Op weg naar de Dalai Lama
Rishikesh – Shimla – McLeod Gang, India, 2000
Check out please! No! Is het antwoord en de man in de receptie van Pink Guest House loopt gewoon weg. Wil je je geld of niet? Een jong jochie blijft achter met zijn ogen enkel en alleen continu op mij gericht, met name als ik nog een keer mijn papieren en geld check. Een andere man komt na 15 minuten binnen gelopen. Ik ben eigenlijk al gek dat ik zo lang heb gewacht. Check out please! How many night? Is zijn vriendelijke reactie. Three nights, so I have to pay 180 Rs. Ik geef hem 200 Rs. You have change? No!, is het veelbetekende antwoord. Het jongetje lijkt even zijn best te doen voor een seconde of wat, maar uiteraard geen geluk. Ik wijs de man, die alleen in een handdoek gekleed het hotelletje binnen kwam gelopen, op een winkel op de hoek waar ze toch wel zouden moeten kunnen wisselen. No! Is zijn reactie. Yes! Is mijn reactie. Na nog ‘ns 15 minuten heb ik dan eindelijk het wisselgeld in mijn handen en ben ik uitgecheckt.
The traveller is always leaving town. Op naar prachtig Dehra Dun om van daar snel door te stoten naar Shimla. Ik ga plomp op de plek zitten van de persoon die de mensen de brug in schreeuwt. Hij kijkt me aan zo van wat doe je op mijn plek. Ik blijf strak zitten. Sterker nog: het is de laatste plek waar ik kan zitten. Vervolgens vragen mensen aan mij of het de bus is naar Dehra Dun. Sure! De tolman vraagt geld aan mij. Misschien een douche te weinig genomen de laatste tijd, ik word al gezien als een echte Indiër.
Zodra we Dehra Dun binnen rijden, weet ik precies waarom ik er vorig jaar september ook al niks aan vond: het stinkt er. Gelukkig blijf ik er vanavond niet. Na veel rondvragen is er gelukkig een bus welke uiteindelijk om 11.00 in de avond zal vertrekken. Volgens de planning alsnog een uur te laat, maar daar kijk ik al niet meer van op. Een goed Engels-sprekende Indiër spreekt mij vlak voor het vertrek van de bus aan. Hij vertelt over zijn immigratie naar Toronto, hoe hij zijn vakanties in eigen land, doorbrengt. Liefst zo veel mogelijk afstand afleggen in zo kort mogelijke tijd. Dat is zijn motto. Hij waarschuwt me ook dat me straks in de bergen veel drugs aangeboden zal worden, maar hij benadrukt dat ik absoluut niks maar dan ook niks moet kopen c.q. aannemen. Niet alle drugs zijn goed en niet alle aanbieders zijn zomaar locals, maar vaak ook bogus-politie. Hierdoor kun je als toerist niet in een echt fijne situatie terecht komen. En ja, het is nog mogelijk een ski afdaling te maken op de Rohtang Pass bij Manali.
All aboard, we vertrekken. Van links en rechts word ik bestookt met duwende, zwetende mensen, wier allen ogen op haat en nijd staan. Een geduw van jewelste om een zitplekje te bemachtigen. Niets ongewoons. Mijn backpack biedt uitkomst: een beetje draaien met mijn lichaam en het geduw houdt weer op. Althans, voor een seconde of wat. Iedereen heeft uiteindelijk een zitplek kunnen bemachtigen. Ik zit aan de raamkant waar ik achteraf niet zo blij mee ben. The road is bumpy, de bus wordt regelmatig van links naar rechts geschud. Iedere keer weer pijnlijk voor mijn hoofd als ik, half ingedut, weer tegen het raam aanknal. Na een paar uur rijden, wordt de bus te vol en moeten de backpacks boven op het dak worden geplaatst. Ik bind ze met kettingen en dergelijke aan elkaar vast, opdat we morgenochtend allen nog steeds een backpack hebben. Gedurende de nacht word ik regelmatig wakker, kan ik meteen even checken of er toevallig geen tassen langs het raam bungelen.
Na 10 uur door elkaar geschud te zijn, arriveren we in Shimla. De steile trappen komen me nog bekend voor en zodra we op The Mall zijn voel ik me weer helemaal thuis, Op weg naar het YMCA passeren we Himani’s. Sweet memories aan mijn eerste India avontuur, 8 maanden geleden alweer. Een biertje op je gezondheid, Yuri.YMCA blijkt gelegen te zijn aan de compleet andere kant van The Mall. De dames hijgen en puffen, ik geniet van bekende beelden.
De volgende dag maak ik een dagtripje per jeep naar Fagu, Theog en Narkanda. Deze dorpjes liggen in de heuvels rondom Shimla. In Fagu vraagt een lokale man: “Wat is er zo bijzonder aan mijn dorpje, dat u hier naar toe bent gekomen”? Ik antwoord: “Er is hier helemaal niets, niets dan rust, heuvels, af en toe een houten hutje, bijna geen verkeer, en boven alles rust. Das best bijzonder in India”. De man grinnikt. Aan bord van de jeep zitten naast twee honeymooning couples, hoe kan het ook anders in Shimla, een professor van de universiteit in New Delhi en een van zijn volgelingen, welke een ph. D. in Education op zak heeft. De gesprekken welke ik met hen heb gaan in het begin met name over de Nederlandse politiek, de liberale houding met betrekking tot drugs, homoseksualiteit, condoomgebruik etc. De professor vertelt me dat condooms pas zo’n 2 jaar op de Indiase markt zijn. India is op 11 mei 2000 de magische grens van 1.000.000.000 inwoners gepasseerd. Een gezin met 8 kinderen is heel normaal. Niet alleen doordat condooms lang niet voorhanden waren, maar ook omdat een groot gezin een soort van statussymbool is. Kinderen krijgen voor het huwelijk is een groot taboe overigens.
Ze vragen aan me waarom ik alleen reis en waarom ik geen vriendin heb. “Ben je niet alleen ’s nachts?” Ik antwoord met te zeggen: “het komt allemaal wel”. “No religion?”, is de volgende vraag. “Geen God leidt mijn leven, ik leef voor mezelf, ik ben mijn eigen god”. “Very good!”. Eenmaal terug in Shimla drinken we nog wat in Himani’s.
Het gesprek volgt al gauw meer het standaard kroeggesprek, ook al doen ze niet mee met een biertje want ze drinken ‘only on occassion’. Ze vragen hoe oud ik was toen ik de eerste keer met een meisje het bed deelde. Of ik en zij ‘satisfied’ waren. Ik moet oppassen niet in lachen uit te barsten. Maar de aard van deze vragen wordt me al snel duidelijk als de professor meldt dat hij zichzelf een belofte heeft gedaan nooit te trouwen en dus nooit het genot van sex zal ervaren. “For the benefit of India”, is zijn verklaring. “Too many people already in India”. Als deze man nou heel veel volgelingen zou vinden, dan zou het misschien wat uitmaken voor de overbevolking. Maar deze man meent wat hij zegt. Hij blijft strak en serieus en vol interesse naar mij kijken, terwijl hij nog een slokje van zijn thee neemt. Een tafeltje verder neemt een Sikh een slokje van zijn bier. Op afstand proost ik met hem, maar deze man lijkt in gedachten verzonken te zijn.
De volgende dag, mijn laatste in Shimla, loop ik wat op en neer door de nauwe straatjes van de stad, nadat ik mijn buskaartje naar Dharamsala heb geboekt. Ik ontmoet een jongen van een jaar of 20-22 uit Jammu, de provincie tegen Kashmir aan geplakt. Hij vertelt dat het op een paar ontvoeringen van toeristen na de afgelopen maand, relatief rustig is. ‘You should go there’, zegt hij. Hmm, ik wacht nog wel even. Hij vertelt dat hij op reis is door India om zo zijn vriendin te kunnen vergeten. Hij voegt daaraan toe dat hij de rest van zijn leven in zijn eentje wil doorbrengen. Zo jong en nu zo vastberaden.
Ondertussen kijkt hij wel ieder passerend meisje indringend aan. We eten wat in en achteraf steegje. Ik probeer ‘Pan’ uit, een zeer pikant prutje geserveerd in een boomblad. Maar na vijf seconden van kauwen, spuug ik de inhoud op straat en spoel ik de ranzige smaak weg met een halve liter water. Jakkes.
Ik neem in het begin van de avond afscheid van deze jongen uit Jammu en wens hem succes met zijn leven alleen en baan me een weg naar het busstation. Hier ontmoet ik een Finse meid van ergens begin twintig, die na half uurtje bussen al in slaap is gewiegd. Ik daarentegen maak weer de nodige busavonturen mee. De diverse bergafgronden zie ik weer met de nodige zenuwzweetdruppels aan me voorbij gaan. Ergens midden in de nacht wordt de bus door een blokkade gedwongen te stoppen ergens in de middle of nowhere. Er is een dik touw over de weg gespannen, zodanig dat als de bus door zou rijden het de wielen zou blokkeren. Ik volg het niet helemaal, maar er is een heftige woordenwisseling tussen de buschauffeur en één van de vijf mannen, welke bij de blokkade staan. Willen ze geld? Zijn het ambtenaren en is dit een officiële tolplek? Ik zie noch regeringsemblemen, noch wapens. Maar de buschauffeur geeft toch flink wat papiergeld aan één van de mannen, waarna het touw weer op de weg wordt gelegd. De man loopt triomfantelijk weg met het geld. De buschauffeur scheldt even later de busmanager verrot. Hij lijkt te schreeuwen: “Je gaat toch geen geld aan die prutsers geven?”. Zo als het twee stugge mensen betaamt, gaat het gekibbel nog een paar uur door. Vroeg in de ochtend arriveer ik in Dharamsala, another busy and smelly Indian city, dus ga ik snel door naar McLeod Ganj. De plek waar een van de grootste Tibetaanse refugee camps is gesitueerd. Ook de plek waar de Dalai Lama woont, als hij niet op reis is.