matras op de grond is. Verder zit er geen glas meer in de kozijnen, alleen maar een hor om de vliegen buiten te houden. De kamer heeft trouwens een gigantische omvang. Als toetje liggen er twee zwervers letterlijk tegen mijn kamerdeur te slapen, welke half naar binnen vallen zodra ik kamer wil verlaten.

Een eerste blik op deze toeristische trekpleister van Rajasthan voor de locals, doet me eigenlijk meer aan Spanje denken dan aan in India. Overal mooie volle palmbomen tegen een strak blauwe lucht, ijscomannetjes en terrasjes gevuld met allemaal ‘honeymooners’. Even een dagje of wat afkoelen, want koeler is het hier zeker. Maar veel te doen is er niet. Er zouden hier wat leuke ‘walks’ zijn. De waarheid is echter dat je na een uur weer in downtown Abu bent. Oftewel, totaal geen uitdaging.

Een grotere uitdaging vormt een soort van korte opvoeding van mijn kant, bedoeld voor drie kleine kids. Deze kids hebben het gemunt op een lief, klein lammetje. Een van de kids houdt het lammetje vast aan de staart, een tweede trekt aan de oren en de derde tot slot gaat met het volle gewicht op de rug van het beestje zitten. Het arme lammetje ‘meheeet’ het uit van pijn. Een speelkameraadje staat op een afstand toe te kijken, wetend dat als deze te hulp zou schieten, er ook aan zou moeten geloven. Echter, als ik de kids benader, ben ik interessanter.

“Rupee, rupee”. Mijn enorm verrassende antwoord is “No rupee. You like playing?”, vraag ik aan ze. “Yes, yes, yes”. Ok, nou die schaapjes ook, maar die hebben het niet echt naar hun zin. Ik kan uiteraard niet in mijn eentje de wereld verbeteren. Maar een van de kids begint aan mijn broekzak te trekken, oftewel het schaapje heeft één ‘hoeder’ minder en weet te ontkomen.

Missie geslaagd en “no fucking rupee for you”.

Plaats een reactie