Drie koeien aan de wandel

Drie koeien aan de wandel

Vang Vieng, Laos – 2000

Mijn volgende aanlegplaats zal Vang Vieng worden, even ten noorden van Vientiane gelegen. Het busstation is redelijk georganiseerd. Op iedere bus is in de lokale taal en het Engels de eindbestemming op de bus geklad. Bij de bus naar Vang Vieng staat een meisje welke waaiers verkoopt. Ze wappert ze heen en weer langs mijn gezicht om te bewijzen dat ze echt verkoeling geven. Ik zeg ‘keep on going’ en versterk die uitspraak door een wapperende beweging te maken. Echter, het meisje denkt ‘kip’, hetgeen aardig lijkt op ‘keep’ uit ‘keep on going’. Helaas en excuus voor de verwarring. Ze kan er gelukkig wel om lachen.

De bus heeft behoorlijk wat tijd nodig om de hoofdstad uit te komen, welke groter blijkt te zijn dan vooraf ingeschat. Maar de stad blijft stil en verlaten op iedere straathoek. Waar is iedereen?

De weg naar Vang Vieng maakt onderdeel uit van de beroemde snelweg nummer 13, lopend van Tha Boei in het zuiden tot en met Pak Mong in het noorden. Beroemd omdat dit de enige, ten dele geasfalteerde, (snel)weg is in het hele land. Dus ik zal er maar even van genieten, voor zolang het duurt. Druk is het echter niet de weg. Af en toe een hoestend autootje. Het zijn voornamelijk fietsers en brommertjes welke gebruik maken van de weg. De Laotianen leggen dus klaarblijkelijk geen grote afstanden af in eigen land. Drie koeien kunnen dan ook rustig op het midden van de (snel) weg gaan wandelen op zoek naar een mals, sappig stukje gras of een waterpoeltje.

Langs de weg liggen rijstvelden zo groot als Nederlandse provinciesteden. Overal rijst, tot aan de horizon. Her en der staat een hutje gebouwd van hout, modder en riet. Alle hutjes staan op palen om zodoende de voeten van de bewoners droog te houden ten tijde van overvloedige regen, hetgeen in dit gedeelte van de wereld regelmatig het geval is. In het begin van de reis in de richting van Vang Vieng is het land nog relatief vlak, maar na uur of twee rijden zijn we in een prachtig berglandschap beland. De rijstvelden zijn omgebouwd tot rijstterrassen. Het landschap doet me enorm denken aan Krabi, maar dan mooier. Ik geniet.

De bus rijdt snel, stopt weinig. Gedurende een van de schaarse stops, stapt een man in met vier plastic tassen vol met visjes. Zeker honderd per zak. Zouden deze uit de Mekong komen? In Vientiane kleurde deze rivier behoorlijk geel, dus ik weet niet of de visjes consumptiewaardig zijn. Ik hoop dat hij de tassen goed vasthoudt anders veranderd de bus straks nog in een vissenmassagraf. Kleine jochies zwaaien poedelnaakt naar de bus, een bal in hun handen geklemd, terwijl een passerend brommertje de jochies onder het stof doet belanden. Geen kleren om het lijf, maar ze kunnen in ieder geval wel gewoon kind zijn.

Even verderop heeft een groep koeien een enorm gat in het midden van de weg, gevuld met modderwater, uitverkozen tot een afkoelplek. Lekker poedelen, vooral niet haasten in het snel opwarmende land. Het gehele landschap ligt er verlaten bij. Unspoiled. Onaangetast. Zoals Moeder Natuur het waarschijnlijk heeft bedoeld. Niks geen oneindige wegen vol met huizen, straatverkopers en luchtvervuilende trucks zoals in Zuid-Thailand. Gewoon puur natuur.

Plaats een reactie