De weg naar Rishikesh met vier Israelische dames

De weg naar Rishikesh met vier Israelische dames

Nainital – Rishikesh, India 2000

Nainital is gelegen aan een meer, waarop veel Indiase pasgetrouwden per waterfiets een tochtje op maken. Overal vind je ook ook souvenirmarktjes, niet eens voor de buitenlandse toeristen maar voor de locals. Het is er lekker koel. Helaas hangt er een dikke laag wolken rondom de heuvels, zodat Nanda Devi zich niet aan mij kan laten zien.

De volgende dag gaan we, ik en vier Israelische dames, op weg naar Rishikesh. Even de vier dames voorstellen. De oudste, ze is ergens in de 30, is verlaten door haar man. Haar reispartner, wil een echte vent, maar lacht zelf als een hyena. Lonnie, 21 jaar, een zeurpietje, een pijntje in haar buik en het goede humeur van deze ex-army girl is ver te zoeken. Ze draagt een zeer licht, ongelooflijk licht, backpack, maar het is haar nog te zwaar. Zoa is het lieve meisje, ontfermt zich over Lonnie als een grote zus, zegt weinig behalve ‘ja en amen’. Deze vier zijn echter allen hopelijk verdwaald in India. Geen van allen zijn opgewassen tegen de nogal opdringerige Indiase bevolking, of lijken in ieder geval niet te kunnen genieten van deze vreemde cultuur.

Nandi Devi heeft nog steeds haar sluier om zich heen geslagen als een wel zeer goedgelovige moslim. Eerst moeten we terug gaan naar Haldwani. Hier zijn ze echter niet gewend aan toeristen. Iedereen stormt op ons af en spreekt mij aan als de man van de groep van 5. Vanaf hier gaan we door naar Haridwar. De reis begint goed, ik heb 2 stoelen voor me zelf, maar helaas krijg ik al snel een buurman. De hele tijd dat hij naast me zit, brengt hij door met zingen. Voor welke God hij dat doet, is mij een raadsel. Maar niets brengt hem uit zijn melodietrance. Geen woord wisselt hij met mij, geen keer dwaalt zijn blik af anders dan recht vooruit. Misschien bidt hij voor een veilige aankomst op de plek van bestemming?

In ieder geval ligt zijn bestemming eerder op de weg dan mijn bestemming. Mijn volgende buurman is er een uit duizenden, dat wil zeggen dat hij de standaard vragen op me afvuurt. Van mijn land van herkomst, mijn leeftijd tot aan de agrarische producten uit mijn land. Plots stopt de bus en stapt een jonge man in, ik schat hem ca. 25 jaar oud in, met een dun vlassnorretje. Op zijn groene uniform staan belachelijk veel strepen. Mijn eerste gedachte daarbij is dat tegenwoordig niet alleen geloof in de uitverkoop is, maar ook militaire strepen. Ze waren nog scheef opgenaaid ook. Hij grijpt drie willekeurige mannen bij de kraag en sleurt ze om hoog. Hij fouilleert ze uitgebreid. Helaas voor hem, hij vindt niets bijzonders. De man stapt even later uit en de bus rijdt verder. Mijn buurman meldt me dat heel India ‘civilized’ is, met uitzondering van Delhi, Bombay, Uttar Pradesh en Bihar. Guess where I am? Utter Pradesh! “Do you wanna have dinner at my house with my family?”, vraagt de man. Ik wijs op de vier dames achter me, die trachten de slaap te vatten, maar een diner voorbereiden voor vijf is wat te veel van het goede. De man staat op, geeft me hand waarbij hij zijn vrije hand op mijn reeds handschuddende hand legt, gepaard met een brede glimlach en stapt uit.

Van de derde buurman, welke tegelijktijd uitstapt in Haridwar, krijg ik ook het aanbod om een maaltijd bij zijn familie te nuttigen. “So you come with me?” “No, I go to Rishikesh!”, is mijn antwoord. “Ok, sir, I wish you a long live”.

Als ik even achterom kijk zie ik de dames steeds chagarijniger worden omdat ze de slaap niet kunnen vatten. Situatie analyse: het licht in de bus flikkert aan en uit, de weg tot nu toe is alleen maar bumpy geweest, er hangt een stankklucht van sigaretten, de voeten van mijn voorbuurman steken zodanig omhoog dat mijn neus over uren maakt om nieuwe geuren te plaatsen, drie huilende baby’s zorgen voor een gezellige sfeer. Oftewel: slapen is onmogelijk voor mij. Indiërs hebben er uiteraard geen enkel probleem mee om wat uurtjes slaap te pakken. Ik berust in mijn lot. Om 3.00 uur in de ochtend arriveren we in Haridwar. De gehele bus is één klap wakker, aangezien de chauffeur plotseling op de rem trapt. Iedereen haast zich om de bus uit te komen. Ik laat iedereen rustig begaan, net als de vier dames. Ik moet me wel een beetje wringen om de bus uit te komen, aangezien een hele kudde Indiërs al voor het vervolg van de busreis een plekje in de bus wil veilig stellen. Ik hoor Zoa, de tengerste en kleinste van de vier dames, een kreet geven. Ze komt de bus niet uit. Zonder een seconde na te denken duw ik alle veel kleinere Indiërs opzij, grijp Zoa bij d’r backpack en sleur haar er door heen, nog steeds iedereen wegduwende. Verbaasde en boze blikken van Indiërs beantwoord ik met de grootste glimlach die ze ooit hebben gezien.

In het midden van de nacht is het dan wachten op vervoer naar Rishikesh. Omgeven door zwervers op busstation, zittend op mijn backpack, mijn daypack stevig omarmend, val ik hier en daar een beetje slaap. Gezinnen met schreeuwende kinderen, die ons verveeld aankijken, zwervers met hun hele hebben en houden in een plastic tasje en zakenmannen in hun zondagse pak, die ook gewoon op de bus wachten in het midden van de nacht op een klein busstationnetje ergens in een gat in India. India op zijn best!

Er hangt een grimmig sfeertje. De locals kijken mij en de vier Israëlische dames nogal vuil aan. Zodra ik ze voorbijloop op weg naar de chai-stand, welke gewoon open is midden in de nacht, lijkt het wel alsof ik hun hoofden voel mee bewegen met mijn looprichting. Ik ben nu nog niet lang genoeg in India om me hierdoor niet van mijn wijs te laten brengen.

Zo even tegen vijven besluit ik een stukje te lopen en kom erachter dat onze bus naar Rishikesh op punt van vertrekken staat. De zitplekken zijn al vergeven. Gelukkig is de rit met twee keer een oogje dicht trachten te doen, voorbij.

Om het moment van aankomst in Rishikesh verschijnen er direct vijf Lonely Planets. Iedereen loopt fel te discussiëren waar o waar te gaan slapen, wel of geen riksja te nemen. Swarg Ashram wordt in ieder geval de buurt waar we heen willen gaan. Oké, 7 kilometer lopen, dus … riksja, maar da’s duidelijk toch?

Moe en rijp voor een douche en middagdutje, banen we ons een weg door deze autoloze wijk in Rishikesh, op zoek naar een guest house. Een koe loopt in mijn weg, of misschien beter gezegd ik in de zijne, tsja het beest is hier heilig. Dus ik probeer er om heen te lopen. Maar de koe vind dat ik niet op gepaste afstand hem tracht te laten grazen van de stoffige straatjes. Dus hij draait zijn kop zodanig dat zijn neus tegen mijn kont aan komt en geeft me een duwtje in de ‘goeie’ richting, d.w.z. weg van hem. Ik verlies haast mijn evenwicht en beland bijna op een M/V, geheel bedekt onder een laken, waar iets te veel vliegen om heen cirkelen. Welcome to India!

Vier, vijf hotelletjes gaan aan me voorbij die stuk voor stuk ‘fine for me’ zijn. Poging zes is voor mij de eindhalte en ook voor Michelle. Een paar vreemde blikken krijgen we toegeworpen door de vier andere dames. Pech! Rishikesh is uitverkocht, het is nu ook vakantie voor de locals. Moe en ook desperate voor een beetje geld in de porto, ga ik op zoek naar een bank, welke alleen in down town Rishikesh te vinden zijn. Dus 7 kilometer heen lopen, dit maal zonder backpack, 2 kilometer ronddwalen en 7 kilometer terug lopen. De stad Rishikesh blijkt niks anders te zijn ‘another Indian town’.

De wijk waarin ik verblijf, staat vol met tempeltjes. Het is ook aan deze kant van de hier nog redelijk ‘schone’ Ganges, waar de bathing ghats a la Varanasi zijn. Met op iedere hoek een yoga, reiki en hindutaal instituut (!) en om de vijf seconden een passerende koe dwars door de kei-ige straten, maken de all-India-in-one-neighbourhood ervaring compleet.

De eerste avond in Rishikesh een vroege maaltijd gepakt. Eenmaal op de weg terug naar mijn bed, is het donker. Mijn buik is gevuld, mijn concentratie is verslapt door de inspannende busrit (en niet door een alcoholische versnapering te veel, aangezien Rishikesh een holy city is en er dus geen alcohol in de stad te verkrijgen is). De straat waarin ik loop op weg naar mijn guest house, is nauwelijks verlicht. Schimmen doemen zich voor me op en verdwijnen achter me. Pats! Oops sorry mr. Cow. Oneffenheden in straat zijn niet zichtbaar. Je merkt pas een gat in de weg nadat je half gestruikeld bent. Overal liggen bergjes zand op de weg, plasjes rioolwater en, aah gatver, strontvlaaien met een doorsnede van een meter. Splet!

Plaats een reactie