Ongewenst zwemmen en slangensporen
Wandeling rondom Muang Sing – Laos, 2000
Muang Sing ligt op een steenworp afstand van de Chinese en de Birmese grens. Het is het laatste dorpje van enige omvang in dit gedeelte van Laos. Nou ja omvang? In een klein minuutje loop je het dorpje van noord naar zuid door. Het is prachtig gelegen te midden van rijstvelden tot zo ver het oog reikt. Mensen wonen veelal op het rijstveld, oftewel her en der staat een rieten hutje welke als huis fungeert eenzaam te wezen op het rijstveld. De bergen tekenen de horizon, met diverse kleuren groen besmeurt. Dit met dank aan de schaduw van de wolken, welke her en der de blauwe lucht doorbreken. Het land is doorweekt, de rijstterassen zijn compleet ondergelopen door de overvloedige regen. De oogst zal goed zijn voor de boeren!
Helaas voor mij maar helemaal helaas voor de lokale bevolking wordt het dorpje overspoeld daar Israeliers. Met veel verbaal geweld transformeren ze dit door dorpje tot een Israelische gemeenschap. Iedereen schreeuwt, iedereen wil de baas zijn en iedereen is de all-experienced traveller. Ze voelen zich machtig als ze een dubbeltje hebben afgedongen van een souvenir welke in eerste instantie voor 15 cent is aangeboden. Als de lokale bevolking iets niet begrijpt behandelt de meerderheid van de Israeliers hen als zijnde ‘dom’. Als het eten niet snel genoeg komt, d.w.z. binnen 10 minuten, gaan ze weer over de zeik. Ze geven een onmiskenbaar vernederend klopje op de schouders als ze, in de ogen van de Israeliers eindelijk, iets goed hebben gedaan. Ze vergeten ook nog eens veel te betalen. Gelukkig hebben de Laotianen een goed geheugen en helpen de Israeliers hen eraan herinneren dat ze om 18.15 een fruitshake hebben besteld, om 19.20 een eerste biertje gevolgd door om 20.45 een maaltijd en een volgend biertje. De Laotianen zien deze ‘toeristen’ dan ook liever gaan dan komen. Maar ja, het levert wel weer de nodige centjes of beter gezegd kippetjes op.
Genoeg gedogmatiseerd. Niet alle Israeliers zijn zo. Zo ook niet Ilan en Ilaniet, Guy en Guy. Met hen en met Jonathan een 24 jarige San Fransiscaan, maak ik een tripje naar wat omringende dorpjes. We krijgen het strikte, haast bindende advies om dit niet per fiets te doen. Sterker nog, het is feitelijk illegaal om al hier een fiets aan toeristen te verhuren. Waarom? Het gerucht gaat dat er ooit een (1) toerist naar de dorpjes is gegaan, per fiets, daar met de lokale bevolking het nodige aan opium heeft weggerookt en vervolgens beroofd en ‘geskinned’ is. Tsja, je kan ook gewoon te voet naar de villages gaan en vervolgens ook beroofd worden. Maar nee, het ligt absoluut aan de fiets…
Opium in dit gedeelte van Laos is overigens makkelijker verkrijgbaar dan wiet in Amsterdam, doch zeer zeer illegaal. Opgedirkte Akha dametjes welke vanuit de omringende dorpjes naar de ‘stad’ Muang Sing komen om zelf geweven armbandjes en tasjes ter verkopen aan toeristen, hebben onder een grote berg souvenirs ook wat bolletjes opium verstopt en bieden deze te koop aan.
Met zijn zessen in totaal dus, regelen we een auto welke ons die dag zal rondrijden om wat dorpjes te bezoeken. Kosten 100.000 kip, omgerend ƒ 4,50 per persoon. Niemand heeft enige reden om daar moeilijk over te doen, alhoewel het een groot vermogen is voor auto eigenaar. Ach, gun hem ook wat. Guy en Guy blijken de meeste relaxte Israeliers te zijn welke ik tot op heden heb ontmoet. Ze praten voor het merendeel in het Engels en verontschuldigen zich zelfs als ze even in het Hebreeuws hebben gepraat. Zo kan het dus ook.
We rijden het dorpje uit over een stoffige gravelweg en stoppen een uurtje later of zo, vanaf waar we te voet verder gaan naar een Akha Village. De bestuurder van de auto blijft bij zijn voertuig om diefstal te voorkomen. Het looppad is net als de ‘main road’ een gravel paadje. In het begin is deze nog relatief goed te belopen. Hier en ander een plasje regenwater. Op sommige plekken kom ik er niet onderuit: natte voeten zijn niet langer te voorkomen doordat het hele pad is overstroomd. Ach ja, we zijn feitelijk in een tropisch woud, dus wat wil je ook. Vervolgens blokkeert een snel stromend riviertje onze weg. Oversteken geblazen dus, willen we het Akha dorpje bereiken.
Evenwicht. Het is nooit een sterk onderdeel van mijn persoontje geweest. Had vroeger op gymles ook al een hekel aan de evenwichtsbalk. Maar ja, nu moeten die lessen zich toch echt gaan uitbetalen, want ik heb geen zin om languit gestrekt in de rivier te gaan badderen. De bodem zien is schier onmogelijk, want het water heeft dezelfde kleur als de Gele Rivier in midden China. Ik tast derhalve de bodem van de rivier beetje bij beetje af. Platte stenen gebruik ik als landingsplaats voor mijn voeten. Puntige of bolle stenen vermijd ik uiteraard, want deze vergemakkelijken de zgn. vrije val. Het gaat goed. Door rustig te lopen ‘overleef’ ik het snel stromende stuk van de rivier. Dan moet het rustige kabbelende gedeelte toch ook lukken, zou je zo denken.
Echter, vlak voor de overkant is bereikt, blijft mijn grote teen haken achter een van de vele op de rivierbodem op de loer liggende rotsen. Flats. Ik vlieg recht voor over het water. Op zich geen probleem, maar wel als je bedenkt dat ik in mijn rugzak mijn paspoort, mijn traveller cheques, mijn camera, mijn geld etc heb zitten. Mijn kamerdeur in het guest house wilde niet echt op slot gaan, dus vandaar dat ik de hele mikmak meesleur. Shit. Gvd. Klote. F***. K**. Al spartelend bereik ik de overkant, waarna mijn schoen er vandoor drijft. Ik gooi mijn rugzak af op het droge en duik achter mijn schoen. Even later sta ik, compleet doorweekt van het modderwater, op het droge en taxeer de schade aan de belangrijke documenten. Het valt gelukkig allemaal wel mee. Mijn tas blijkt behoorlijk waterdicht te zijn.
Even later volgt het volgende obstakel: een enorme modderpoel. Niet zo maar eentje. Na een pas erin, verdwijnt de eerste knie in de modder. Hmm, de modder voelt vies warm aan. Eenmaal compleet in de modder staan, is het tijd om ‘pasjes’ te maken. Als ik mijn voet wil verplaatsen, voel ik dat de modder flink ‘zuigt’. Het vergt nog een flinke inspanning om uberhaupt vooruit te komen. Ik hoor Ilan achter me zeggen dat hij diverse slangensporen ziet. Op dat moment zie ik wat schorpioenachtigen voor mijn neus over de modder wegkruipen. Waar ben ik in hemelsnaam mee bezig? Na tien minuten heb ik de overkant bereikt onder luid applaus van een ieder die al voor me de overkant heeft gehaald. Pfew, ik ben blij dat ik weer wat vaste grond onder mijn voeten heb. Nog een klein riviertje scheidt ons van het nadere Akha dorpje. Dit riviertje oversteken, vormt nu geen probleem meer. Ik ben ook wat laconieker nu ik weet dat mijn tas tot zekere hoogte waterdicht is.
De kinderen van het dorp komen ons al tegemoet gerend. “Sabaai di, sabaai di”, hoor ik overal om me heen. Eentje pakt mijn hand en begeleidt me naar het dorp, welke vaker door toeristen is aangedaan. De souvenirs en opium zijn weer rijkelijk aanwezig. In dit gedeelte van de wereld hoef je ook niet bang te zijn dat je iemand beledigd door met blote schouders rond te lopen. De vrouwen drentelen om me heen met vrolijk in de zon wapperende hangborsten, welke veelvuldig tot voorbij de navel rijken.
Het dorpje bestaat uit niet veel meer dan een paar hutjes welke op palen staan met daken van riet. Het dorpje wordt in het geheel omgeven door de jungle en ligt op grote loopafstand van de minste vorm van beschaving, laat staan een zuivere waterbron. Enkele gebaren foto’s niet op prijs te stellen, nadat iemand klakkeloos wel een foto maakt. Sommige hebben er weer geen enkel probleem mee.
De regen begint uit de hemel te vallen. Het land kleurt in heel snel tempo enkel tinten donkerder, de bergen worden omringd door een grote sluier: tijd om terug te gaan. De kinderen van het dorpje rennen ons op een gegeven moment achterna. Als ik mij plotseling omdraai, stoppen ze met rennen en draaien zich ook om, opdat ik hun gezichten niet te zien krijg. Dit herhaalt zich een aantal keren. Een keer stop ik ook met lopen en kijk naar achteren door mijn hoofd tussen mijn benen te stoppen, hetgeen de kinderen ook perfect kopieren! Dezelfde route terug verloopt nu een stuk makkelijker: klein riviertje, modderpoel en grote rivier. Guys, zullen we een wedstrijd houden? Weinig animo!
Die nacht heb ik de eerste ‘vreemde’ droom, waarschijnlijk is het gebruik van Lariam daar mede debet aan. Zo droom ik onder meer dat ik onze oude hond Pjotr moet uitlaten en stopt mijn moeder me in bed. Mmmmm. Fijn extraatje aan een reis door Laos.