Ik moet Oranje zien
Maleisie – 2000
Mersing is een niet veel zeggend stadje van waaruit ik een excursie maak naar een nabij gelegen eilandengroep. Hier maak ik voor het eerst in mijn leven kennis met de wondere onderwaterwereld. Koraalriffen, rotsige zeebodems en honderden soorten vissen, welke af en toe een hapje van mij nemen althans zo voelt het, laten zich aanschouwen door mijn ogen als ik een beetje aan het snorkelen ben. Een waar spektakel in uitvoering, even onder mijn drijvende lichaam. Dit belooft nog wat straks met de duikcursus. Alleen moet ik me dan niet vergeten in te smeren, zoals vandaag. Na weer aan land gekomen te zijn ben ik even een internetcafeetje ingedoken. Een TV-scherm laat beelden zien van de uitschakeling van Engeland en Duitsland. De eigenaar vertelt dat hij vannacht Nederland-Frankrijk gaat kijken en nodigt me uit om mee te kijken. De wedstrijd begint om 2.30 in de ochtend, Maleisische tijd. Dat wordt dus de wekker zetten.
Even voor de aftrap sta ik voor de deur loop ik naar het internetcafeetje, alwaar ik geen enkel brandend lampje aantref. De ijzeren poort is dicht. Ik klop maar aan, in de hoop dat ik niet een valse belofte heb aangehoord . Het duurt eventjes, maar na paar minuten van kloppen en bonzen gaat de deur open. “Welcome, come in”. Ik loop mee naar een soort van achterkamer alwaar nog drie andere Maleisische Chinezen zitten en me vriendelijke gedag knikken. Ik krijg prompt een biertje in mijn hand geduwd, welke na iedere keer meester gemaakt te zijn direct vervangen wordt door een volgende. De gastheer en zijn vrienden spreken weinig tot geen Engels, anders dan ‘beautiful ball’, maar begrijpen het spelletje dat voetbal heet door en door. Nu nog wel voor Nederland juichen jongens. Uiteindelijk eindigt de westrijd in 3-2 voor Nederland en ben ik het meest enthousiast met deze uitslag, of ben ik een beetje aangeschoten.
Na een donatie voor de biertjes gegeven te hebben, welke zeer erkentelijk werd ontvangen, zigzag ik, na tig keer fout gelopen te hebben bij de vijfsprong van Mersing, naar mijn hostel.
Ik vervolg mijn reis via Keluang naar Melaka. Oftewel een reis van de ene kant naar de andere kant van de slurf van Maleisië. Mijn guest house in Melaka, Sunny’s Inn, is een gezellige beestenbende van backpackers, waar elke avond het bier rijkelijk vloeit. Hier ontmoet ik o.a. Dany uit Zwitserland en Daniel uit Israël. Daniel heeft een dubbelpaspoort, nl. ook een Amerikaanse, anders mag hij nl. niet in Maleisië komen. De volgende een fikse wandeling gemaakt door little India en Chinatown, van elkaar gescheiden door een of ander stinkriviertje. Chinatown is nog wel enigszins redelijk qua omvang, maar little India doet zijn naam wel heel veel eer in. Niet meer dan een kruispunt, een, twee zijstraatje: dat is de gehele Indiase wijk. Wel hoor ik alleen maar Hindi als het gesproken woord.
Vervolgens loop ik door naar de Nederlandse overblijfselen in Melaka.Het zgn. Stadthuys. Nou dat hier zo’n ophef over wordt gedaan, is mij totaal vreemd. Het is gewoon een rood huis, met een uithangbord ‘Stadthuys’ in de stijl van oude Nederlandse gebouwen. Ik ben er met vijf minuten ook weer uit. En eigenlijk ben ik dan ook wel klaar, na twee dagen in Melaka. Een dag relaxen en een dag lopen. Maar ja, morgen is het Nederland – Joegoslavië en die wil ik niet missen, dus ik blijf nog een dag.
Een dag om Jaap vast te bellen met betrekking tot zijn aanstaande huwelijk. Een dag om Kampung Morten, Villa Sentosa en Air Keroh te bezoeken. Maar deze dag wordt toch wel getekend door het nieuws van een slachtpartij in een backpackers hostel in Brisbane. Iedereen in Sunny’s Inn heeft het erover. Er hangt een droevige, enigszins beangstigende sfeer. Die nacht speelt Oranje zijn memorable wedstrijd tegen Joegoslavië, 6-1. Dankzij het bier is de sfeer toch nog enigszins terug naar normaal. Op naar KL.
Even bijslapen in de bus. Tegen de tijd dat ik wakker word, rijst de hoogste toren of beter gezegd rijzen de hoogste torens ter wereld al voor mij uit: Petronas Twin Towers. In KL bezoek ik naast de torens, waar je op dat moment niet omhoog mocht, ook de nabijgelegen KL Tower. Hier mag je wel omhoog. In 30 seconden schiet de lift 271 meter de lucht. Mijn oren suizen ervan. Per stadsbus, altijd leuk om even uit te zoeken hoe alle verbindingen lopen, reis is ook af naar de even buiten KL gelegen Batu Caves. Een heilige Hindi grot, vol met beelden, waar een keer per jaar 100.000-en Hindu’s een beperkt aantal pelgrims aanmoedigen, tijdens hun zeer pijnlijke bedevaart. Pijnlijk in de zin dat ze zich laten piercen met pijlen door hun wangen, haken door hun tepels, etc.
Op de trap omhoog, in totaal 17×16 treden, ontmoet ik Sarah. Een Nederlandse dame met wie ik eigenlijk geen woord Nederlands heb gesproken, alleen maar Engels. Ze is inmiddels 7,5 jaar weg uit Nederland en woont en werkt nu in KL. Hierna gaat ze nog een jaar werken in Australië. Terug naar Nederland? Wellicht daarna. Zij is bij de grotten met twee iets oudere Zuid-Afrikaanse dames. Echt veel woorden hebben we niet gewisseld, maar Sarah geeft me haar nummer. ‘Give me a call tomorrow and we can meet in the evening for some drinks’. Klinkt goed!
Ik loop vervolgens nog wat door het centrum van KL, waar de Chinese dominantie overduidelijk aanwezig is. Overal ploppen Chinese goudwinkeltjes uit de grond, op iedere straathoek kan de gokverslaafde Chinees een lot voor een van de talloze loterijen aanschaffen, de enige Hindi tempel wordt omsingeld door talloze minitempeltjes met de bekende Chinese rode lampionnen. Aan het einde van Jalan Petaling, de centrale winkelstraat van KL, zie ik een oude Chinese man met rijsthoed en al zich uitleven op het doek. Hij schildert, maar helaas zonder al te veel fantasie. Want hij is niet een Yunnan landschap aan het vereeuwigen, maar de KL twintowers welke even verderop het gezicht bepalen.
Eenmaal terug in het hotel ontmoet ik Christie, een 21 jarige dame uit Canada en zeer nadrukkelijk aanwezig. Naast haar zit Mike, eind twintig schat ik deze Amerikaan welke mij, zo zal blijken, iedere dag begroet met ‘how was your day little Dutch guy?’. Later zie ik Dany en Daniel, uit hetzelfde hostel uit Melaka, op het dakterras van het hotel binnenlopen. Het bier vloeit later die avond rijkelijk.
De volgende dag is het een mooie dag om te lopen. Het doel is een orchid garden, maar om daar te geraken moet ik haast van de kaart aflopen. Oftewel, menigmaal moet ik de weg vragen aan locals. Een goede manier om met de mensen in contact te komen en om op plekken te komen waar je anders niet 1-2-3 zou komen. Jammer alleen dat mijn weg eindigt op letterlijk een verkeersknooppunt a la Rotterpolderplein. Kortom: terugkeren en een alternatieve route zoeken. Het lukt me uiteindelijk, al heeft het me wel de gehele dag gekost. Maakt niet uit: ik heb geen haast, ik ben op reis.
Tijd om Sarah te bellen. “Meet me at 19.30 at the Coffee Bean in Bangsar Shopping Centre. Het staat wederom niet op de kaart, dus er staat me weer een klein avontuurtje te wachten. Dany zegt hierop: “If you are not back in the hotel around midnight, I am worried”. Dany, Daniel, Christa en Mike gaan allen morgen naar Cameron Highlands. “You wanna join’’. Sure! Voor de zekerheid bel ik eerst wat hostels af, of we daar ook voetbal kunnen kijken, want de halve finale Nederland – Italië wil ik niet missen. Maar gelukkig, Father’s Guest House ‘garandeerd’ ons een TV! Ik heb geen flauw idee hoe laat het word met Sarah, dus we besluiten om elkaar in ieder geval te ontmoeten in Father’s Guest House voor het geval ik nog even wil blijven tukken.
Na een tip van de hoteleigenaar besluit ik met de LRT te reizen, dit is een soort van lightrail welke super snel hoog boven de grond door de stad ‘slangt’, richting Bangsar. Eenmaal daar beland, is het een kwestie lopen, vragen, lopen. Ik passeer eerst wat ‘achterstandswijkjes’, vraag weer de weg en loop weer door. Geen moment komt het in me op om een taxi te pakken. Ik word van de ene naar de andere kant opgestuurd en loop weer verder. De zon gaat inmiddels onder, vraag weer om de weg en loop weer door. Hèhè, een shopping centre. Met een Coffee Bean. Dan moet het wel goed zijn. Na een half uur van wachten zonder Sarah gezien te hebben, besluit ik toch maar even te vragen of dit wel Bangsar is. Het antwoord is hard en pijnlijk, daar ik nu toch echt een dame aan het laten wachten ben: NEE. Ik trek een sprintje aan de hand van de nieuw ontvangen loopinstructies. Om 20.15 uur arriveer ik bij de goede Coffee Bean. Ik doe mijn verhaal bij Sarah die het allemaal geen probleem vindt. Wow, wat heeft ze zich mooi opgedoft. Na een kop koffie verhuizen we naar een zeer nabij gelegen bar, alwaar bijna alleen maar expats komen. Het is lady’s night en Sarah laat het haar goed smaken door de ene na de andere cocktail naar binnen te gieten. Een grappige ontmoeting met een expat in de kroeg is die met een Brit die hier nu vijf jaar woont en popcorn promoot. Zijn vorige beroep: professional boxer. Iets te veel klappen wellicht gehad, om een dergelijke gigantische ‘change in life’ te maken? Tevens in een flits het beruchte 38 seconden gevecht van Mike Tyson gezien, welke gestaakt had moeten worden daar Iron Mike de scheidsrechter wegduwde.
Maar goed het gaat om Sarah. Jeetje, wat ziet ze er goed uit. We eten wat bij de nightmarket, waar anders. En drinken door in een kroegje a la De Tap. Ik voel me er dan erg snel lekker thuis. Enkele Malay dames dansen op de tafels. Iedereen danst mee, terwijl het bier hard door getapt wordt. Het stomme is, is dat ik Sarah op een gegeven moment haast uit het oog verloor door gesprekken met andere kroeggangers en de hoeveelheid bier welke ik naar binnen aan het tikken ben. Dus het afscheid aan het van de einde avond was heel vluchtig, drie zoenen op de wang, niets meer. Jammer. Jezus, ik ben best een beetje lazerus. “How was your evening, boss?”., vraagt de taxichauffeur aan mij. “Fine’’, is mijn uitgebreide antwoord. “That’s good to hear, boss”.
Eenmaal terug in het hotel drink ik nog wat na met Christie. De whiskyfles gaat vluchtig heen en weer, af en toe een beetje aangelengd met wat cola. We praten over hoe gemakkelijk je als reiziger met andere mensen in contact komt. Ook al is er bijvoorbeeld een groot leeftijdsverschil, zoals met Mike, welke ook nog eens een beetje een seksist is. Christie is zo enorm dominant, in het normale leven zou ik haar hoogstwaarschijnlijk, net als Mike, links hebben laten liggen. Maar nu in Maleisië, contact en lol is makkelijk gemaakt. Dat maakt me op dit moment op en top happy.
“I will meet you in Tanah Rata for sure in the afternoon” zeg ik en geef haar een nachtkus als ik naar bed wil gaan. De volgende ochtend wil ik nl. nog heel even de stad in. Ik wil namelijk nog een extra wandeling maken. Zo vaak kom ik niet in een dergelijke metropool en dan wil ik graag het zo als mogelijk in me opslaan.
Na een wandeling van een paar uur en busrit van vier uur, arriveer ik in Tanah Rata. Een jeep wacht me op en brengt me linea recta naar Father’s Guest House. “Your friends are there, sir”. Zodra de jeep het terrein op rijdt, komen er vier malloten in orange jerseys over het guest house terrein gerend. Ze werpen mij meteen een zelfde oranje shirt toe. Malloten! Maar supertof! Feels like family, feels like home! Nu lopen er vijf malloten in Tanah Rata rond met een orange jersey! Ik dump mijn bagage en het eten en bier wordt meteen al geserveerd.
En dan de stad in. Veel uitgaansgelegenheden zijn er niet, maar in ieder geval genoeg plekken om voetbal te kijken. Ook genoeg avondwinkeltjes alwaar we twee flessen whisky in slaan en wat blikjes cola. Op een bankje midden in het dorpje breken we de eerste fles whisky aan, voordat de wedstrijd Frankrijk – Portugal begint. Ik leer de groep vast een aantal Oranje yells, waarvan de AANVALLUUUHHH voorafgegaan door het geluid van het trompetje het makkelijkst geleerd is.
AANVALLUUUHHH komt met steeds meer kracht uit de kelen, naarmate de bodem van de whiksyfles wordt bereikt. Wat moeten alle omstanders wel niet gedacht hebben. Vijf jongeren in fel oranje shirt, drunk as hell, rumoerig. Niemand zegt er gelukkig wat van. We lopen langzaam terug naar het hotel om daar de wedstrijd te kijken. AANVALLUUUHHH. Fles twee wordt in no time geleegd in de tuin van Father’s, terwijl het spraakvolume flink omhoog gaat. Ik val op een gegeven moment in de tuin in slaap. Als ik wakker word, een kwartiertje later of zo, heeft de groep zijn zinnen gezet op het bezoeken van een trance club welke gevestigd is in een van de duurdere hotels. Lang blijven we er niet, daar de tent half leeg is. Maar toch, in een kwartiertje of zo, word ik zeker vijf keer benaderd of ik ‘special services’ nodig heb.
‘Morning has broken’ van Cat Stevens schalt door de speakers in de lobby, maar het is feitelijk al drie uur als we zijn opgestaan. De eigenaar komt naar ons toe met de mededeling dat er veel klachten waren over ons gedrag van gisteravond, onder andere van een oude Vietnam veteraan. “Are we gonna get kicked out?”. “No, not yet, but please, more quiet please”.
Daniel laat wat foto’s van gisteravond printen bij een one hour photoshop. Als ik naar de foto’s kijk, kan ik me de helft van de situaties niet meer herinneren. We nemen voorafgaand aan de wedstrijd der wedstrijden vast een lange aanloop met de drankconsumptie. We zitten al om vier uur in de middag aan de whisky cola. Al tetterend, AANVALLUUUHHH, lopen we over straat. Het eens zo rustige stadje Tanah Rata is drastische opgeschrikt door onze aanwezigheid. Alle mobiele bellers moeten tijdelijk hun gesprek even afbreken, want wij overstemmen al het geluid. De Maleisiërs vinden het prachtig, zo lijkt. We besluiten de wedstrijd te bekijken in de enige kroeg van Tanah Rata, The Rancho Pub.
De TV staat nog op de karaoke-module en de een na de andere Chinees tracht het publiek te vermaken met valse noten. The Vengaboys worden het meest uitgekozen om te imiteren. Ik word een beetje nerveus naar mate de tijd vordert. Zou de wedstrijd niet al begonnen zijn? Maar gelukkig, just in time schakelt de barman de TV over naar het voetbalkanaal. Het Wilhelmus wordt uit volle borst door mij alleen meegezongen. Even later valt nog een hele Nederlandse familie de kroeg binnen, dus nog meer support voor Oranje. Is maar goed ook, want er is ook een brigade Italianen in de kroeg. Even later komen er ook twee Nederlandse beauty’s de kroeg in, Nicolette en Marjolijn, waar Mike zeer onder de indruk van is.
Het wedstrijd verloop is, zoals bekend, dramatisch. 0-0 all the way. Twee (2!) penalties mist Nederland in de wedstrijd alleen al. In sudden death weet Van Der Sar nog een 100% kans voor Italië uit de goal te houden. En dan …penalties. Bij voorbaar al uitgeschakeld. Na ’92 (Denemarken), ’96 (Frankrijk) en ’98 (Brazilie) zijn we weer uitgeschakeld door penalties. Ik voel me, mede door de drank, klote. Bij vertrek uit de kroeg is het kouder dan ooit in Tanah Rata. Het is gedurende ons gehele verblijf al ijskoud, wat een verschil met KL. Maar die nacht kreeg ik het maar niet warm.
De kater van de wedstrijd wordt de volgende dag weggewerkt met een jungle trekking. We proberen 3,5 uur lang onze weg te vinden over trails nummer 7, 8 en 9. Echter, de weg hebben we nooit echt gevonden. Wel veel lol, door als Tarzans aan lianen onze (dubbele) kater weg te slingeren. We hebben alleen echter nooit de beloofde vergezichten over de thee plantages, waar de Cameron Highland’s zo bekend om staan, gevonden. Deze zie ik pas als we met zijn vijven Tanah Rata per bus verlaten op weg naar Georgetown, Penang. Onderweg passeren ook nog prachtige limestone cliffs welke uit het niets het platte landschap onderbreken.
In Georgetown nemen we onze intrek in Hotel Newsia, alwaar een tienpersoons dorm exclusief aan ons wordt aangeboden inclusief kerstverlichting. Eenmaal downtown gaat onze zoektocht naar drank (Thai song) onverminderd voort. Via een bad outfits feest, welke alleen maar Ozzie aantrekt, een gospelcafé vol met bored couples, eindigen we in een look-a-like van Café De Pub aan de Prinsengracht. Alleen dansen de mensen hier op de tafels en klimmen de meest dronken mensen in een van vele palen tot aan het plafond, net als het alcoholpercentage in hun bloed.
Daniel en Christie maken het niet al te laat. Ik hou het een paar uur later ook voor gezien. Dany zet me in een taxi welke me naar mijn hotel brengt. Ongeveer vijf seconden nadat de taxichauffeur het gaspedaal heeft ingedrukt, ben ik al de weg kwijt. Ik blijf maar roepen ‘Golden Plaza Hotel, welke zich om de hoek bevindt van ons guest house. De taxichauffeur, wellicht zelf ook niet helemaal nuchter overkomt, kan het hotel ook niet gemakkelijk vinden. Hij moet zelf ook een paar keer de weg vragen. Maar gelukkig, mijn bed is daar en ik val als een bom in slaap.
De volgende dag, ergens in de middag, word ik pas wakker. De bedden van Danny en Mike zijn echter onbeslapen. Ze bleven gisteravond nog achter in de kroeg en zijn dus niet teruggekomen. Ik maak me lichtelijk zorgen, hetgeen achteraf niet had gehoeven. Want ze zijn door, in hun eigen woorden, een ‘rich chick‘ opgepikt en hebben genoten van een jacuzzi, champagne en de vrouw.
Georgetown in daglicht is één grote Chinatown en little India. Overal zwervers, over dure appartementen naast krotten en heel veel night markets met van de heerlijke clams. Maar boven alles heeft het gehele eiland geen enkel mooi strandje. Het mooiste strand, Batu Ferringhi, nabij een reclining Birmese buddha geeft Daniel, Mike en Christie aanleiding om een skinnydip te doen. Bij zonsondergang dan. Ik drink liever met Danny nog even een biertje.
Even een paar typische eigenschappen op een rijtje:
Danny is de zorgzame van de groep, als Nederland verliest van Italië is hij ook de eerste die me troost. Hij spreekt pas sinds anderhalf jaar Engels, na een verblijf in Nieuw Zeeland van een jaar. Hij heeft tevens de nare gewoonte om bedden te ‘flippen’, oftewel omkieperen. Danny, we are going to put you in the safe tonight (in Georgetown, Penang), so we actually get some sleep. I can’t believe we lost the game. Me neither. Mooning is not for me, I think. I cannot believe Edwin flipped my bed.
Christie is de spring in ’t veld, zonder schroom passeren alle woorden haar lippen. Maar ondertussen weet ze ook nu al dat ze gaat trouwen met haar vriend van 32 jaar. Een eerste foto van haar aanstaande, laat mij een nogal saai ogende, ongetwijfeld accountant van beroep zijnde, man zien.
I can’t believe you are not coming with us to the Perhentian Islands. I did not get laid (nadat ze is gesignaleerd met hele dikke Maleisische man).
Daniel vindt alles best, lacht om alles. Is het type dat 1.001 vrienden heeft door gewoon relaxt te zijn. Hij heeft twee horloges om zijn pols. What time is it Daniel? Both of my watches say it’s ten o’clock, so it must be ten o’clock. I am hungry, so we eat. We are family. I smell good man, I had my last shour in KL. I don’t care.
Mike is een womanizer, normaal gesproken zou ik zo’n type heel hard links laten liggen. Travelling is an adventure, not following a destination. Dutch woman are so beautiful. Always in for a party, in for a booz. I am ready to rock Thailand, but first two weeks partying on the Perhentians. What do you say?
Oftewel, totaal verschillende mensen, die elkaar voor 100% aanvullen, 0.0 overlap. We vormen een wacko family voor een dag of tien op basis van volwaardige acceptatie. We dragen all the way dezelfde orange jersey, af en toe een keertje uitspoelen uiteraard. We zijn luidruchtig, drinken veel. Hoe de rest tegen ons aankijkt? We don’t care! Klacht tegen ons? Wij hebben pas klachten. Huilende kids in de kamer naast ons, slechte bedden (voor zover beslapen) en alleen maar koude douches. Het is een heel mooie periode geweest. Een periode waarin zelfs ik op een podium kon dansen en samen met Danny en Daniel een dansshowtje heb kunnen geven. Ok, de drank heeft ook meegewerkt. Maar het is een periode van totale vrijheid geweest, alles kan en alles mag. Heerlijk.
Maar ja, scheiden doet leiden. De groep van vier plus Marjolein en Nicolette, die we in Georgetown ook weer ontmoeten, gaan naar de Perhentian Islands. Mijn reispad leidt naar het noorden. Annabel en Junin ontmoeten in Bangkok en vervolgens pa en ma in Hua Hin.
Erg vreemd om mezelf in de rij voor een buskaartje naar Krabi te zien staan en de rest van de orange jersey groep in een andere rij voor een kaartje naar Kota Bahru . De groep gaat over een uurtje al, ik moet nog een dag in Georgetown slijten. De laatste foto’s worden nog snel gescand en vervolgens gemaild naar iedereen. Nog even snel een kopje thee drinken om de hoek. Uit de boxen schalt ‘Here I am, alone again’ van Ricky Martin. Hoe toepasselijk. Na iets meer dan een week van ongelooflijk veel lol, weer alleen op de traveller’s trail. Een periode van compleet mezelf geweest te zijn, bij eigenlijk volstrekt vreemden. Het heeft mijn zelfvertrouwen enorm veel goed gedaan. Nog een keer passeren we de Hong Kong bar, daar waar we ook regelmatig zaten te drinken. Nog een shopping center in, alleen Mike blijft zitten op het busstation met de twee Nederlandse dames. Mike wil heel graag scoren bij Marjolijn, het is bijna zielig om hem zo te zien kwijlen. Daniel koopt haarverf, opdat hij als blonde god de strandjes van de Perhentian eilandjes onveilig kan maken. ‘Not for me’, zegt Dany droog. Me neither, Dany boy. Een omhelzing van de meesten, een kus van Christie en een koele hand van Mike. “I still cannot believe you are not coming with us”. Au. Scheiden doet lijden. We’ll meet again, somewhere. Maybe on Ko San Road? Amsterdam or Davos?
I’ll miss you all! Me too in viervoud.
Imagine 5 orange jerseys in a small village in Malaysia. What effect will that have?
I don’t matter to me
If we eat here or there
If we are drinking a beer or bottle of thai song too many
Standing naked on the beach
If hairs grows on my head & shoulders
If my bed gets flipped once or twice
If both of my watches tell the same time
If I puke five times
If I crawl on the ceiling
If people say we are too loud
If we look foolish in orange jerseys
Not taking a shower everyday
Not shaving for a month
Cause time don’t mind
Cause we are family
I care about that
Ik zwaai de groep uit en loop in mijn up terug naar het hotel, nadat de bus echt uit het zicht is verdwenen. De manager wil dat ik ‘onze’ dorm verlaat om naar een andere dorm te verhuizen. Nog een laatste sigaretje rook ik in de dorm der dormen, terwijl ik uit sentimentoverwegingen nog een keer de kerstlichtjes aan doe. Allemaal nieuwe gezichten in de andere dorm. Veelal oudere backpackers en ook een zooitje locals. Ze zijn zo stil, een beetje sjaggo. Zijn ze met een persoonlijke ‘trip’ bezig? Ben even slecht van vertrouwen en neem mijn dayback dan ook overal mee waar ik ga.
Een man in een geel jersey staat voor een spiegel zijn kop kaal te scheren met een tondeuse. “Could you do the area around my ears, man?” “Shall I do your head as well?”, biedt hij me aan. Nog even niet, maar bedankt. Na nog geen tien woorden vermoed ik, getuige zijn accent, dat hij uit Nederland komt. Hij ook ongetwijfeld van mij. En inderdaad. Ik was voor hem de eerste Nederlander in heel lange tijd met wie hij spreekt, hetgeen mij zeer verbaast.
“Ik eeh travel, nu voor een jaar of zeven op mijn fiets all over de wereld”. Hij stottert wat en blijkt aan een kant blind te zijn. Hij laat me een artikel zien, wat over hem geschreven is in een Maleisische krant. De krantenkop zegt: ”I am not tourist, I travel and experience common man’s life”. Dit was ook de man die Daniel eerder had ontmoet in Bangkok. Hij heeft jarenlang in Nederland in een coma gelegen en na ontwaakt te zijn, heeft hij een aantal jaren bij vrienden gewoond. Hij kon niet meer op zichzelf wonen, had aan een kant zijn gezichtsvermogen verloren. Op een gegeven moment is hij gewoon op zijn fiets gestapt. Nu, zeven jaar later, is hij nog steeds ‘onderweg’. Hij heeft anderhalf jaar in Zuid-Amerika gefietst en nu vijf en een half jaar in Azië. Diverse lokale kranten in het buitenland hebben een artikel over hem geschreven, waaronder dus diegene die ik net onder ogen heb gekregen. Hij is zo blij als een kind dat ik al via-via over hem gehoord.
‘Wat gebeurt er zoal in Nederland?’, vraagt hij. Niet zo veel bijzonders hoor. Zinloos geweld, weet ik hoeveel openstaande banen, rekeningrijden, booming benzineprijzen en parkeergelden. Hij vertelt over wat de lokale bevolking allemaal voor hem doet. Hij kan overal overnachten, krijgt overal eten aangeboden, kopje thee bij de lokale bevolking als hij even met zijn fiets aan de kant van de weg gaat staan. Kleine dingen, daar wordt deze man blij van. Een mooie levensles van deze man, Aad Ham is zijn naam. Iedereen ontvangt hem met open armen, behalve de Chinezen, waar hij dan ook geen goed woord voor over heeft.
Aad leidt nu weer zijn eigen leven, na jarenlang daar niet toe in staat te zijn geweest. Hij is geheel zelfstandig, vraagt niet om medelijden en krijgt veel ongevraagde hulp van iedereen om hem heen over de wereld. Hij heeft zijn lot geaccepteerd, hij denkt alleen niet meer zijn oude baan, banketbakker, te kunnen oppakken. Hij is nu zeven jaar van huis, maar wil nog wel zijn ouders zien voordat ze ‘’passeren’’.
De volgende dag is het weer bustijd, op naar Thailand, naar Krabi. Oranje is nu echt uitgeschakeld!