Op weg naar de hitte

Op weg naar de hitte

Ganj – Rajasthan, India – 2000

Tijdens de rit van Ganj naar Chamba, stopt de bus onderweg veelvuldig. Even dacht ik eraan om in Dalhousie uit te stappen, maar uiteindelijk wacht ik het uurtje eer de bus weer doorrijdt naar Chamba. Vlak voordat de motor weer begint te loeien stappen Mike (US) en Zoa (Israël) in. Met hen breng ik een dag door in Chamba. We bekijken wat tempeltjes en lopen langs de woeste rivier die Chamba doorsnijdt. Zodra de avond valt, gaan we wat eten langs een van de cricketvelden welke Chamba rijk is. Het veld zit vol met families welke op het veld picknicken. Een jong meisje, ik schat haar 9 misschien 10 jaar, loopt te schreeuwen in een microfoon. Door middel van zingen, praten, dansen, heen en weer springen, tracht ze het publiek voor zich te winnen. Meeklappen doen de Indiërs allemaal. Maar velen luisteren ademloos naar wat deze jonge dame zoal te vertellen heeft. Ik versta er uiteraard helemaal niks van, maar deze dame lijkt mij iets te veel noten op haar zang te hebben. Denkt ze dat ze een Godin is of zo?

Een dagje op en neer naar Brahmaur, een dorpje wat gezien de aandacht die ik er kreeg, weinig toeristen ziet. De busrit terug laat veel van het echte reizen zien. Een stampvolle bus, een ieders bagage ligt uiteraard op het dak, veel dames met grote neusringen. Ook zie ik een groep mensen in prachtige klederdracht. Ik vraag uit welk gedeelte van India ze vandaan komen. Met moeite kom ik te weten dat ze nomaden zijn uit een land in Centraal Azië. Ondertussen likt een klein meisje met een dikke eyeliner rand een handgreep en wordt ik gade geslagen door een jonge met helgroene ogen. Kashmir?

Eenmaal terug in Chamba ontmoet ik Liz en John uit Amerika. Het eerste wat ze me vragen, nadat ik mijn backpack heb gedumpt in de dormitory van Jimmy’s Inn, is: “Have you heard about this Irish girl, she has been missing for some days…

Jimmy, de hoteleigenaar, komt naar ons toe, met de melding dat een Ierse dame na haar ontbijt niet haar backpack heeft opgehaald, anderhalve dag geleden. De politie is inmiddels in het hotel gearriveerd, waar ze eerst haar tas doorspitten. In haar tas treffen ze een paspoort aan. Geen enkele toerist vertrekt voor langer dan een dagdeel zonder paspoort, zou je denken. De zenuwen beginnen. India paranoia. De politie maakt zich echter totaal niet druk: “In Chamba valley, nothing has ever happened!” “Until know”, was mijn eerste reactie. De politie vindt een tampon interessanter dan een opsporingsbevel uit te geven. Ik en de twee Amerikanen hebben het er over om de ambassade in te gaan lichten. We maken ons inmiddels serieuze zorgen over een medebackpacker. Dit uiteraard tot ongenoegen van de politie die liever loopt rond te lummelen dan daadwerkelijk actie te ondernemen. De ambassade is blijkbaar een goede manier om druk op de politie uit te oefenen. Vlak voordat onze bus naar

Amritsar vertrekt, krijgen we te horen dat de Ierse zojuist naar het hotel gebeld heeft met de melding: “Hello. Sorry, I didn’t pick up my backpack, but I’m smoking marihuana in some little villages”. Yeah sure, was mijn eerste gedachte. Dat vertel je ook zo spontaan tegen de hoteleigenaar. En wel erg precies op tijd. Wellicht hoopt de politie dat wij nu niet de ambassade zouden inschakelen. Echter, nu hebben we des te meer reden.

Aldus stappen we met gemengde gevoelens de bus in op weg naar Amritsar. We hadden de foto van de toeriste in ons geheugen gegrift. Ik heb haar naam, Maureen Mooney, en paspoort nummer opgeschreven. Maar wat blijkt even later, wie zit er in de bus? Jawel, Maureen, die op ons verhaal heel nuchter reageert. “The police is going through your luggage”. Geen reactie van haar kant. Het paspoort bleek een reservepaspoort te zijn, ze was niet in a little village en was niet aan het ‘roken’.

Dus de politie heeft ons inderdaad een vals excuus opgegeven om ons gerust te stellen. De Ierse stapt de bus uit zonder verder iets te zeggen omtrent de ware toedracht van haar absentie van anderhalve dag. Met vraagtekens op ons voorhoofd rijdt de bus langzaam het station van Chamba uit, om via Pathankot naar Amritsar te rijden.

Amritsar zelf is niets meer dan een stinkstad a la Delhi. Deze voor Sikh’s heilige stad kent maar een enkele attractie, The Golden Temple. Deze temple’ wordt op allerlei soorten manieren geliefkoosd door de Indiërs. De drempels worden geaaid, muren gestreeld en vloeren gezoend. In het midden van de tempel is een waterput waarlangs diverse moeders hun kinderen met natte lappen schoon poetsen. Het is een drukte van jewelste, de hele vloer is bezaaid met mensen die trachten te slapen, te rusten, te lezen, te mediteren, etc. Voor een kleine donatie, waarvan voor de daklozen die er op soort van pertinente basis verblijven dal bhat wordt gekookt, mag ik er ook blijven slapen. Dagelijks houden tientallen vrijwilligers zich bezig met het uitdelen van eten aan gemiddeld 10.000 mensen. Samen met het handjevol andere toeristen die er ook overnachten, word ik wel in een van de locals gescheiden ruimte geplaatst.

De volgende ochtend zet ik in de vroege ochtend pas naar het treinstation om van daaruit naar Delhi te reizen. Bij het krieken van de ochtend bemerk ik dat ik weer in de wereld van smog en andere soorten vervuiling terecht ben gekomen. Het stinkt namelijk voor het eerst in lange tijd weer in de ochtenduren. Op het treinstation word ik tussen vijf loketten heen en weer geloodst eer ik een enkeltje Delhi heb gemachtigd. Voor de volledige ‘Indian train experience’ heb ik een kaartje voor de ‘ordinary class’ gekocht.

Al duurt deze treinrit maar een uurtje of 10, het is een volledige ‘vakantie’ op zich:

• overal lekkere Indische lekkernijen te koop welke de wc-gang op weg helpen
• kwakzalvers waarnaar de Indiërs uren achtereen ademloos luisteren
• kinderen welke mijn aandacht proberen te vangen door hun handjes door de treintralies te steken als de trein wat langzamer rijdt
• trein-eten verkopers die uren achtereen dezelfde mensen trachten over te halen juist bij hem eten uit een soort van gaarpot te kopen
• travestieten, zwervers en welgestelden op een rijtje
• een bankje voor zes mensen delen met 11 volwassenen, terwijl je voeten worden geblokkeerd door de tientallen kilo’s bagage van je medepassagiers al dan niet gevuld met dierlijke onderdelen
• een kindje zien urineren terwijl vaderlief zijn kroost gewoon omhoog hijst
• een vrouw met een oogdoekje op die zo nu en dan afzakt zodat je ziet dat er inderdaad iets mist op haar gezicht

Wat ook iedere treinrit weer opvalt is het aantal mensen dat onderling Engels spreekt. Dit komt met name omdat voor mensen uit bijv. Himachal Pradesh of uit de provincies ten zuiden van Rajasthan de nationale taal (Hindi) net zo goed begrepen wordt als Russisch.

Bij aankomst in Delhi voltrekt zich meteen het gebruikelijke ritueel van duwende en trekkende mensen. Mensen kunnen de trein niet uit, omdat de mensen die er in willen hun plekje willen veilig stellen. Gelukkig ben ik net wat groter dan de gemiddelde Indiërs en met mijn backpack van inmiddels 20 kg, duw ik mezelf er gewoon doorheen. Op het moment dat ik me uit de mensen massa gewurmd, word ik meteen geconfronteerd met de realiteit van het echte India. Er ligt een lijk op het perron waarop ik aankom. Kinderen rennen er langs alsof het de gewoonste zaak van de wereld. Complete gezinnen wachten de aankomst van hun trein af op maar een paar meter afstand van de recentelijk overledene. Ik neem een riksja voor 2 gulden naar de Paharganj. Ik ben moe en wil slapen, Airconditioning of niet, de eerste de beste vrije kamer is mine! Het is inmiddels al tegen de klok van middernacht aan, maar het is overduidelijk: ik ben weer terug in de hitte. Ik laat 10 liter water uit een bucket in een aantal seconden over me heen gooien, een fata morgana na de lange reis vanuit Amritsar.

De volgende dag loop ik nog wat over de Main Bazaar van de Paharganj. Regel mijn treinkaartje, check mijn email, eet een maaltijd welke mijn maag zeker kan verdragen en drink een biertje op een dakterras alwaar ik het leven beneden mij observeer. De hectiek van de bazaar, kinderen die er rondrennen, paard en wagen wat de weg blokkeert voor een brommende vrachtwagen, de luierende koe onder een afdakje voor de schaduw, de schreeuwende verkopers die allemaal hetzelfde lijken aan te bieden, de tientallen riksja’s die toch echt beter een zijstraatje in kunnen slaan, de eenzaam rondlopende toerist.

Nergens in India, buiten plaatsen als Ganj om, zijn zoveel toeristen bij elkaar vaak voor korter duur, maar nergens lijkt het zo eenzaam in India. Eenzaam en gestresst, omdat het toeristenleven hier plots weer hand in hand gaat met de hectiek van het echte Indische leven. Tijdens dit jaargetijde echter, begin juni, is Delhi nagenoeg vrij van toerisme. De temperatuur stijgt in een rap tempo, zodanig dat de muggen zelfs de noordelijke regionen van India lijken te prefereren. Ik kruip voor de laatste keer de trap op van mijn Indiase klerenkast en gooi nog 4 keer een bucket water over me heen. Met een fietsriksja baan ik me een weg door Old Delhi op weg naar het treinstation. Ik zal vannacht naar nog het nog hetere Rajasthan af te reizen.

Plaats een reactie