Nothing but food

Nothing but food

Hat Yai – Kota Bahru, Maleisie, 2000

Na een nacht van niet of nauwelijks slapen haast ik me bij het krieken van de dag naar het treinstation. Reisbestemming: Songai Goluk, de grens met Maleisië. Even nadat de trein het station heeft verlaten, rijdt de trein al snel door een oerwoud. Af en toe is de hand van de mens zichtbaar, als er rijstterrassen aan me voor bij schieten. Maar het merendeel van de reis, lijken de kokosnoten zo in mijn schoot te vallen. Limestone cliffs en heuvelruggen geven het landschap nog meer variatie. Her en der staat een eenzaam houten hutje. Ik zie wat kinderen er omheen spelen. Wat bezielt mensen om zo ver in the middle of nowhere te gaan wonen? Maar aan de andere kant kun je je ook afvragen waarom mensen zo hutje mutje op elkaar gepakt in een stad wensen te wonen? Alleen om dichtbij werk te zijn?

De grensovergang bij Sungai Goluk gaat super soepel. Het waarschuwingsbord ‘BE FORWARNED: DEATH FOR DRUG TRAFFICKERS UNDER MALAYSIAN LAW’ was niet te missen! En een kort busritje later ben ik gearriveerd in Kota Bahru, de eerste stad van betekenis in Maleisië.

Kota Bahru zit vol met backpackers, daar deze stad de hub is om naar de Perhentian Islands te gaan. Deze eilanden groep laat ik nu links liggen, wetende dat ik in een latere fase van mijn reis toch wel de nodige eilandjes aan ga doen. In Kota Bahru heb ik allereerst maar es een goede lange stadswandeling gemaakt. Conclusie: KB is een nietszeggende stadje met grauwe gebouwen, netjes verkeerssysteem, veel te veel McD’s, veel te veel billboards, een moskee die weinig uitstraalt anders dan 24/7 gezangen in verband met de zoveelste verjaardag van de profeet Mohammed en overal paartjes gevormd door een beeldschone lokale dame en een oude Westerse man. Arme dames. Ik heb geen van de dames gelukkig uit hun ogen zien kijken. Zijn ze verkocht door hun ouders? Zien ze dit als hun laatste uitweg?

Is er dan niks leuks aan Kota Bahru? Jazeker. Een gigantische eet- annex vreetmarkt. In een vierkantje hebben zich ca. 80 foodstalls uitgelijnd. In het midden zitten honderden mensen lekker te eten. Aller is er te krijgen: kippenkluifjes, drumstickets, beef dagan, fish curry, chicken rice, samosa’s, noodles, kip saté, loempia’s, squid. Oftewel, de Indiase, Chinese, Maleisische, Vietnamese keukens komen hier bij elkaar op dit pleintje.

De markt gaat doorgaans open voor een uurtje van zes tot zeven ’s avonds. Daarna is het tijd voor de Moslim gebeden, waarna de markt al gauw weer volstroomt met mensen die zin hebben om lekker en sociaal te eten. Want je kan wel een tafeltje voor je eentje willen, maar al gauw word je omringd door mede backpackers en locals. Het eten neemt normaal 10-15 minuten in beslag. Echter, grote kans dat je nog een keer een rondje langs de kramen loopt. Voor het geld hoef je namelijk niet te laten. Een zeer, zeer goed gevuld bord kost 5RM. Omgerekend is dat ongeveer ƒ 2,50. Daarna zit je vervolgens nog tot in de kleine uurtjes aan de thee, mirinda, limca en lychee juice met je tafelgenoten.

Het blijft ook gewoon druk op het plein tot ver na middernacht. Zakenmannetje die nog snel een sate-tje of twee naar binnen werken, jonge bedelende kinderen die her en der nog de overgebleven rijst en noodles met een klein beetje curry oppeuzelen, de poezen die nog wat visrestjes van onder de tafels naar binnen werken en de ratten die wat minder kieskeurig zijn en genoegen nemen met alle overige restjes. Opgeruimd staat netjes.

Plaats een reactie